F

De afgelopen zestien jaar hebben Duitse onderzoekers de baanbewegingen bestudeerd van 28 sterren die om het centrum van ons Melkwegstelsel draaie...

Door Govert Schilling

De afgelopen zestien jaar hebben Duitse onderzoekers de baanbewegingen bestudeerd van 28 sterren die om het centrum van ons Melkwegstelsel draaien. In dat centrum schuilt een onzichtbaar object, Sagittarius A* geheten, dat ongeveer vier miljoen keer zo zwaar is als onze zon. Na dit onderzoek bestaat er weinig twijfel meer over dat het een superzwaar zwart gat betreft, want ruimte voor een ander, 'normaler' object is er eigenlijk niet. Het onderzoek naar de stellaire baanbewegingen is in 1992 begonnen met de 3,5-meter New Technology Telescope van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili. De laatste zes jaar zijn de waarnemingen gedaan één van de vier 8,2-meter telescopen die de Very Large Telescope van ESO vormen. Daarbij is vast komen te staan dan de 28 sterren op verschillende manieren om het galactisch centrum draaien. De binnenste 22 draaien, als een een zwerm bijen, in willekeurig georiënteerde banen om Sgr A*. Maar de buitenste zes volgen banen die in één hetzelfde vlak liggen, zoals de planeetbanen van ons zonnestelsel. De overgang tussen beide populaties ligt op ongeveer een lichtmaand (800 miljard kilometer) van Sgr A*. Eén van de sterren, die de aanduiding S2 draagt, draait zo snel om het galactisch centrum, dat hij sinds de eerste waarnemingen een complete omloop heeft voltooid. Onduidelijk is nog hoe deze sterren in hun huidige omloopbanen terecht zijn gekomen. Ze zijn veel te jong om van grotere afstand naar Sgr A* toe te zijn gemigreerd. Maar dat ze op hun huidige locatie zijn ontstaan, lijkt evenmin waarschijnlijk: daarvoor zijn de getijkrachten van het zwarte gat veel te groot. Toekomstige waarnemingen, waarbij de vier telescopen van de VLT als interferometer worden gebruikt, zullen hierover wellicht uitsluitsel kunnen geven.

Meer over