Graven naar de wieg van de wijsbegeerte

Scherven uit de vierde eeuw voor Christus wezen de archeologe Efi Lygouri de weg naar de grootste ontdekking uit haar carrière....

'IK BEN MEZELF niet meer', zegt de Griekse archeologe Efi Lygouri. 'Mijn hoofd loopt om sinds de ontdekking. Er wordt ook zó hard aan me getrokken. Logisch, want het is een vondst van de eerste orde.' Lygouri heeft redenen om zich in de war te voelen. Ze is er immers zeker van dat ze de wieg van de westerse wijsbegeerte heeft opgegraven: het Lyceum van Aristoteles. Die zekerheid wordt niet door iedereen gedeeld.

Griekenland grossiert de laatste tijd in grote archeologische vondsten. De drinkbeker van Euripides. Een vijfduizend jaar oude acropolis aan de oostkust van Attica. De botten van slachtoffers van de pest van 429 voor Christus in Athene. De villa van Herodes Atticus in Loukou op de Peloponnesus. Een theater, een tempel en topbeelden in Messini. Belangrijke vondsten bij de aanleg van een gaspijplijn en bij de verbreding van de snelweg Athene-Thessaloniki. En vooral het Lyceum van Aristoteles. Spectaculair, die vondsten. Maar zijn ze ook echt?

Tussen de Atheense verkeersaders Venizélou en Vassiléos Konstandínou loopt, iets ten oosten van de Nationale Tuin, de Rigíllis-straat. Iedereen in Athene kent die straat, want daar zetelt Nieuwe Democratie, de grootste oppositiepartij. Tegenover dat gebouw heeft tot 1966 een kazerne gestaan. Een stadsparkje en een parkeerplaats zijn ervoor in de plaats gekomen.

Door de opgravingen van mei tot december vorig jaar is dit enigszins hellende terrein drie tot zes meter uitgediept. Park en parkeerruimte hebben plaats gemaakt voor een soort bouwput. Daarin ligt een lappendeken van een paar honderd vierkante meter: vloeren, fundamenten, bakstenen muurtjes, sleuven, restanten van vertrekken, een soort zwembadje, een stenen waterleiding en andere constructies. Dit is, als we opgraafster Efi Lygouri en de Griekse regering mogen geloven, het roemruchte Lyceum van Aristoteles, de eerste universiteit van Europa.

De toegang tot het terrein is afgesloten met twee linten. Tegen een kort bezoek maakt de bewaker geen bezwaar, al ligt het woord apogoréwetè ('verboden'), hem in de mond bestorven. Hier en daar liggen plassen, restanten van de zware regens van de laatste tijd. Ongeveer een derde van het terrein moet nog worden opgegraven. Dat gaat binnenkort gebeuren. Het is goed mogelijk dat het complex zich verder uitstrekt onder de aangrenzende gebouwen: het Nationaal Odeon en het oorlogsmuseum, beide gebouwd in de junta-tijd, het Byzantijns museum en de officiersmess.

Het bord bij de ingang van het terrein zwijgt over het Lyceum. Er staat een futuristische constructie op afgebeeld: het toekomstige Goulándris-museum voor moderne kunst. De kunststichting van de rijke reders Vassílis en Elíza Goulándris beheert al het museum voor Cycladische kunst in Athene, misschien het beste van de hoofdstad, en het museum op het eiland Andros. Hun nieuwe kunsttempel is een ontwerp van de tachtigjarige Chinese architect I.M. Pei, bekend van de Louvre-piramide in Parijs.

De nieuwbouw had al flink op streek kunnen zijn, als in de ondergrond geen resten uit de oudheid waren aangetroffen. De reders hebben haast, en ze vinden dat de overheid ook haast moet maken. De grond is van de staat. De Stichting Goulandris betaalt de bouwkosten en zal de te exposeren schilderijen aan de staat schenken.

Vorige week besloot de Centrale Archeologische Raad van het ministerie van Cultuur de antieke resten te integreren in het museum, mits het ontwerp grondig wordt aangepast. Een commissie van het ministerie en de stichting zal over deze cohabitatie gaan praten. Een verklaring van Jannis Tzedákis, directeur oudheden van het ministerie, klonk wat dat betreft veelbelovend. 'We zijn zelfs bereid te accepteren', zei hij, 'dat de resten in een souterrain onder het museum komen.'

Hoe weet hij zo zeker dat het inderdaad de overblijfselen van het Lyceum van Aristoteles zijn? De hele archeologische wereld in Griekenland houdt zich bezig met die vraag. En iedereen kijkt er nog eens de bronnen op na. Die zeggen dat in de zesde eeuw voor Christus, in de tijd van Peisistratos, drie gymnasia werden gesticht in de bossen buiten de stadmuren van Athene. Dat waren scholen waar de Atheense jongemannen hun militaire opleiding kregen, sportwedstrijden hielden en lessen volgden.

Met hun oefening van lichaam en geest hebben de gymnasia beslissend bijgedragen aan de verwezenlijking van het Griekse harmonie-ideaal. Net als de Romeinse thermen waren het ook sociale clubs, waar het prettig toeven was. Het woord gumnásion komt van gumnós, naakt, omdat de oud-Griekse sportkleding het adamskostuum was. Voor zo'n gymnasium was veel ruimte en veel water nodig. Daarom kwamen ze buiten de bebouwde kom, vlakbij de rivieren.

Het sprak vanzelf dat de gymnasia retoren en filosofen aantrokken, want ze waren de ideale plek om leerlingen te recruteren en les te geven. De klassieke auteurs noemen de namen van drie gymnasia: Kunosárges, Akademeía (Academie) en Lúkeion (Lyceum). Het Kunosárges-gymnasium is dankzij twee inscripties gelokaliseerd ten zuiden van het oude Athene bij de Ilissos-rivier. De Academie, waar Plato zijn filosofiecolleges gaf, lag in een bos ten noordwesten van de stad. De resten van dat complex zijn opgegraven. Een van de opgravers was Efi Lygouri.

Tot voor kort gingen die resten schuil onder een smerige troep. Er zijn nu parkjes aangelegd, waar veel bezoekers worden verwacht. Maar de plek ligt ver buiten het gewone toeristencircuit. De enige bezoekers zijn een paar jongens die op een bankje bij het beroemde Academie-gymnasium een joint opsteken. Aan onderhoud is niet gedacht. De fundamenten zijn al grotendeels overwoekerd.

Aristoteles (384-322 voor Christus), een artsenzoon uit de Macedonische stad Stagira, is twintig jaar op de Academie geweest. Eerst als leerling van Plato, daarna als leraar welsprekendheid en als schrijver van filosofische werken. Na Plato's dood in 347 verliet hij Athene. Vijf jaar later werd hij privéleraar van de toen veertienjarige Alexander de Grote. Toen deze zich opmaakte om de wijde wereld in te tekken, keerde Aristoteles in 335 naar Athene terug.

Hij vestigde zich in het Lyceum, waar de politicus Lycurgus een nieuw gymnasium had gebouwd. De naam slaat op de naburige tempel van de wolvenverjagende Apollo. De zuilengang (perípatos) van het Lyceum heeft de aristotelische wijsgeren de naam peripatetici ('rondwandelaars') bezorgd. Na de dood van Alexander in 323 werd Aristoteles beticht van gebrek aan respect. Hij vluchtte en stierf een jaar later. Het Lyceum heeft daarna nog ruim acht eeuwen gefunctioneerd.

Waar stond het Lyceum? De archeologen waren het grofweg eens: ergens tussen de Nationale Tuin en het standbeeld van Truman, ten noord-westen van de oude stad. Maar waar precies? Efi Lygouri - ze graaft al 21 jaar, sinds 1983 in Athene - wist het ook niet toen ze aan het werk ging op de plek waar het Goulándris-museum moest komen.

Aanvankelijk dacht ze dat ze de fundamenten had gevonden van een grote villa uit de Romeinse tijd. Dat baarde geen opzien, want Grieken halen hun neus op voor de Romeinse archeologie. Waarom dacht ze dat het een Romeinse villa was? Lygouri: 'Omdat we in de bovenste lagen alleen resten vonden uit de Romeinse tijd. Die lagen waren flink aangetast door het anderhalve meter diepe fundamenten van de kazerne die vroeger op het terrein heeft gestaan. Maar toen we dieper gingen graven, vonden we scherven uit de vierde eeuw voor Christus.'

Kleine scherven? Grote scherven? 'Kleine scherven uit de hellenistische tijd.' Maar wat zegt dat over de datering? Kunnen de fundamenten niet een stuk jonger zijn dan de scherven? 'Uitgesloten. Ook de constructie van de muren wijst op de vierde eeuw voor Christus.' Lygouri is zeker van haar zaak: 'Ik heb ontdekt dat het gebouw dat we hebben opgegraven, de palaestra (worstelplaats) is van de vierde eeuw voor Christus. Dat gebouw is, met allerlei wijzigingen maar op dezelfde plattegrond, blijven bestaan tot de zevende eeuw na Christus.'

De literaire bronnen vermelden drie gymnasia in het oude Athene. Maar wie zegt dat het er niet meer waren? Twee zijn er gevonden. Wie weet is het door Lygouri opgegraven gebouw een nog onbekend gymnasium. Nee, zegt ze, 'er waren drie hoofdgymnasia en een paar kleinere worstelarena's. De omvang van het gebouw dat ik heb gevonden, bewijst dat het een van de hoofdgymnasia was. Het Lyceum dus. De topografische gegevens van de antieke auteurs kloppen, zoals de nabijheid van de rivier de Ilissos.'

Veel archeologen zijn niet overtuigd. Zeker, Lygouri staat bekend als een serieuze archeologe, en niet als een beunhaas zoals Liana Souvaltzi, de Griekse archeologe en fantaste die in 1995 beweerde dat zij in de Siwa-oase in Egypte het graf van Alexander de Grote had ontdekt. Maar sommigen vinden de bewijzen die Lygouri aanvoert erg mager. 'Waren er maar inscripties', roepen twijfelende Griekse en buitenlandse vakgenoten. Sommigen spreken van een Lyceum-hype. Afgunst van collega's?

Andere deskundigen zijn positiever, zoals Aglaía Archontídou, voorzitter van de Griekse Archeologische Vereniging. Weer anderen vinden het verdacht dat de zaak nog vóór een discussie onder archeologen kon ontstaan in de pers is gegooid. Velen schorten hun oordeel op tot de publicatie van de vondsten. Maar waarom heeft het ministerie van Cultuur zo duidelijk vóór de Lyceum-theorie gekozen? De directeur oudheden van het ministerie, Jannis Tzedákis, moet wel heel zeker van zijn zaak zijn geweest toen hij de bouw van het Goulándris-museum stopzette.

De felste kritiek is tot nu toe gekomen van Olga Palagía, hoogleraar archeologie aan de universiteit van Athene. Ze heeft haar mening op Internet gezet. De opgegraven resten, meldt ze, zijn afkomstig van een laat-Romeins badhuis. Er zijn geen klassieke muren, klassieke funderingen of inscripties. Ze wijst erop dat de tempel van Apólloon Lúkeios, die dichtbij het Lyceum stond, niet is gevonden. Maar die ligt misschien onder een modern gebouw. De nabijheid van de Ilissos betekent volgens haar nog niet dat het opgegraven gebouw het Lyceum is.

Professor Palagía weigert toelichting: 'Mijn regering heeft me in een lastig parket gebracht. Ze heeft de vondst van het Lyceum aangekondigd. Als ik dat tegenspreek, ga ik misschien de gevangenis in.'

Wat vindt Efi Lygouri van die kritiek? 'In april zal ik mijn standpunt tot in de details uiteenzetten. Iedereen zal het accepteren. Daar ben ik zeker van.'

Meer over