Een walvis met een grote bek

In Peru is een fossiele walvis gevonden met een muil vol enorme tanden. De roofpotvis is een nieuwe soort...

Door Ben van Raaij

Leven is schaars, in de Pisco-Ica-woestijn langs de kust van de Stille Oceaan in Zuid-Peru. Vreemd is dat niet: door de regenschaduw van de Andes en de meteorologische invloed van de koele Humboldtstroom valt er, afgezien van de frequente ochtendnevel, geen druppel neerslag.

Versteend leven is er wel volop. Het landschap is bezaaid met haaientanden en walvisbotten, afkomstig uit oude aardlagen die zijn opgestuwd door de Pacifische plaat. Er zijn meer dan driehonderd walvisskeletten gelocaliseerd.

In 2008 ontdekte een paleontologische expeditie van de natuurhistorische musea van Rotterdam, Parijs, Pisa, Lima en Brussel een wel heel bijzonder exemplaar: een onbekende roofpotvis uit het Mioceen, zo’n 12 miljoen jaar oud.

De onderzoekers publiceerden deze week in Nature de beschrijving van het dier, dat Leviathan melvillei is gedoopt, naar de van oorsprong Hebreeuwse naam (Livyatan) van een mythisch zeemonster en de schrijver Herman Melville, auteur van Moby Dick, het epos over een al even mythische witte potvis.

Het fossiel werd ontdekt door Klaas Post, honorair conservator van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam en vishandelaar te Urk. ‘Het eerste wat opviel’, vertelt Jelle Reumer, directeur van het Rotterdamse museum en een van de auteurs, ‘waren grote ronde vormen in wat later de bovenkaak bleek, als van afgebroken olifantstanden. Alleen had je in het Mioceen geen olifanten, en waren dit acht, negen tanden op rij. We dachten meteen: dit is een nieuw beest.’

De paleontologen stelden het fossiel zo snel mogelijk veilig, want de site liep in de weidse vlakte door alle bandensporen nogal in het oog, en de Peruaanse woestijn wordt afgegraasd door fossielenjagers. Het beest werd overgebracht naar het Museo de Historia Natural in Lima, waar het werd gereconstrueerd.

De vondst bestond uit een flink deel van de schedel (3 bij 1,9 meter), de onderkaak en wat losse tanden. Dat is genoeg, zegt Reumer, ‘de kop is het verhaal. De hele systematiek van fossiele walvissen is gebaseerd op schedels.’ En dit was duidelijk een potvis, de grootste ooit gevonden. Met een lengte van 13,5 tot 17,5 meter moet het beest ongeveer even groot zijn geweest als een hedendaagse potvis.

Het verschil zit in de enorme bek van het beest. Waar een moderne potvis – die zijn prooi (diepzee-inktvis) in zijn geheel naar binnen zuigt – alleen kleine tanden in zijn onderkaak heeft, had dit beest formidabele tanden van wel 36 centimeter, in beide kaken. Grote openingen bij zijn slaap wijzen op de aanhechting van zware kaakspieren. Deze roofpotvis, dat kan niet anders, was geen zuiger maar een bijter, die zijn prooi als een orka moet hebben gegrepen en verscheurd.

Wat stond er op zijn menu? Plankton-etende baleinwalvissen, denkt Reumer, die er in het Mioceen volop waren en die met hun dikke vetlaag een rijke bron van calorieën moeten zijn geweest. ‘Voor het eten van zeehond heb je zo’n grote bek niet nodig. De roofpotvis heeft, samen met een 15 meter lange reuzenhaai, aan de top van de voedselketen gestaan.’

De roofpotvis had getuige een opvallend bekken in de schedel (‘een badkuip’, noemt Reumer het) net als de moderne potvis een spermaceti-orgaan. Een klont van witte, vettige substantie, spermaceti of walschot, waaruit vroeger kaarsen en zeep werden gemaakt. Een potvis heeft wel drie ton in zijn kop.

De functie van het orgaan is onduidelijk. Vermoed wordt dat het van belang is voor het drijfvermogen op grote diepte (potvissen duiken tot 3 kilometer diep) of voor de sonar-navigatie die het dier gebruikt. ‘De spermaceti zou als een soort lens teruggekaatste sonar-kliks naar het hoororgaan leiden’, aldus Reumer.

Leviathan roept nog talloze andere vragen op. Hoe is dit beest ontstaan? Is hij uit kleinere voorgangers geëvolueerd? Wanneer is hij uitgestorven? ‘Mogelijk tijdens de afkoeling van het klimaat in het late Mioceen, toen hij zijn hoogcalorische behoeften niet meer kon stillen’, aldus Reumer. En kwam hij alleen in de Stille Oceaan voor of ook wereldwijd, zoals de reuzenhaai? ‘In theorie kan hij ook in de Noordzee hebben geleefd. Ik zou er graag eentje vinden in een grindgat.’

Intrigerend is ook de vraag welke invloed de roofpotvis op de evolutie van de baleinwalvissen heeft gehad. Het aantal soorten walvissen is tegenwoordig veel kleiner dan in het Mioceen, maar hun lichaamsomvang is groter: de blauwe vinvis is zelfs het grootste dier ooit. ‘Mogelijk is er een soort evolutionaire wapenwedloop geweest en zijn baleinwalvissen zo groot geworden om aan predatoren als de roofpotvis en de reuzenhaai te kunnen ontsnappen’, aldus Reumer.

Replica’s van de tanden van de roofpotvis zijn nu te bewonderen in het museum in Rotterdam. Dit najaar komt uit Lima ook een afgietsel van de complete schedel. Een mooie aanvulling op de collectie: Rotterdam heeft al een gewoon potvisskelet en een potvispenis.

Meer over