Missie Nederland

Geen dier nog in gevaar: zo komen alle diersoorten in Nederland voor 2030 van de rode lijst af

De Volkskrant onderzoekt hoe zes extreem ambitieuze missies voor Nederland – ingestuurd door lezers – nog voor 2030 gerealiseerd kunnen worden. Vandaag: alle diersoorten op de rode lijst buiten de gevarenzone.

Missie NL  Beeld Hilde Harshagen
Missie NLBeeld Hilde Harshagen

Dus u wilde de biodiversiteit redden en alle bedreigde dieren in tien jaar tijd van de rode lijst krijgen? Goed idee; geen zee te hoog. Maar kan het ook? Het korte, simpele antwoord is even simpel als teleurstellend: nee. Maar daar trekken we ons hier niets van aan. Daadkracht begint met durven dromen. Wel eerst de disclaimers.

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) hanteert achttien Rode Lijsten, verdeeld naar soortgroepen die sinds 1950 achteruit zijn gegaan of worden bedreigd. Vier daarvan betreffen plantensoorten, dus blijven er veertien over voor dieren, verdeeld in categorieën als vissen, zoogdieren, maar ook haften en kokerjuffers. De Volkskrantlezer repte (best vreemd) niet over planten, maar veel dieren zouden niet overleven zonder gezonde plantenpopulatie, dus uiteindelijk gaan beide samen. Hier opgeteld hoeven we nog maar 711 soorten te redden, van aardbeivlinder tot vale vleermuis.

Daar zitten haken en ogen aan. Een aantal soorten is bedreigd of achteruitgegaan door klimaatverandering. Daar valt – alleen op internationaal niveau – wat aan te doen, maar mocht je klimaatdoelen al binnen tien jaar halen, dan nog heeft de natuur veel meer tijd nodig om te herstellen van de aangerichte schade. Enige rangorde in de ambities is dus aan te raden. Zo zou het belang van bestuivers als bijen en andere insecten weleens groter kunnen zijn dan het redden van de grutto, hoe symbolisch die laatste ook is voor de Werdegang van de weidevogels.

Ook staan er op de lijsten soorten waarvoor de omstandigheden alleen in kleine gebieden geschikt zijn. De korenwolf hoort bijvoorbeeld typisch op de löss- en leemgronden van Limburg, waarin hij zijn holen graaft. Die grond is nergens anders in Nederland beschikbaar, dus zal de hamster alleen daar verschijnen. Ander voorbeeld: de wolf rukt op, maar nooit zal zijn aanwezigheid meer dan enkele tientallen exemplaren bedragen. Statistisch explosief toegenomen, zal hij in absolute getallen altijd zeldzaam blijven.

Tot slot: de biodiversiteitscrisis is geen nationale, maar een wereldwijde aangelegenheid. Wie de korenwolf in Limburg wil redden, kan misschien beter beginnen in zijn grootste en oorspronkelijke biotoop: Rusland en de Oost-Europese steppen.

Genoeg kanttekeningen, de tijd tikt. Aan het werk.

Benoem een minister voor Biodiversiteit en Kwaliteit Leefomgeving

De biodiversiteitscrisis, zo mogen we het probleem wel noemen, is een complexe kwestie die vraagt om stevig ingrijpen. Polderen is uitgewerkt, het is tijd voor regie, en stevige ook. Dat kun je niet overlaten aan ministeries die elk een deelbelang (landbouw, economie, volkshuisvesting, infrastructuur) vertegenwoordigen en elkaar daardoor permanent in de haren zitten, waardoor alle daadkracht verdampt onder de steeds hetere zon. Komt dat even goed uit: het kabinet zit nog midden in formatiebesprekingen. Dus dat kan alvast snel geregeld.

Wat die minister onder andere moet doen, is het volgende:

Pak de grootste veroorzaker aan

Ja, (vlieg)verkeer, industrie en bouw moeten ook fors schoner, maar dat de Nederlandse landbouw met z’n stikstofemissie een forse vervuiler is, is allang duidelijk. Grondig herzien dus, in goed overleg met welwillende boeren die bereid zijn verder te kijken dan naar intensivering en grootschaligheid. De productie zal moeten transformeren, van dierlijk naar meer plantaardig. De ambitie om ’s werelds grootste exporteur van vlees en gewassen te zijn, is kortzichtig en uit de tijd.

Volkskrant-columnist Frank Kalshoven wees in zijn economierubriek vorig jaar al op een zeer haalbaar plan om de landbouw te hervormen. Samengevat: ‘Koop agrarische grond op, reserveer een piepklein deel ervan voor woningbouw en met de verkoop van de woningbouwgrond betaal je de agrarische grondeigenaren.’

Landbouwers worden niet verplicht, maar wel verleid met een premie van 40 procent boven op de marktprijs van hun grond. Wanneer zij overschakelen op groenere landbouw, levert dat minder op, maar krijgen zij ruime compensatie. Van de 1,2 miljoen hectare opgekochte landbouwgrond zou zo’n 50 duizend nodig zijn voor het bouwen van een miljoen woningen.

Conclusie van Kalshoven: ‘Dit plan heeft een baas nodig.’ Een minister van Biodiversiteit en Kwaliteit Leefomgeving, bijvoorbeeld. Hadden we al gewezen op stap 1?

De individuele boer kan worden gestimuleerd tot andere bedrijfsvoering, zoals strokenteelt en vruchtwisseling. Dan worden op naast elkaar gelegen stroken land verschillende en per jaar wisselende gewassen geteeld, afgewisseld met bloemenstroken. Ziekteverspreiding krijgt zo minder kans, wat een besparing in gifgebruik kan opleveren van wel twintig keer de huidige gebruikte hoeveelheid.

null Beeld Hilde Harshagen
Beeld Hilde Harshagen

Van intensieve naar ‘natuurinclusieve’ landbouw en stedenbouw

Het idee dat het land bestaat uit de losse componenten stad, natuur en landbouw is achterhaald. Het zijn geen strikt gescheiden gebieden meer, ze kunnen vloeiend in elkaar overlopen.

Waar de biodiversiteit vooral op het traditionele boerenland de laatste decennia in rap tempo is afgenomen, is de stad steeds meer een belangrijke bron voor biodiversiteit geworden. Net als mensen vinden vogels en zoogdieren er voedsel, warmte en veiligheid. Insecten leven op in goed voorziene tuinen, zeldzame plantjes duiken soms op tussen de stenen van muren en straten. ‘Natuurinclusief bouwen’ is het nieuwe trefwoord. Gebouwen worden (via bouwbesluiten verplicht) toegankelijk gemaakt voor huismussen, zwaluwen (en vleermuizen).Groene daken en zonnepanelen worden de nieuwe standaard.

Steden en gemeenten gaan hun groen gerichter beheren. Waardoor parken en plantsoenen niet louter meer bestaan uit strak gras met wat behoudende bomen erom, maar uit veel meer typen inheemse en wilde begroeiing, afhankelijk van de ligging en de behoefte. Bermen en parken worden gevarieerder beplant met insectvriendelijke bloemen en kruiden, minder intensief bemaaid en al helemaal niet bespoten. Dat laatste geeft rupsen en andere insecten meer tijd en ruimte om op te groeien.

eikelmuis Beeld Getty
eikelmuisBeeld Getty

Investeer in vooruitgang

Ware ecomodernisten geloven dat alle problemen zijn aan te pakken met louter technologie. Zover gaan we hier niet. Wel vallen aanzienlijke verbeteringen te behalen in technologie op maat. Zoals de gifrobot. Die kan bij ziekten of plagen gericht spuiten (liefst met natuurvriendelijke middelen) op de plekken waar dat echt (en alleen dan) onvermijdelijk is. Zo kan volgens berekeningen twintig keer minder gif gebruikt worden dan wanneer, zoals nu, lukraak een heel perceel bespoten wordt. Een forse slok op een borrel, nu de insectenstand wereldwijd onder zware druk staat als gevolg van pesticidengebruik.

Nog een stap verder gaat pixelteelt Een automatisch karretje rijdt over het boerenland en bekijkt met sensoren per vierkante (centi)meter welk gewas er staat en wat het op dat moment nodig heeft. Ziektes, waterbehoefte, verkleurende bladeren: alle informatie gaat draadloos naar de centrale computer van de boer, die zelf berekent wat de beste verzorging is. Het voordeel: zo kunnen op een klein oppervlak verschillende gewassen worden geteeld, die elkaar op natuurlijke wijze versterken tegen ziekten en plagen. De apparatuur voor dit soort projecten is nog relatief duur. Een daadkrachtige overheid moet dus bijspringen: subsidieer de John Deeres en andere fabrikanten van landbouwmachines voor het produceren ervan, stimuleer de boeren ze aan te schaffen.

Stimuleer de consument

Leve de keuzevrijheid, maar nood breekt wet in tijden van biodiversiteitscrisis. Dus verlaag (of schaf af) de btw op groente en fruit, hef belasting op vlees (en vis van overbeviste soorten), op met gif bespoten producten en niet-biologische producten als bloemen en planten.

Een vleestaks stuwt niet alleen de consument, maar ook de boer: het kan een doeltreffend middel zijn om veehouderij te verduurzamen, stelden onderzoekers van Wageningen Universiteit onlangs vast, mits de overheid de opbrengst na goed overleg met boeren terugsluist naar veehouders die vergroenen en verduurzamen. Zonder dat laatste is een vleestaks zinloos: dan wordt Nederlands vlees al snel meer geëxporteerd en is het milieueffect precies nul.

Net zoals in de land- en tuinbouw wordt gifgebruik grotendeels verboden. Het vrije gebruik van bestrijdingsmiddelen in de particuliere tuin moet uiteraard evenzeer aan banden gelegd; tuincentra worden verplicht natuurvriendelijke alternatieven aan te bieden.

Stimuleer het aanleggen van groene daken en het installeren van zonnepanelen en warmtepompen, voer een tuintegeltaks in voor wie zijn voor- en achtertuin nog altijd geheel vol plaveit met steen. Stel gratis bomen beschikbaar voor wie wil, zoals op verschillende plekken (onder andere in Den Haag) al gebeurt.

Red de vogels, dan volgt de rest vanzelf

Het is een beetje een kwestie van de kip of het ei, maar je moet ergens beginnen. Omdat rond biodiversiteit toch alles met alles samenhangt, beginnen we maar eens met de bedreigde vogels (vergeleken met veertig jaar geleden zijn 9 soorten verdwenen, 10 soorten ‘ernstig bedreigd’, 12 soorten ‘bedreigd’ en nog eens 19 ‘kwetsbaar’). Als die herstellen, betekent dat vanzelf dat hun voedsel (insecten, wormen, muizen, zaden) en leefgebied ook op niveau zijn. Wanneer in steden plantsoenen en bermen niet meer overal strak worden gemaaid, kunnen vlinders, kevers en andere insecten er welig tieren – goed voor de vogels. Sloten krijgen natuurvriendelijke oevers. Gifgebruik wordt taboe, in de stad en op het platteland.

In de natuur krijgt de rivier nog meer ruimte (het belang daarvan is deze zomer weer gebleken). Intensieve en vervuilende landbouw verdwijnt uit de uiterwaarden, hier en daar worden dijken doorgestoken, langs de rivieren ontstaan kolken, moerassen, rivierduinen, ooibossen en rietlanden. Niet alleen water- en moerasvogels profiteren ervan, ook de bever en de otter vinden er een plek. Bossen worden natuurlijk beheerd, met inheemse en spontaan gevestigde boomsoorten, waar spechten, uilen en wielewalen volop jubelen. Ook hier wordt de waterstand niet kunstmatig verlaagd, en krijgen beken volop de ruimte om te kronkelen langs natte oevers.

null Beeld Getty
Beeld Getty

Geef jongeren een luidere stem

Wie meer toekomst voor zich heeft, heeft een groter belang in deze kwestie. In weerwil van wat ouderen soms denken, zijn jongeren zijn wel degelijk betrokken bij de wereld. Ze lopen alleen al vroeg tegen de gevestigde orde aan, die grotendeels bestaat uit ouderen. Zo wordt veranderen bemoeilijkt. Jongeren verdienen in deze kwestie een duidelijker stem en een luisterend oor.

Zo. Aan de slag dus. Is dan dit decennium nog de wereld gered, of op z’n minst alle dieren? Nee, natuurlijk. Rode lijsten zullen altijd blijven bestaan, maar ze zijn wel een stuk korter. En die tien jaar, is dat niet wat te ambitieus? Helaas niet, want alle geraadpleegde deskundigen voor dit verhaal waren het over één ding eens: als we binnen tien jaar het tij niet weten te keren, hoeft het niet meer. Dan is het te laat.

null Beeld Leonie Bos
Beeld Leonie Bos

Voor dit artikel werd onder anderen gesproken met Ruud van Beusekom (Vogelbescherming Nederland), Koos Biesmeijer (ecoloog bij Naturalis en hoogleraar natuurlijk kapitaal aan de Universiteit Leiden), Bas Breman (onderzoeker klimaatadaptatie aan Wageningen Universiteit) en Liesje Mommer (hoogleraar plantenecologie aan Wageningen Universiteit).

De zes missies

Deze zomer zoekt de wetenschapsredactie uit hoe extreem ambitieuze missies voor Nederland – ingestuurd door lezers – nog voor 2030 gerealiseerd kunnen worden.

17 juli: Nederland CO2-negatief

24 juli: Einde aan laaggeletterdheid

31 juli: Niemand eet meer vlees (en niemand mist het)

7 augustus: Iedere winter een Elfstedentocht op ijs in Friesland

14 augustus: Alle diersoorten in Nederland op de rode lijst buiten gevarenzone

21 augustus: Zelfvoorzienende, drijvende stad bouwen

Meer over