Februaristaking in een ander licht

HET PROEFSCHRIFT Oorlog in de stad - Amsterdam 1939-1941 is een bijzonder boek. Dat vinden de auteurs ook. Hun studie, merken zij in de inleiding op, heet nadrukkelijk niet 'Amsterdam in oorlogstijd' of iets dergelijks....

Het zijn al vaak beschreven onderwerpen, maar Roest en Scheren behandelen ze op een weinig traditionele manier. Ze hanteren een mooie, korte, soms gedecideerde, dan weer laconieke stijl van schrijven, en laten zich aan de clichés van de bezettingsgeschiedenis weinig gelegen liggen. Sterker nog, die clichés zijn hun grote vijanden. Eigenlijk hadden ze het liefst een heel nieuw begrippenapparaat ontwikkeld, om huns inziens weinig bruikbare begrippen als Februaristaking, Meidagen of zelfs Tweede Wereldoorlog te vermijden.

Want met de geschiedschrijving van hun onderwerp - en van de bezetting in het algemeen, om niet te zeggen met de hele historische wetenschap - is volgens Roest en Scheren veel mis. De gebeurtenissen in het Amsterdam van het begin van de bezetting, menen zij, zijn altijd bekeken vanuit een veronderstelde tweedeling tussen een machtige en met beleid opererende bezetter en een zo niet machteloze, dan toch primair op de bezetter reagerende Nederlandse wereld van ambtenaren, politiemannen, joden, NSB'ers, communisten, werkverschaffingsarbeiders, enzovoort. Maar, vragen zij, was die bezetter wel zo machtig, en handelde hij wel zo samenhangend?

Om die vraag te beantwoorden, lopen zij nauwgezet van stuk naar stuk en van vergadering tot vergadering het ene bureaucratische oorlogje na het andere na. Hun conclusie is dat Amsterdam aan het begin van de bezetting een strijdtoneel was dat door niemand werd overzien, laat staan beheerst. De partijen - de verschillende Duitse instanties, de gemeente, de communisten, de Nederlandse nazi's, de politie - slopen tastend rond, vaak in een andere richting dan ze dachten, geleid door vage of tegenstrijdige plannen, die eerder draaiden om zelfbehoud dan om de verdediging van enig ideaal. Bij afwezigheid van één dominante macht voerden zij oorlog in de stad.

Vanuit deze gedachte presenteren Roest en Scheren een bepaald iconoclastische reconstructie van de fameuze Februaristaking. Deze is de geschiedenis ingegaan als een plotselinge woede-uitbarsting tegen onrecht, de eerste en enige proteststaking in bezet Europa tegen de jodenvervolging, de kreet van de potige Amsterdammer dat die rotmoffen met hun rotpoten van onze rotjoden moesten afblijven. Niet zo, doceren de auteurs. De Februaristaking was een poging van de CPN om haar politieke positie te verstevigen.

Dat is minder idioot dan het klinkt. Vóór de Duitse aanval op de Sovjet-Unie weigerde de CPN te kiezen tussen de Duitse bezetter en de Engelse bondgenoot; beiden waren imperialistische vijanden van de arbeider. Het was die arbeider wiens gunst zij wilde winnen, ook tijdens de bezetting. En de mogelijkheden daarvoor waren, zoals Roest en Scheren aantonen, verrassend ruim.

De grote vijand van de CPN was niet de bezetter, maar waren de concurrenten in de strijd om de liefde van de werkman: de NSB en het restant van de sociaal-democratie, het gelijkgeschakelde NVV. Hun onderlinge strijd had zich eerder afgespeeld rond de werkverschaffing, waar communisten met succes concessies hadden losgepeuterd - van de toegeeflijke Duitsers. Die Duitsers hadden de communisten evenmin tegengewerkt toen ze eerder in februari stakingen hadden georganiseerd in Amsterdam-Noord. Teneinde haar macht te tonen was de CPN vastbesloten zo snel mogelijk nog een staking te ontketenen.

De beruchte razzia's in de jodenbuurt, op 22 en 23 februari 1941, boden daartoe een prachtige aanleiding. 'Staakt!!! Staakt!!! Staakt!!', riep het beroemde CPN-pamflet; staakt uit solidariteit met de joden, tegen de NSB, en voor verhoging van steun en loon. De staking had een succes dat de aanstichters verbaasde en al snel boven het hoofd groeide. In plaats van een redelijk gecontroleerde bedrijvenstaking, werd het een massale straatdemonstratie die met grof geweld door de bezetter werd neergeslagen; de eerste grootscheepse daad van verzet, heette het later.

Maar zo was het helemaal niet bedoeld, zeggen Roest en Scheren. De CPN wilde de Duitsers niet provoceren, maar alleen laten zien dat ze er was. Het is een verfrissende en goed gedocumenteerde nuancering van het bestaande beeld, die echter wel enige scepsis oproept.

Zou de CPN werkelijk zo puur machtspolitiek hebben gedacht en zo weinig ideologisch dat ze de jodenvervolging als niet meer beschouwde dan een goede aanleiding voor machtsvertoon? En als ze de Duitsers niet tegen zich in het harnas wilde jagen, was deze aanleiding dan niet hoogst ongelukkig gekozen? Daarnaast is de vraag hoe ver de relevantie van dit alles reikt: de aard van de staking werd immers niet bepaald door de bedoelingen van de initiatiefnemers, maar door de motivatie van de stakers. En daarover laten Roest en Scheren zich niet uit.

Zo lijdt het betoog van Oorlog in de stad vaker aan doordraverij. De strekking van het boek is: van nabij gezien vertoont de geschiedenis vooral chaos, en de rode lijn die andere historici daarin zien, is vooral een product van onkunde, vooringenomenheid en gebrek aan nuance. Nu is elke generalisatie bij nauwkeurige beschouwing natuurlijk een vereenvoudiging, maar misschien wel een nuttige. Roest en Scheren hebben te zeer de neiging tegenstrijdigheden op een rijtje te zetten en vervolgens triomfantelijk te beweren dat het allemaal reuze ingewikkeld is, of, in een moment van postmodernistische verdwazing, dat er 'geen waarheid is'.

De voornaamste zwakheid van het boek ligt echter niet in de historische reconstructie, die degelijk is en knap vormgegeven, maar in de verbluffende pretenties van de auteurs. Wat zij doen is een aantal bekende kwesties gedetailleerd en vaak aan de hand van totnogtoe ongebruikte stukken bestuderen. Zij pretenderen een geheel nieuwe vorm van geschiedschrijving te hebben ontdekt, waarbij zij in andermans huid kruipen, niemand op zijn woord geloven, teksten analyseren en scherp in de gaten houden wat voor stuk ze precies onder ogen hebben.

Kortom, zij gebruiken technieken die elke eerstejaars student geschiedenis leert, en de meeste historici ook in de praktijk brengen. Deze te presenteren als eigen ontdekking is niet alleen pedant, maar ook een beetje naïef. Oorlog in de stad is een bijzonder boek. Maar niet zo bijzonder als de auteurs denken.

Bart van der Boom

Friso Roest & Jos Scheren: Oorlog in de stad - Amsterdam 1939-1941.

Van Gennep; 549 pagina's; * 49,90.

ISBN 90 5515 176 9.

Meer over