ColumnHuh?!-blog

Een nieuwe deeltjesversneller… rond de maan

null Beeld

Onderzoek naar de wereld van het allerkleinste kan soms plotsklaps ontaarden in een wedstrijdje wie de grootste heeft. Kijk bijvoorbeeld naar de geschiedenis van onderzoeksinstituut Cern in Genève, thuisbasis van de Large Hadron Collider (LHC), momenteel de grootste deeltjesversneller ter wereld. Om die deeltjes te ontdekken, de kleinst mogelijke bouwsteentjes van alles om ons heen, bouwde men daar steeds megalomaner apparaten.

De prijs voor het meest megalomane bouwplan tot nu toe gaat naar twee natuurkundigen van Cern die op wetenschapssite Arxiv onlangs een werkelijk duizelingwekkend voorstel deden, maar daarover later meer.

Eerst terug naar het verleden van dat instituut, dat in 1957 aan het deeltjesversnellen sloeg met de zogeheten synchrocyclotron, tegenwoordig letterlijk een museumstuk. Die kon je nog kwijt in een flink klaslokaal of een bescheiden loods, maar daarna werden de apparaten rap groter. De huidige LHC bestaat uit een ring met een lengte van 27 kilometer onder de grond van Geneve. Daarmee ontdekte men onder meer het bestaan van het zogeheten higgsdeeltje, het deeltje dat alle andere deeltjes hun massa geeft.

En toch willen fysici meer. In hun jacht op almaar exotischer uithoeken van het standaardmodel van de deeltjesfysica, de wiskundige beschrijving die alle bekende deeltjes en hun onderlinge interacties vangt in een formule die past op een koffiemok of t-shirt (twee dingen die je als bezoeker van Cern overigens daadwerkelijk als souvenir kunt aanschaffen) is groot niet langer groot genoeg.

Zo denken ze alvast na over de opvolger van de LHC, een megaversneller van 100 kilometer onder het meer van Genève, kosten zo’n 20 miljard euro, waar deeltjesfysici sinds vorig jaar officiële haalbaarheidsstudies naar verrichten. Of het dat geld waard is, is een politieke vraag, maar fysici stellen dat het ontdekken van de ware wetten van de werkelijkheid heus wat mag kosten (en dat die kennis bovendien, op termijn, zichzelf dubbel en dwars terugverdient).

Toch kan het nog altijd gekker, zo bleek uit het nieuwe voorstel van de twee Cern’ers: een absurde machine van zo’n 11 duizend kilometer omtrek, die deeltjes met duizend keer meer energie op elkaar laat klappen als in de LHC en die, alsof het allemaal nog niet maf genoeg is, niet op aarde maar rond de maan moet verschijnen.

De supermaan, hier boven Spanje, afgelopen mei.   Beeld EPA
De supermaan, hier boven Spanje, afgelopen mei.Beeld EPA

Zo’n versneller bouw je dan het beste (diep) onder de grond, schrijven ze - al kost dat wel wat, qua tijd en geld. En dan hebben we het nog niet eens over de ruim half miljoen krachtige magneten die je ervoor naar de maan moet verslepen. Of over de belachelijke energieconsumptie van zo’n megaproject, grofweg de helft van het huidige menselijke energieverbruik. Dat kun je volgens de auteurs opvangen door ook nog wat reusachtige zonnepanelen op de evenaar van de maan te zetten.

Hilarisch en onrealistisch, dus? Zeker. Maar óók een voorbeeld van natuurkundige creativiteit. Want wie weet: door te denken buiten de aardse kaders van wat wel en niet kan, kan zo’n gedachtenoefening ook zomaar nieuwe inzichten opleveren voor de bouw van die iets minder megalomane versneller onder het meer van Genève.

Meer over