Een wolf in vissenkleren

In de loop der eeuwen is de vaderlandse natuur door de mens verrijkt met tal van exotische diersoorten. Zo ontpopt de roofblei zich meer en meer als gewaardeerde sportvis....

OOIT MOET DE regering toch ook inzien dat het verstandig is de Betuwelijn af te gelasten. Voor het vervoer over water ligt de infrastructuur immers voor het overgrote deel van nature al kant en klaar. En sinds de opening van het Main-Donau-kanaal in 1992 is voor de binnenvaart een groot deel van Europa onder handbereik gekomen. Dat geldt niet alleen voor de schipper. Ook onder water is de verbeterde Europese infrastructuur ontdekt.

Zo vangen hengelaars de laatste jaren in de grote rivieren, aangrenzende plassen, de Zeeuwse wateren en het IJsselmeer steeds vaker roofbleien. Voor de gemiddelde visser is dat een heel avontuur, want de roofblei is wat in visserskringen een 'aantrekkelijke sportvis' wordt genoemd: een stevige jongen die zich wild verweert.

Geschat wordt dat de blei in Nederland een meter lang kan worden. De meeste zullen echter bij zestig à tachtig centimeter en zes kilogram blijven steken.

De roofblei is een Centraal- en Oost-Europese vissoort, die in 1984 voor het eerst in Nederland werd gevangen, in de Roer. Zeer waarschijnlijk was dat een in Duitsland uitgezet exemplaar. In de jaren negentig nemen de aantallen echter snel toe: van een enkele per jaar naar enkele tientallen in het midden van de jaren negentig. Inmiddels worden de dieren regelmatig aan de haak geslagen. Misschien wel vaker dan gedacht, doordat hengelaars een jongere roofblei kunnen aanzien voor een alver of een winde.

Roofbleien hebben een opvallend grote bek, die tot onder de ogen doorloopt, kleine schubben en deels rood gekleurde vinnen. Ze zijn overwegend zilverachtig gekleurd met een meer witte onderzijde en een donkergroene zweem over de rug.

Als ze hun dooierzak hebben leeggegeten, beginnen de jonge roofbleien direct met het eten van kleine waterdieren, zoals watervlooien. Later ontwikkelen ze zich tot viseters, met af en toe een kikker of een klein eendje als tussendoortje. Voor de jacht sluiten ze zich soms aaneen in groepen. Als een roedel wolven achtervolgen ze dan kleine visjes die ze na een scherpe eindsprint met hun tandeloze bekken ophappen.

Sinds een paar jaar worden er ook kleine roofbleitjes in Nederland gevangen. Volgens drs. Han Walder van de Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij (OVB) wijst dat er op dat de soort zich waarschijnlijk in Nederland voortplant. Hoewel het ook mogelijk is dat het prille broed tijdens hoog water met de Rijn uit Duitsland is meegespoeld.

De roofblei heeft namelijk een voorkeur om zijn eieren af te zetten op stenige ondergrond, bijvoorbeeld op grindbanken. Basaltblokken zouden in Nederland een goed alternatief kunnen vormen, maar als de nood aan de man komt, behelpen de vissen zich ook met een slappere ondergrond om te paaien.

Hoe de roofblei in Nederland terecht is gekomen, is niet geheel duidelijk. Mogelijk spelen uitzettingen in Duitsland een rol, evenals de verbeterde kwaliteit van het Rijnwater, maar de OVB denkt dat de opening van het Main-Donau kanaal in 1992 een belangrijke rol heeft gespeeld.

Deze gegraven verbinding - langs Neurenberg - die de Rijn en de Donau verbindt, biedt vissen uit het oosten de gelegenheid naar West-Europa te emigreren. Zo zijn in Nederland ook waarnemingen gedaan van de blauwneus, een vissoort die eveneens thuishoort in de Elbe en de Donau.

Deze nieuwkomers zijn slechts aanvullingen op de bestaande multiculturele samenleving onder water. Al in de Middeleeuwen werden in Nederland karpers uitgezet en sindsdien zijn er een hoop vissen van elders in onze wateren beland. De Heidemaatschappij speelde daarbij rond de eeuwwisseling een belangrijke rol.

Talloze vissoorten zijn door deze organsiatie beproefd, en vervolgens al dan niet per ongeluk ingeburgerd. Zo wordt vermoed dat Nederland zowel de Amerikaanse hondsvis als de zonnebaars aan deze organisatie te danken heeft. Een enorm succes werd de introductie van de snoekbaars, die door de Heidemaatschappij na 1900 voortvarend ter hand werd genomen. Deze voorganger van de roofblei is commercieel gezien uitgegroeid tot een van de belangrijkste zoetwatervissen.

Misschien kan de eveneens smakelijke roofblei zijn collega naar de kroon steken. Met name in Zuidoost-Europa wordt professioneel op de roofblei gevist. Dat zal Netelenbos leren de waterwegen te onderschatten.

Meer over