Een museum voor vragen

Dinsdag opent de koningin in Amsterdam newMetropolis, een wetenschapsmuseum dat vooral geen museum wil zijn, maar een stadplein vol inspirerende vragen en ontmoetingen....

Wat ziet Majesteit als haar kogelvrije limousine aanstaande dinsdag de parallelweg van de IJtunnelweg is opgedraaid en stilhoudt aan de trap naar het bordes van newMetropolis? Wat zal ze openen, zo dadelijk? Wie treden er de komende tijd in haar voetspoor? En wat zullen die hier opsteken?

Ze ziet een imposant gebouw, was getekend Renzo Piano, dat als een groenkoperen Vliegende Hollander uit het stadsgeruis van Amsterdam opdoemt. Ze opent zo meteen een prestigieus museum voor wetenschap en techniek. Er zullen leergierige bezoekers komen. En die zullen geïnformeerd worden over de wonderen van het menselijke vernuft.

Althans, dat denkt ze misschien, daar onderaan de trap.

Maar directeur Joost Douma, die haar bovenaan diezelfde trap opwacht, weet beter. Zijn newMetropolis is geen schip, misverstand één, maar een gebouw dat er als een schip uitziet, een beetje als een architectonische metafoor, maar vooral omdat het zo het elegantst in lijn is met de IJ-tunnel eronder.

Het museum is geen museum, misverstand twee, maar een inspirerend stadsplein waar de bezoekers geen bezoekers zijn, misverstand drie, maar deelnemers. Medespelers eigenlijk die, misverstand vier, in newMetropolis vooral intrigerende vragen krijgen aangereikt en niet zozeer kant-en-klare antwoorden.

De directeur, kortom, heeft dinsdag tijdens de eerste rondgang door het gebouw van vijf etages met evenzovele thematische zones, meer dan genoeg uit te leggen.

Dat is Douma (45) wel toevertrouwd. De afgelopen maanden heeft hij, sinds bijna tien jaar de denker achter het centrum, gepraat als Brugman tegen wie het maar horen wilde, extern en intern. Over historische lijnen, over de radicale trendbreuk in het wetenschapsmuseumwezen, over newMetropolis als prototype voor iets heel nieuws, over de stad als educatieve omgeving. Met de negentig miljoen die het centrum heeft gekost een kleine stap voor een mens, maar een grote sprong voor de mensheid.

Douma: 'NewMetropolis is een prototype van een wetenschaps-en techniekmuseum van de vierde generatie. Alles is hier anders. We zijn geen museum, we bewaren niets. We zijn geen exploratorium, want we bieden geen modellen van bestaande apparaten. We zijn geen laboratorium, want we gaan ervan uit dat wetenschap en techniek niet draaien om feiten, maar om vaardigheden.'

In newMetropolis, zegt Douma, wordt het principe van co-design voor het eerst tot het uiterste doorgevoerd. Er zijn omgevingen gecreëerd met werktitels als Interacties, Technologie, Energie, Wetenschap en De Mens, waarin de bezoeker bepaalt wat er precies gebeurt en hoeveel er te ontdekken valt. Een plek voor de spelende mens vanaf pakweg een jaar of zeven oud.

Directe antwoorden zijn er nauwelijks, wetenschap is immers het proces van vragen stellen, steeds adequatere vragen. Het gaat om de dialoog, niet eens zozeer met de natuur, als wel met de andere wetenschappers. In de technologie worden voortdurend keuzes gevraagd. Allemaal mensenwerk, kortom.

En dus ben je er zelf de onderzoeker die de aard van licht en geluid tracht te doorgronden, de tankerkapitein die een olieramp moet zien te voorkomen, een speculant die winst op de beurs najaagt, een webmanager in een mediacentrum, bankier, artiest, een forensisch laborant die bewijsmateriaal in een moordzaak zoekt of het recept voor drop, exploreerder van steenkool, de operator van een ballenfabriek, een automonteur, een bamboeconstructeur.

Er is overwogen bij de uitstallingen bordjes te plaatsen, 'Aanraken aub'. Tientallen intensief getrainde pubieksbegeleiders kijken toe, lichten toe, dagen de schuchteren uit, acteren waar nodig, plakken een pleister en wijzen de weg. Over een jaar, als er geld is voor theaterlicht, spelen echte acteurs in de theaterzaal - nu tijdelijk een expositieruimte - hun wetenschapstheater. In de filmzaal kiest over enige tijd het publiek wendingen in een interactieve speelfilm over, om te beginnen, genetische screening. De meeste stemmen gelden, maar eerst moet er nog geld worden gevonden om de film te realiseren.

Of de formule werkt, weet niemand, dat moet blijken en zal voortdurend worden gemeten. Waar nodig wordt de opzet bijgesteld. Dat die kán aanslaan, hebben proeven in het voormalige NINT in Amsterdam - de voorganger van newMetropolis - overduidelijk aangetoond.

Douma: 'Maar het echte werk begint nu. Wij willen de komende jaren leren hoe je met dit principe van co-design een ademend, levend science centre maakt.' Rijks, Van Gogh, Artis, Madame Tussaud, newMetropolis, dat moet het rijtje van Amsterdamse topattracties worden. Gemikt wordt op een half miljoen bezoekers per jaar. Pakweg 350 duizend is quitte spelen. De wereld, Londen, San Francisco, Helsinki voorop, kijkt toe.

Douma: 'NewMetropolis moet een plaats bieden aan het maatschappelijke debat over wetenschap en techniek, zoals vroeger de stad met haar pleinen en kerken dat deed. Ons science-centrum is een nadrukkelijke toevoeging aan de stad Amsterdam, een verzameling pleinen, een polis in de zin van een laat-Middeleeuwse stad vol debat en inspirerende ontmoetingen.' Alles moet voortdurend veranderen, vernieuwen. Mensen moeten terug willen komen.

In newMetropolis, zegt Douma, staat het informele leren centraal. Hedendaagse volwassenen putten volgens recente onderzoekingen maar liefst viervijfde van hun kennis uit niet-schoolse bronnen als televisie, kranten, hun werk, hun omgeving, de stad met haar congressen, lezingen, exposities. Dat vergt vaardigheden en hulpmiddelen die voor iedereen toegankelijk moeten zijn. NewMetropolis wil het allemaal aanbieden.

Nieuwe en oude media zijn overal in het centrum te raadplegen. De nieuwste wetenschappelijke publicaties zijn er, de 'hotste' sites op Internet, kranten, tijdschriften, deskundigen als het nodig is, lezingen, congressen, manifestaties. Voor docenten uit de regio is er een lab ingericht waar ze hun eigen materiaal kunnen ontwikkelen. In de Verenigde Staten leven de meeste wetenschapsmusea van zulke activiteiten.

Hoog bevlogen? De afgelopen weken hamerden, zaagden, boorden, schilderden en lasten talloze arbeiders ongeveer dag en nacht door om het hogere gedachtengoed tijdig tastbaar te hebben. Programmamakers en ontwerpers zwoegden met rode oogjes. Hosts repeteerden onverstoorbaar hun rollen en probeerden hun uniforms.

Nu staat alles wel ongeveer klaar, vijf etages hoog. De stekkers zitten in het stopcontact, er schijnt licht, de perslucht sist en water stroomt waar het stromen moet. De monitoren lonken, witte jassen en veiligheidsbrillen wachten op de haakjes van het doe-lab. De grote turbine in de energiehal draait.

Het interne computernet werkt. Het script voor het filmprogramma is af, dat wordt een interactieve soap. Nu en dan zal Metropolis van Fritz Lang, monument van pessimisme over technologie, er draaien, afgewisseld met Chaplins opgewekter Modern Times. De winkel is bevoorraad, het bier en de broodjes zijn aangesleept, het dakterras met uitzicht tot aan de verre Amsterdam ArenA betegeld en het beroepskeuzecentrum in de hal is klaar voor de start.

Soms is Douma de laatste week in hemdsmouwen even op zolder te vinden geweest, de vijfde etage die is gewijd aan De Mens. Als hij zich onbespied waande, mocht hij dan graag op een van de computers de interactieve Liefdestest doen, of vaststellen dat de Vijfde van Beethoven voor hem meer geel voelt dan paars. Dan tuurde hij als westerling verbaasd naar het onbewogen gezicht van een Japanner die net is ontslagen en liet hij zijn huidweerstand verraden wat hij voelt bij een naakte man.

Maar het liefst speelde hij een paar minuten met de schaduwwezens op het grote multimediascherm die je achtervolgen en wenken zodat droom en werkelijkheid door elkaar beginnen te lopen. Tot er een fax voor hem kwam, of een telefoontje, of een contract om te tekenen, de leverancier van een plantenbak of een voorlichter met een bericht voor de pers.

Weet je wat ik het liefst wil bereiken, vroeg de onvermoeibare directeur zijn gesprekspartners de laatste weken voor de opening, met een onmiskenbaar vleugje pathos in zijn stem.

Nou?

Dat de bezoeker, zijn gast, met het trotse gevoel hiervandaan gaat dat de mensheid - dat hijzélf - zo mooi in elkaar zit, tot zoveel in staat is. Dat hij doorgronden kan, vragen kan formuleren, keuzes maken. Dat het, om kort te gaan, de moeite waard is dat hij bestaat.

Majesteit, zal Douma daarom aanstaande dinsdag zeggen, er is welbeschouwd geen museum en het is nooit af, maar hier is toch het lint en hier de schaar en gaat Uw gang. En Majesteit zal het allemaal begrijpen als ze eenmaal binnen staat.

Martijn van Calmthout

Meer over