ACHTERGRONDSLAVERNIJ IN MEXICO

Gevonden skeletten vertellen naargeestig verhaal over Afrikaanse slaven in Mexico van 16de eeuw

Rijke Spaanse koloniste met slavin, een schilderij van Vicente Alban uit de collectie van het Museo de las Américas in Madrid.Beeld Universal Images Group via Getty

Ze waren ondervoed, ze werden mishandeld, ze hadden infectieziekten meegenomen uit Afrika en ze moesten zware lichamelijke arbeid verrichten. Drie skeletten, gevonden in Mexico-Stad, vertellen een naargeestig verhaal over de slavernij in de 16de eeuw. 

Het zijn stoffelijke overschotten van Afrikanen die in de beginperiode van het Europese kolonialisme door de Spanjaarden naar de Nieuwe Wereld werden verscheept.

Een internationaal team van wetenschappers schetst in Current Biology aan de hand van chemische en genetische analyses van de skeletten een beeld van het leven van deze drie Afrikanen, die zo’n 500 jaar geleden hun laatste rustplaats vonden in een massagraf bij een voormalig koloniaal hospitaal. Ze behoorden tot de vroege slachtoffers van de trans-Atlantische slavenhandel, waarbij miljoenen Afrikanen werden gedeporteerd naar Noord- en Zuid-Amerika. De Spanjaarden transporteerden tussen het begin van de 16de eeuw en de helft van de 19de eeuw ongeveer een miljoen slaven naar hun koloniën. Een daarvan omvatte onder meer het huidige Mexico.

De onderzoekers concluderen dat de stoffelijke resten afkomstig zijn van mannen uit West-Afrika, dat ze in hun nieuwe omgeving een onmenselijk zwaar leven hebben gehad en dat ze vroegtijdig zijn gestorven. ‘Dankzij moderne technieken hebben we grote hoeveelheden gegevens kunnen verzamelen uit een kleine hoeveelheid materiaal’, zegt eerste auteur Rodrigo Barquera, verbonden aan het Duitse Max Planck Instituut voor de wetenschap van menselijke geschiedenis.

Schedels van tot slaaf gemaakte AfrikanenBeeld Collection of San José de los Naturales, Osteology Laboratory, (ENAH), Mexico-Stad, Mexico.

Dat de skeletten toebehoren aan Afrikanen blijkt onder meer uit de vorm van hun voortanden: die zijn puntig bijgevijld, hetgeen vaker voorkwam bij bewoners van West-Afrika en Afrikaanse slaven. Uit analyse van isotopen (strontium, koolstof en stikstof) en dna in het gebit blijkt bovendien dat ze als kind voeding hebben gekregen die overeenkomt met het voedsel dat destijds in West-Afrika beschikbaar was.

Beschadigingen aan de botten en afwijkingen van het skelet duiden op verwondingen en uitputtende fysieke arbeid. Een van de drie heeft schotwonden en gebroken ribben. Een ander heeft schedelletsel, toegebracht met een kapmes. Plus een slecht geheelde beenbreuk die leidde tot vergroeiing van de wervelkolom. Verder blijkt dat het dieet onvoldoende was en dat twee van de drie leden aan een chronische infectieziekte.

Een van hen was besmet met een stam van het hepatitis B-virus die tegenwoordig nog voorkomt in West-Afrika. De onderzoekers zeggen geen aanwijzing te hebben dat deze virusstam zich destijds heeft gevestigd in Mexico, maar volgens hen is dit het eerste directe bewijs dat hepatitis B (ontsteking van de lever) als gevolg van de slavenhandel is geïntroduceerd in Latijns-Amerika.

Herinnering aan de wreedheid van de slavenhandel

Een ander was geïnfecteerd met een bacterie die framboesia veroorzaakt, een pijnlijke aandoening die verwant is aan syfilis. Omdat eenzelfde vorm van framboesia is aangetroffen bij een Europeaanse kolonist uit de 17de eeuw, nemen de wetenschappers aan dat deze ziekte om zich heen heeft gegrepen in de kolonie. Alles wijst erop dat de twee al geïnfecteerd waren voordat ze uit Afrika werden weggevoerd, stelt Barquera. De drie mannen zijn waarschijnlijk niet aan deze infecties bezweken, maar tijdens een epidemie aan een andere ziekte overleden. Ze zijn niet ouder geworden dan twintigers of dertigers. 

‘Deze studie toont aan hoe onderzoek naar oud dna belangrijke details kan toevoegen aan ons begrip van individuele levens en van patronen in de trans-Atlantische slavenhandel’, reageert Hannes Schroeder, hoofddocent aan de Universiteit van Kopenhagen. ‘Dit voegt informatie toe over de gezondheid van het drietal. Het herinnert ons nog eens aan de wreedheid van de slavenhandel en de medische gevolgen voor individuen en de bevolking in de Nieuwe Wereld.’

Op zichzelf bewijzen de analyses niet dat het gaat om slaven, zegt Schroeder. ‘Maar gezien de datering van de skeletten, de context waarin ze zijn gevonden, het bewijs van geweld en het feit dat de overgrote meerderheid van Afrikanen die naar de Amerika’s werd gebracht slaven waren, kun je veilig aannemen dat ze inderdaad tot slaaf zijn gemaakt.’

In de Spaanse koloniën werden slaven ongeveer hetzelfde behandeld als in de Nederlandse, zegt Henk Den Heijer, emeritus hoogleraar zeegeschiedenis. ‘In de geschiedschrijving is de Surinaamse slavernij lang geschetst als de wreedste in Amerika. Dat beeld is ontstaan door een boek van de Schots-Nederlandse officier Gabriel Stedman, met name door de gruwelijke prenten daarin. Van andere koloniën zijn zulke prenten niet bekend. Onderzoek heeft aangetoond dat de behandeling van slaven in andere koloniën niet of nauwelijks verschilde van die in Suriname.’

Tot aan het eind van de 18de eeuw werden slaven in de Spaanse koloniën voornamelijk ingezet voor werk in mijnen en slechts beperkt op plantages. In de 19de eeuw brachten de Spanjaarden Afrikanen vooral naar de plantagekoloniën Cuba en Puerto Rico. Dat hield verband met de opkomst van de rietsuikerteelt. Op deze eilanden bestond een vergelijkbaar regime als in Suriname.

Dat met de komst van Afrikanen nieuwe ziekten werden geïntroduceerd, bleek ook in de Nederlandse koloniën in de West. Afrikaanse slaven brachten onder andere malaria, gele koorts en lepra naar Suriname en de Antillen. Den Heijer: ‘De verspreiding van ziekten is onderdeel van de migratie van mensen, dieren en planten ten tijde van de expansie van Europa, de zogeheten Columbian Exchange.’

Haastig begraven

De skeletten van de drie Afrikanen zijn ontdekt in een massagraf dat in de jaren tachtig werd blootgelegd bij de aanleg van een nieuwe metrolijn in Mexico-Stad. Uit documenten blijkt dat de begraafplaats hoorde bij een koloniaal ziekenhuis dat is gebouwd tussen 1529 en 1531. In het graf troffen archeologen tal van skeletten in lagen op elkaar. Dat duidt erop dat ze haastig zijn begraven, waarschijnlijk tijdens een epidemie. De overblijfselen bevinden zich nu in de Nationale School voor Antropologie en Geschiedenis in de Mexicaanse hoofdstad.

Meer over