Groot wild tussen de grassprieten

De kever, een reusachtig exemplaar op het witte doek, rolt met veel gewriemel een grote bal mest over de grond....

ERIC HENDRIKS

Goede raad is duur, maar alleen de eerste seconden. Als de mestkever zijn last aan alle kanten heeft beklommen en bepoteld, ziet hij de oplossing: graven, zo veel mogelijk grond weghalen onder de bal, vooral aan de kant waar die is voortbewogen. Dan een beetje duwen, en floep: de mestbol schiet los.

Zo'n tak kan nooit groter zijn geweest dan een minuscuul sprietje, maar in de film Microcosmos, die donderdag in Nederland in première ging, lijkt hij op zo'n vervaarlijke puntstok waarmee vroeger verdedigingswerken werden uitgerust om aanvallers tegen te houden. Dat is waarin Microcosmos (duur: 75 minuten) verschilt van verreweg de meeste andere natuurfilms: de wereld van de insecten is de maat der dingen. De film toont niet alleen kleine dieren die groot worden gemaakt, ook de omgeving groeit mee: een doodgewoon grasveld als oerwoud, stengels als bomen en de sloot als zee.

Claude Nuridsany en Marie Pérennou, de Franse biologen die de film maakten, houden die maat zo lang mogelijk vast. En dus wordt een regenbui een zwaar bombardement, grote druppels die dreunend neerkomen op water en aarde en op de ruggen van insecten die er bijna onder lijken te bezwijken. Dauw bestaat uit glanzende ballonnen waar de kleine dieren uit de omgeving van snoepen. En een minuscuul plasje lijkt sprekend op een drinkplaats in een Afrikaans wildpark, met twee mieren in de rol van dorstig groot wild.

De makers van de film hebben zich sinds hun afstuderen, begin jaren zeventig, nauwelijks beziggehouden met wetenschappelijk werk in de traditionele zin van het woord. In plaats daarvan gebruikten zij hun kennis voor de vele televisiedocumentaires en fotoboeken over de natuur die zij samenstelden. De wetenschap onder de mensen brengen dus.

Naar eigen zeggen hebben Pérennou en Nuridsany daarbij in Microcosmos sensationeel geweld zo veel mogelijk vermeden: ze hebben de insecten en andere beestjes willen neerzetten als gewone soorten die ook wel eens wat anders doen dan vechten. De kleine dieren hebben ze willen 'rehabiliteren' door ze zo 'menselijk' mogelijk neer te zetten.

Wat dat in dit geval precies betekent, is niet helemaal duidelijk. Misschien doelen de makers op de liefdesscènes: de parende lieveheersbeestjes of de sierlijke vrijpartij van twee slakken, een wonderschoon ballet van slijmerige lichaamsdelen dat een van de hoogtepunten van de film vormt.

De scène met de mieren die voorraden aanleggen, is inderdaad bijna menselijk. Zaden, stengels en andere bruikbare waar, vaak groter dan de mieren zelf, worden in hoog tempo uit alle hoeken en gaten vandaan gesleept en naar het voorraadhol gebracht. Als geschoolde magazijnknechten, zo kun je prachtig zien door de achterkant van het hol, stouwen de mieren de spullen op: alles brengen ze zoveel mogelijk naar achteren om de ruimte optimaal te benutten.

Het verfilmen van al het geploeter om te overleven, levert indrukken van de vaak soortgebonden eigenaardigheden van de diertjes. Het geboren worden bijvoorbeeld, of het ontstijgen aan het larvestadium. Dat laatste is mooi in beeld gebracht aan het eind als een mug langzaam uit het water oprijst, door de oppervlaktespanning heen. En uiteraard zijn er de vlinders die uit hun pop kruipen.

Spectaculair is de optocht van de processierupsen, de harige beestjes die vorig jaar in Nederland nog zoveel overlast veroorzaakten. Strak achter elkaar marcheren ze naar de plaats waar ze zich gaan verpoppen, steeds meer rijen komen erbij totdat er een gigantische, ritselende menigte ontstaat.

Een ander merkwaardig beest in de film is de waterspin. Je ziet hoe Argyrometa aquatica zijn onderwaterhuis bouwt van luchtbellen die hij van de oppervlakte haalt. Als hij klaar is, nestelt hij zich in zijn luchtwoning als een onderzoeker in een duikerklok.

De manier waarop Microcosmos dit alles in beeld brengt, wekt een sensatie op van meer-dan-echtheid. Die wordt versterkt door het geluid. Zachtjes maar duidelijk klinkt het getrippel van de pootjes van een lieveheersbeestje op een stengel of het geruis van zijn vleugels. Luider is het geknisper van wriemelende mieren of rupsen die van een blad eten. Nog harder is het brommen van bijen en hommels in stereo.

Keihard is het geluid van de meest gewelddadige scène in de film. Een gigantisch monster, een fazant, landt met een enorme klap op de grond. Met luide tjomp-tjomp-geluiden pikt hij in snel tempo vele mieren op voordat zijn schaduw over hun kleine wereld weer verdwijnt. Pérennou en Nuridsany hebben het geweld dus niet helemaal uitgebannen, zoals ook blijkt uit de scènes van vechtende mieren en vliegende herten.

Dat die vliegende herten strijden om het recht om te paren, zul je in Microcosmos niet horen zeggen. Evenmin verneemt de kijker dat de gigantische kaken waarmee deze kevers elkaar te lijf gaan, een hindernis vormen bij het eten. En dat mestkevers hun mestballen gebruiken als voedsel voor hun larven blijft ook onvermeld.

Het afzien van didactiek is een bewuste keuze van de makers geweest. Ze wilden een mooie kijkfilm maken en daar zijn ze in geslaagd. Maar wie uitleg wil bij bewegende beelden, is nog altijd aangewezen op de gewone natuurdocumentaire. Nuridsany en Pérennou hebben de David Attenboroughs nog niet werkloos gemaakt.

Eric Hendriks

Claude Nuridsany en Marie Pérennou (regie): Microcosmos

Te zien in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam , Arnhem, Eindhoven, Groningen, Nijmegen, Tilburg, Utrecht en Wageningen.

Meer over