ColumnJoost Zaat

Een Tiktokkende huisarts, wie durft?

null Beeld

PAO..h staat er op de groene scheefgezakte oude stadsbus. Ernaast een hoge mast en een steil bruggetje, midden in het weiland een soms wat slomig kijkend paard. Een reliek uit het radiozendamateurtijdperk in een eeuwenoud veengebied. Ik fiets er bijna wekelijks langs, maar zie er nooit een mens. Zou daarbinnen af en toe nog iemand naar nieuws uit Irkoetsk luisteren? Papa, Alpha, Omega-1, is er nog nieuws over corona?

Het is een niche met nog zo’n 11- tot 13.000 mensen die een officiële zendlicentie hebben. Ik hoop dat ik ze niet beledig, maar het is een beetje jaren vijftig, de jaren waarin ontdekt werd dat roken longkanker veroorzaakt. De jaren waarin de mondiale tabaksindustrie een campagne optuigde om dat feit onder de mat te schuiven, arbeiders steevast met een sjekkie tussen de lippen op foto’s in de krant stonden, Tata Steel nog gewoon Hoogovens heette en toen ook al vieze wolken over de IJmond uitstootte.

De tijd van de bakelieten telefoon en een tv-net zonder talkshows. Toen huisartsen nog alle informatie in hun hoofd bewaarden of in kriebelig handschrift op groene kartonnen kaartjes schreven. De tijd dat er nog een ziekenfonds was, waarbij fondspatiënten in alle vroegte in de regen stonden en de beter verdienende middenklasse-patiënten ’s middags op afspraak werden geholpen.

Er zijn geen sigaarrokende oude huisartsen meer, die in het echt natuurlijk hun patiënten helemaal niet uit elkaar konden houden, laat staan dat ze precies wisten welke poeiertjes ze zes maanden geleden hadden voorgeschreven. In de afgelopen zeventig jaar hebben huisartsen zich steeds aangepast aan een veranderende vraag van de groep mensen waarvoor ze toegewijd zorgen. Niet altijd van harte, want huisartsen zijn, ook vandaag de dag, behoorlijk behoudend. Net als hun voorgangers in de jaren vijftig, die destijds het door de Duitse bezetters ingevoerde ziekenfonds niet zagen zitten omdat er dan steeds meer mensen met ‘wissewasjes’ zouden komen. De huidige oproep om huisartsenposten niet ‘onnodig’ te bellen, is niks nieuws.

Huisartsen zullen zich moeten aanpassen aan een veranderde maatschappij en een tekort aan dokters (net als in de jaren zestig). Soms is daar druk van buiten voor nodig. Door covid-19 zijn we meer gaan videobellen. Politici, verzekeraars en patiëntenorganisaties willen zorgverleners wettelijk verplichten patiënten de gelegenheid te geven om dat ook na corona te blijven doen. Het lijkt me overdreven om dat in de wet op te nemen, maar het verzet van dokters begrijp ik niet. Het is toch soms veel fijner voor patiënten dat ze niet door de regen naar je toe hoeven? We zijn er toch voor hen?

De tabaksindustrie begrijpt helaas beter hoe je je aanpast: via Tiktok-filmpjes de zegeningen van vapen en de e-sigaret verspreiden. Die werden in 1,5 jaar tijd maar liefst 1,5 miljard keer bekeken en hogelijk gewaardeerd. Met al te veel nostalgische neigingen zullen huisartsen net als zendamateurs naar de periferie van de zorg verdwijnen. Aanpassen is ons zeventig jaar gelukt, dus waarom zou dat nu niet lukken? Een Tiktokkende huisarts, wie durft?