Generatiekloof in Arabische wereld

DE MAN (21) die in oktober 1994 de Egyptische Nobelprijswinnaar Nagieb Mahfoez een mes in de nek stak en hem levensgevaarlijk verwondde, had niet alleen de bedoeling de persoon Mahfoez te doden, van wie hij overigens nog nooit iets had gelezen, maar ook het symbool Mahfoez....

De schrijver had in 1959 al problemen gehad met de religieuze autoriteiten, die zijn roman Kinderen van onze wijk verboden wegens de seculiere toon en de religieuze symboliek die hij in de roman gebruikte. Toen hij de Nobelprijs voor literatuur won, werd het oude conflict weer opgerakeld en werd de bejaarde schrijver op felle wijze veroordeeld om zijn vermeende antigodsdienstige denkbeelden. Er werd zelfs een fatwa uitgesproken waarin hij tot afvallige werd verklaard, waardoor het voor een gelovige moslim legitiem zou zijn hem te doden.

In zijn nieuwste boek The Dream Palace of the Arabs verbindt Fouad Ajami - Libanees van geboorte en thans hoogleraar aan de Johns Hopkins University in de Verenigde Staten - de persoonlijke lotgevallen van een aantal Arabische schrijvers en intellectuelen met de thema's die een hele generatie in het Midden-Oosten hebben beziggehouden: het Arabisch nationalisme, het debat over de relatie met het Westen en de hervorming van de Arabische politieke en culturele wereld. De titel van het boek is ontleend aan T.E. Lawrence's Seven Pillars of Wisdom waarin deze verklaart voor de Arabieren de fundamenten te hebben willen leggen voor 'an inspired dream palace of their national thoughts'. Volgens Ajami hebben de Arabieren hun eigen droompaleis gebouwd: een intellectueel gebouw van seculier nationalisme en moderniteit.

Ajami poogt te achterhalen wat er van dit gebouw geworden is. Naast een historisch overzicht van de belangrijkste thema's die de intellectuele wereld deze eeuw domineerden, is het boek tevens een persoonlijke zoektocht naar de wereld waarin Ajami's generatie - geboren vlak na de Tweede Wereldoorlog - is opgegroeid. In een viertal essays leidt de begenadigde verteller Ajami de lezer langs de belangrijkste gebeurtenissen uit de jongste Arabische geschiedenis: het trauma van de verloren oorlogen met Israël, de snelle opkomst van de olie-economieën, de Iraanse islamitische revolutie, de Golfoorlog en de economische recessie die in de jaren tachtig om zich heen begon te grijpen.

Via leven, werk en dood van de Libanese dichter Khalil Hawi kijkt Ajami naar het culturele tij dat een generatie Arabische intellectuelen voortbracht in de jaren veertig en vijftig. Hawi was een vernieuwer in de poëzie en een Arabische nationalist pur sang. Belangrijke thema's in zijn gedichten waren de hervorming van de Arabische politieke en culturele wereld, het debat over de relatie met het Westen en de ballast van tradities en eeuwenoude gebruiken.

Hawi pleegde niet geheel zonder symboliek zelfmoord op 6 juni 1982, de dag van de Israëlische invasie in Libanon. In de maanden voor zijn dood was Hawi al teneergeslagen en somber en verklaarde hij het vertrouwen in het geschreven woord en de poëzie te hebben verloren. Het idee van Arabische eenheid waarvoor hij zich zijn hele leven had ingezet, was al enkele jaren op de achtergrond geraakt en de jaren tachtig zouden worden gekenmerkt door de theocratische politiek van ayatollah Khomeini. Deze wist de armen en uitgestotenen voor zich te winnen en een groot deel van de jongeren voelde zich aangesproken door zijn revolutionaire ideeën.

De kern van The Dream Palace of the Arabs is de generatiekloof die vervolgens Ajami is ontstaan tussen de seculiere ouders en hun theocratische kinderen. Beroemde schrijvers en dichters als Adonis, Nizar Qabbani, Abdelrahman Moenif, Sadiq al-Azm en Mahfoez herkenden zich niet meer in de generatie die na hen kwam en die de politieke islam had omhelsd. De aanhangers van een theocratische politiek wisten het voortouw te nemen in een periode waarin de economische groei stokte en de regio in zeer korte tijd was verstedelijkt. Veel jongeren hadden van de welvaart geproefd, maar kregen niet de kans hier voluit aan deel te nemen. Nadat de kelderende olieprijzen in de jaren tachtig tot een recessie hadden geleid, waren de nieuwe stedelingen het eerst de dupe. Ajami verklaart uit deze ontwikkelingen de massale steun voor de theocraten en later tijdens de Golfoorlog de steun voor Saddam Hussein.

In het derde hoofdstuk gaat Ajami specifiek in op de situatie in Egypte, jarenlang intellectueel en politiek centrum van de Arabische wereld. Secularisme en moderniteit blijken hier naast theocratische politiek te bestaan. Het theocratisch alternatief heeft het dagelijks leven nog niet overgenomen, maar dringt wel langzaam maar zeker door in alle geledingen van de samenleving. De fragiele Mahfoez lijkt de verpersoonlijking van deze belegerde moderniteit en hij moet sinds de aanslag op zijn leven zeer tegen zijn zin een lijfwacht naast zich dulden.

In het laatste hoofdstuk komt de omgang van de Arabische intelligentsia met Israël aan bod. Deze buurman en jarenlange vijand is zo dichtbij en toch zo ver weg voor de meesten. Het zionistische project heeft volgens Ajami veel Arabieren gefascineerd en tegelijkertijd afgestoten. Israël was letterlijk en figuurlijk verboden terrein en daarom alleen al interessant.

Ajami ziet in normalisering van de betrekkingen met Israël een belangrijke mogelijkheid om de Arabische moderniteit weer een kans te geven. Hij gaat fel tekeer tegen de Arabische intellectuelen die zich vanuit hun ballingsoorden in Londen of Parijs nog altijd uitspreken tegen Israël om zo hun verloren gegane wereld, het 'droompaleis' van het Arabisch nationalisme, te compenseren dat hen slechts dictatuur en ballingschap heeft gebracht.

Toch heeft The Dream Palace of the Arabs geen pessimistische ondertoon. Via een groep intellectuelen die een nieuwe visie op de Arabische cultuur en nationalisme formuleerden, en de invloed die deze visie op de Arabische wereld heeft gehad, schetst Ajami niet alleen de twintigste-eeuwse cultuurgeschiedenis van het Midden-Oosten. En passant neemt hij ons ook mee naar zijn jeugd en de geschiedenis van zijn eigen familie in het shi'itische zuiden van Libanon en zet hij een aantal lijnen uit waarlangs volgens hem het Arabische politieke en culturele debat in de volgende eeuw zou moeten lopen.

Meer over