Giddens verdedigt zijn Derde Weg

WIM KOK was er ook bij, precies een jaar geleden in Washington. Tussen de bedrijven van de Kosovo-oorlog door wilde Bill Clinton graag een goed gesprek over de Derde Weg, een progressief perspectief voor de 21ste eeuw....

Hans Wansink

De PvdA-leider, die zich in Nederland verre houdt van aanstootgevende politieke uitspraken, liet zich in Washington verleiden tot een coming out: 'Kok gaf toe dat hij de benadering van de Derde Weg heel aantrekkelijk vond, maar wees erop dat de Nederlandse sociaal-democraten al uit zichzelf tot hetzelfde beleid waren gekomen', schrijft Anthony Giddens in The Third Way and its Critics.

Dit boek, een vervolg op The Third Way uit 1998, is een heldere verdediging van het nieuwe denkraam dat hij voor de Britse Labour Party heeft ontwikkeld. Giddens, een productief socioloog, is directeur van de London School of Economics. Zijn boek Beyond Left and Right uit 1994 maakte hem tot de interessantste theoreticus van de sociaal-democratie.

Kok was belangrijk voor Clinton en Blair. Via Nederland wilden beide vernieuwers een brug slaan naar het Europese vasteland. Deze opzet slaagde. Schröder schreef kort na de bijeenkomst in Washington met Blair een pamflet tegen het oude sociaal-democratische denken. De belangrijkste zin luidt: 'De wezenlijke functie van markten moet niet door politieke actie worden gehinderd, maar aangevuld en verbeterd.'

Ook D'Alema wilde de goede stemming in Washington niet bederven. De Europese verzorgingsstaten, analyseerde de nieuwbakken sociaal-democraat, zijn zo bureaucratisch geworden dat ze de economische ontwikkeling vertragen. Zijn oplossing: minder protectie, minder centralisme, een kleinere nationale overheid en meer investeren in onderwijs.

De Derde Weg is tot dusver nogal vaag gebleven. Het begon als een ruk naar rechts van progressieve partijleiders die graag wilden regeren. De Amerikaanse Democraten en de Britse Labour Party verloren in de jaren tachtig steeds de verkiezingen. Clinton en Blair verbraken de ban door het politieke en sociale midden te veroveren.

Clinton en Blair presenteerden hun programma als een 'politiek zonder tegenstanders'. Ze omarmden het bedrijfsleven en namen de liberale kritiek op de gezwollen overheid over. Tegelijkertijd spraken zij de burger aan op zijn plichten jegens gezin, buurt en vaderland.

Dat gezin - niet in zijn patriarchale, maar in zijn moderne, egalitaire gedaante - werd door Clinton en Blair gerehabiliteerd als hoeksteen van de samenleving. Ook de misdaad, een ander favoriet programmapunt van rechts, was niet veilig voor Clinton en Blair. Crimineel gedrag mocht niet langer verontschuldigd worden met het argument van een ellendige jeugd.

Dat het recept van de Derde Weg heeft gewerkt, valt niet te ontkennen. Sociaal-democraten zijn niet langer de verliezers die zich in de bureaucratieën van de non-profitsector hebben verschanst tegen de boze buitenwereld. Ze wisten het electoraat over de volle breedte ervan te overtuigen dat de sociale markteconomie bij hen in goede handen is.

Die overtuigingskracht kan evenwel snel wegebben. Wanneer de aanhangers van de Derde Weg hun gedachtegoed niet scherper onder woorden weten te brengen, zal de kritiek heviger worden.

Die kritiek is al niet mals. Ze komt zowel van rechts als van links, en heeft betrekking op de 'fundamentele leegte' van het concept, dat het liberale Britse weekblad The Economist vergeleek met een opblaasbare pop waar je geen vat op krijgt. 'Als je hem bij zijn ene been beet hebt, stroomt alle hete lucht naar het andere.' Linkse critici vinden dat de Derde weg zo breed is geworden, 'dat het meer een politieke parkeerplaats is dan een weg die waar dan ook heen leidt'.

Het antwoord dat Giddens in zijn nieuwe boek geeft, begint met de constatering dat zowel oud links als nieuw rechts op een dood spoor is beland. De oude linkse klassenpolitiek, waarbij de massa van de arbeiders tegenover de kapitalistische bazen stond, is door de economische ontwikkeling achterhaald. In de kenniseconomie kiest de geëmancipeerde burger zelf zijn manier van leven, inclusief consumptiepatroon en seksualiteit.

Sociaal-democraten, houdt Giddens zijn linkse critici voor, moeten hun vijandige houding tegenover de markt laten varen. De markt zorgt niet alleen voor veel meer welvaart dan welk ander denkbaar systeem van productie en distributie, maar beschikt bovendien over een 'verborgen programma'. Goed gereguleerde markten zorgen voor een vreedzame uitwisseling tussen vrije mensen, die met elkaars wensen rekening houden zonder tussenkomst van bureaucratie of autoritair gezag. Het marktmechanisme levert continu signalen aan producenten, handelaars en klanten en is juist om die reden superieur aan de geleide economie. Conclusie: links moet leren zich op zijn gemak te voelen met de markt.

Giddens voegt daar meteen aan toe dat markten zichzelf niet kunnen reguleren. Losgeslagen markten vallen ten prooi aan conjuncturele schommelingen en tenderen naar monopolisme. Het belangrijkste programmapunt van de sociaal-democraten van de Derde Weg is dan ook een internationale economische politiek die monopolies breekt, eerlijke concurrentie bevordert en de technologische ontwikkelingen in veilige banen leidt.

In de media-industrie dreigt niet alleen de consument, maar ook de pluriformiteit en de democratie het slachtoffer te worden van monopolievorming. Daarom pleit Giddens voor het openhouden van een publieke ruimte voor communicatie, die vrij is van commerciële invloeden.

Nog minder liberaal is het appèl van Giddens om een tegenwicht tegen multinationale ondernemingen op te bouwen. Samenwerking van overheden met internationale milieuorganisaties en vakbonden moet ondernemers dwingen tot maatschappelijke verantwoordelijkheid. Giddens is een voorstander van het verstrekken van aandelen door bedrijven aan hun werknemers.

Giddens is dus geen sentimentele marktfundamentalist. Maar ook tegenover de staat koestert hij weinig affectie. Sterker: de liberale tegenstanders van de gezwollen staat hebben volgens hem gelijk. Staatsbemoeienis leidt tot afhankelijkheid, gebrek aan activiteit, politieke klantenbinding, willekeur, cynisme, verspilling van belastinggeld, het vermijden van verantwoordelijkheid, vijandigheid tegenover vernieuwing en uiteindelijk tot corruptie. En dit alles aan beide kanten van het loket: zowel bij de verstrekkende bureaucraat als bij de vragende burger.

Geen wonder, vervolgt Giddens, dat de kiezers apathisch zijn en de politiek een corrupt zootje vinden. Zijn antwoord: de staat moet minder log zijn, maar wel sterker. De democratie moet opnieuw gedemocratiseerd worden: weg met privileges, achterkamertjespolitiek en patronage. Deze praktijken werden misschien vroeger voor lief genomen, in de informatiemaatschappij eist de burger openheid en verantwoording.

Giddens presenteert zijn Derde Weg als een nieuw perspectief voor links, een modernisering van de sociaal-democratie. Maar het aardige is dat hij nog eens duidelijk maakt hoe irrelevant die indeling tussen rechts en links intussen geworden is. Giddens berust niet in postmoderne lauwheid, bij hem is er geen sprake van relativering van het belang van de politiek.

Het originele van Giddens Derde Weg is zijn appèl voor een internationaal politiek offensief. De volgende stap die de tot het centrum van de macht doorgedrongen neo-sociaal-democraten moeten nemen is het formuleren van een politiek antwoord op de mondialisering, die nu als een vloedgolf over ons heen lijkt te spoelen.

Giddens: 'Een mondiale crisis is nooit ver weg. Wanneer de dingen misgaan in een wereld van systemen die steeds meer van elkaar afhankelijk zijn, gaan ze vaak heel erg mis. Een financiële wereldcrisis zal veel grotere gevolgen hebben dan de beurskrach van 1929. Het broeikaseffect kan het klimaat op wereldschaal aantasten. Daarom moeten wij onze inspanningen verdubbelen om effectieve mondiale regels tot stand te brengen. Anders kan de komende eeuw wel eens nog wreder en verwoestender uitpakken dan de voorbije eeuw.'

Meer over