ColumnRinske van de Goor

Goed dat het ministerie eindelijk al dat tuig in de zorg eens aanpakt

null Beeld

Goed nieuws voor Nederland: de zorgverleners worden eindelijk aangepakt. Allereerst moeten zorgverleners eindelijk maatschappelijk verantwoorden waar het collectieve zorggeld aan wordt uitgegeven. 21 september gaat namelijk de Regeling jaarverantwoording WMG in, en dat houdt in dat zorgpraktijken jaarlijks een vragenlijst moeten invullen met meer dan 65 vragen. Dat kost ongeveer 54 duizend uren die zij dan niet aan onze patiënten kunnen besteden.

1 januari 2022 draait VWS de duimschroeven verder aan. Dan treedt de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) namelijk in, met nog meer verplichtingen voor zorgverleners: een meldplicht, vergunningsplicht en eisen aan de bestuursstructuur.

De meldplicht houdt in dat elke zorgpraktijk zich moet aanmelden bij de Inspectie. De Inspectie gaat dan vaker en pro-actiever ingezet worden op zorgverleners.

De vergunningsplicht betekent dat elke zorgpraktijk met meer dan 10 mensen interne procedures moet vastleggen, een intern toezichthouder moet aanstellen en soms een cliëntenraad.

De eisen aan de bestuursstructuur betekent dat zorgpraktijken met meer dan 25 mensen – en daar kom je met wat assistentes en verpleegkundigen al snel aan – een intern onafhankelijk toezichthouder moeten aanstellen, bijvoorbeeld een raad van commissarissen en daar geregeld schriftelijk aan moeten rapporteren.

Zo gaat meer en meer zorggeld op aan aantonen dat het zorggeld verantwoord wordt besteed. Waarom al deze nieuwe extra bewijslast? Zoals VWS op zijn website het verwoordt: ‘Dit is nodig om de transparantie en verantwoording in de sector, en het bewustzijn over kwaliteit te vergroten.’ Ik heb VWS gevraagd welke concrete problemen er met zorgverleners dan waren en hoe deze wetten die oplossen. Het verrassende antwoord daarop is ‘het afleggen van maatschappelijke verantwoording over de besteding van collectieve middelen’.

De afgelopen twee coronajaren hebben zorgverleners immers bewezen dat ze onbetrouwbaar zijn. Goed, terwijl heel Nederland stillag, zwoegden zij door, en zonder morren verzorgden zij, toen nog ongevaccineerd, met risico voor zichzelf en hun naasten de coronapatiënten. Nog steeds is er geen rust, en werken veel zorgverleners zich een slag in de rondte, nu om de inhaalzorg weg te werken. Velen zijn uitgeput en het ziekteverzuim in de zorg is, ook in de huisartsenzorg, nog nooit zo hoog geweest.

Hoog tijd dus dat zorgverleners zich maatschappelijk verantwoorden. Die jaarlijkse vragenlijst met meer dan 65 vragen, meer toezichthouders en meer interne procedures zullen zeker helpen.

De Landelijke Huisartsen Vereniging heeft samen met een grote groep andere zorgaanbieders bezwaar gemaakt tegen de nieuwe wetten. Het geld in bijvoorbeeld de huisartsenzorg en in de thuiszorg is al precies te traceren: gedeclareerde zorgtijd moet al per 5 minuten aangetoond worden. Alle data over het zorggeld zijn er. Maar al die zorgorganisaties preken natuurlijk voor eigen parochie: de zorgverleners. Bezwaren verworpen dus.

Goed dat VWS eindelijk al dat tuig in de zorg eens aanpakt! Natuurlijk zal dit de paar zorgverleners die wel te goeder trouw werken demoraliseren en het zal veel tijd kosten, tijd die ze niet aan patiëntenzorg kunnen besteden. En het zal zeker een aantal zorgverleners de Ziektewet in en de zorg uit jagen, maar ach. Zorgverleners zat, immers.

Namens alle zorgverleners: dank je wel VWS. Wat zal de zorg opknappen. Dit gaat beslist levens redden.

Rinske van de Goor is huisarts

Meer over