Hand

In 1958 schilderde Theo Swagemakers een portret van Anton van Duinkerken, van het enigszins dunnende haar tot net onder de zoom van een ruim, donker colbert....

Over het hoofd kan ik kort zijn: het is Van Duinkerken. Vijfenvijftig jaar oud, het grijze haar van de hoogleraar, de wenkbrauwen opgetrokken in de verwondering van de dichter en de essayist, de smalle, brede mond van de pamfletschrijver en polemist, en een geweten zonder rimpel. Dan is er de dikke hals, die verraadt dat er veel geïnvesteerd is in wat onder het kostuum schuilgaat.

Ik veronderstel dat Theo Swagemakers de hand het moeilijkst heeft gevonden. Urenlang hebben ze daarover gesproken, schilder en model: wat zal die hand vasthouden? De vederpen van de dichter of de kroontjespen van de polemist? De blocnote van de journalist misschien, want ook dat is Van Duinkerken geweest. De hand wordt uitgeprobeerd met meer private attributen, zoals een wijnglas met een oude bourgogne, een sigaar en een wijnglas vol jonge beaujolais. Zelfs een rozenkrans, en een stichtelijk boekje van Thomas van Kempen. En steeds zullen schilder en schrijver het met elkaar eens zijn geweest: mooi, maar net niet wat ze zoeken.

Uiteindelijk hebben ze het gevonden, en zo werd de hand het mooiste deel van dit portret. De hand die de leesbril vasthoudt. Sprekend Van Duinkerken.

Ed Schilders

Meer over