ColumnIonica Smeets

Gelukkig woon ik in een land waar het oneerlijkste deel van de verkiezingen zit in het afronden bij de restzetels

null Beeld
Ionica Smeets

Het lijkt zo’n eenvoudige vraag: hoe verdeelt een gemeente de zetels als straks de uitkomst van de gemeenteraadsverkiezingen binnen is? Logischerwijs moet een partij die 10 procent van de stemmen krijgt, ook 10 procent van de zetels krijgen. Maar omdat je alleen met hele zetels werkt, kun je in de problemen komen met afronden.

Stel dat je vijf partijen hebt die elk genoeg stemmen kregen voor 1,6 zetels. Samen zouden zij dan recht hebben op acht zetels. Als je per partij afrondt op hele aantallen, krijgen ze elk twee zetels en hebben ze samen tien zetels. Dat zijn er twee te veel, dus dat kan niet.

Misschien moet je dan maar naar beneden afronden. In dat geval krijgen de vijf partijen elk één zetel en houd je van de acht zetels die ze zouden krijgen nog drie zetels over – en wie moet die dan krijgen?

Daar geeft de kieswet antwoord op. Eerst krijgen alle partijen door af te ronden naar beneden de ‘volle zetels’ waar ze recht op hebben. ‘De overblijvende zetels, die restzetels worden genoemd, worden, indien het aantal te verdelen zetels negentien of meer bedraagt, achtereenvolgens toegewezen aan de lijsten die na toewijzing van de zetel het grootste gemiddelde aantal stemmen per toegewezen zetel hebben. Indien gemiddelden gelijk zijn, beslist zo nodig het lot.’

Hier zie je weer hoe merkwaardig wetten kunnen zijn, want als een gemeente minder dan negentien zetels te verdelen heeft, wordt er een andere – ingewikkeldere – procedure gevolgd.

Maar goed, laten we ons richten op die procedure bij minstens 19 zetels. Neem bijvoorbeeld de Drentse gemeente Aa en Hunze met 21 zetels. Bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen in 2019 werden daar 13.100 stemmen uitgebracht op zes politieke partijen. De grootste partij Combinatie Gemeentebelangen kreeg 5.579 oftewel 42,6 procent van de stemmen. Daarmee zouden ze op 8,9 zetels komen, met de procedure uit de kieswet eindigden ze op 10 zetels. GroenLinks zou met 12,4 procent van de stemmen op 2,6 zetels komen, maar kreeg uiteindelijk 2 zetels.

Sander Lam legt op pyth.eu/restzetelverdeling uit dat je de procedure om restzetels te verdelen kunt zien als het uitrekken van een elastiek. Grote partijen krijgen een groter stuk elastiek en rekken daarmee ook meer uit dan kleine partijtjes. Deze methode werkt in het voordeel van grotere partijen, zoals we ook zagen in het voorbeeld van Aa en Hunze.

In de loop der jaren hebben heel wat politicologen geklaagd dat dit oneerlijk is. Maar er hebben ook weer politicologen bepleit dat het juist een eerlijke methode is. Lam laat zien dat je door met variabelen in het systeem te spelen ervoor kunt kiezen of je grote dan wel juist kleine partijen wil bevoordelen bij het verdelen van de restzetels. Hij concludeert: ‘Het is niet aan wiskundigen om hierin partij te kiezen, wel kunnen wiskundigen verhelderen wat er eigenlijk gebeurt en de politici en politicologen instrumenten aanreiken om hun werk beter te doen.’

Ik geloof dat ik vooral heel gelukkig ben dat ik in een land woon waar het oneerlijkste deel van de verkiezingen zit in het afronden bij de restzetels.

Meer over