missie nederland

Een krankzinnig plan om Missie Nederland mee af te trappen: zo wordt Nederland CO2-negatief in 2030

De Volkskrant onderzoekt hoe zes extreem ambitieuze missies voor Nederland – ingestuurd door lezers – nog voor 2030 gerealiseerd kunnen worden. Vandaag: maak Nederland klimaatnegatief. Een onmogelijk plan. Dus zeer geschikt om mee te beginnen.

null Beeld Hilde Harshagen
Beeld Hilde Harshagen

Hier gaan over het tij, de maan, de wind en wij, staat er parmantig gebeiteld in het groen uitgeslagen monumentje bij de Oosterscheldekering. De gedenksteen met spreuk van de dichter Ed Leeflang vormt de misschien wel typisch Nederlandse ingetogen bekroning van een van de grootste infrastructurele projecten die ons land ooit heeft gekend: de Deltawerken. Met het project om het land te beschermen tegen de uitwassen van de zee zette Nederland de oerkrachten van de natuur naar zijn hand.

De Deltawerken zijn Nederlands eigen maanmissie. Een ogenschijnlijk onuitvoerbaar plan dat de natie vooruit moet helpen. Nederland (beter: de wereld) staat nu voor een nieuwe uitdaging: het voorkomen van gevaarlijke klimaatverandering. Het doel is bekend: klimaatneutraal in 2050 en 49 of 55 procent CO2-reductie in 2030.

Lezers van de Volkskrant toonden zich niet onder de indruk. Na een oproep welke extreem ambitieuze missie Nederland nog voor het jaar 2030 moet voltooien, kwam u terug met deze opdracht: maak Nederland klimaatnegatief; in plaats van kooldioxide uit te stoten, neemt het land op jaarbasis CO2 uit de atmosfeer.

Een schier onmogelijke opgave. In zo’n korte tijd gaat het nooit lukken het Nederlandse energiesysteem volledig om te gooien. Want vergunningen, te weinig personeel, te weinig materiaal, te weinig ruimte,​ te weinig bewezen technologie,​ te veel weerstand, te duur.

Hoe groot de uitdaging is, merken we nu al aan den lijve. De energietransitie is nog maar nauwelijks begonnen, en het loopt al spaak: te weinig netcapaciteit, te weinig groene waterstof, mopperende burgers, te veel oude fossiele industrie.

Een krankzinnig plan dus. Daarom koren op de molen voor Missie Nederland.

John F. Kennedy had makkelijk praten toen hij verklaarde dat de Verenigde Staten binnen tien jaar een mens op de maan zouden zetten en hem (‘haar’ was toen nog niet zo in beeld) weer veilig terug zouden brengen naar Moeder Aarde.

De overeenkomst tussen Kennedy’s maanmissie en Nederland klimaatnegatief is dat het doel duidelijk is, en een groot deel van de technologie al bestaat; er waren in de jaren zestig al raketten, er waren al mensen in de ruimte geweest.

Hadden de Amerikanen toen gekozen voor business as usual, dan hadden we nu vermoedelijk nog niet op de maan gestaan. Er was versnelling nodig, extreme versnelling. Die wordt zichtbaar als je de raketten vergelijkt uit begin jaren zestig met de Saturnusraket die Apollo 11 naar de maan schoot. Het gevaarte is oneindig veel groter.

Precies dit is wat de energietransitie ook behoeft: alles moet groter. Wat dat betreft hadden Kennedy en Nasa het makkelijk: ze hoefden ‘slechts’ een grotere raket te bouwen (en een maanlander en computers en betere brandstofpompen en, nou ja, u snapt het). Missie Nederland heeft meer en grotere windturbines nodig, meer zon, meer CO2-opslag, meer waterstof, meer elektrische auto’s, trucks en vliegtuigen, meer schone landbouw, meer elektriciteitskabels, meer elektrolysers (installaties die waterstof uit elektriciteit en water maken); meer meer meer.

Zoals een van de geïnterviewden zegt: ‘Kennedy had het makkelijk. Nasa hoefde maar drie man naar de maan te sturen. Met deze missie moeten 17 miljoen Nederlanders naar de maan.’

‘Onmogelijk!’ Dat is bijna steevast het antwoord van experts als je ze vraagt hoe we Nederland in acht jaar tijd CO2-negatief kunnen maken. Maar ook: ‘Leuk, eindelijk weer eens groot denken.’

Dat is wat we doen bij Missie Nederland. Dus ook een paar dingen om onze missie makkelijker te maken: geld speelt een beperkte rol, evenals andere praktische bezwaren, zoals vergunningstrajecten en bewonersprotesten. Die schuiven we op Noord-Koreaanse wijze opzij. Om teleurstellingen te voorkomen: we doen geen exacte berekeningen hoe we daar komen en nemen geitenpaadjes; we zetten de grote lijnen uit, een visie zo u wilt.

Laten we eerst de omvang van het probleem schetsen. Waar kijken we tegenaan? Volgens het RIVM was in 2019 de uitstoot in Nederland 182,5 megaton CO2-equivalenten. Grofweg vijf sectoren zijn daarvoor verantwoordelijk: de industrie, mobiliteit, elektriciteitsopwekking, landbouw en de bebouwde omgeving. Samen stootten deze in 2020 166,4 megaton kooldioxide uit. Dat moet naar nul. Resteert nog ongeveer 17 megaton. Brengen we dat ook naar nul, dan hoeft Nederland in theorie nog maar één boom te planten en we zijn klimaatnegatief. We lopen deze sectoren af en kijken waar kansen liggen en wat de uitdagingen zijn.

null Beeld Hilde Harshagen
Beeld Hilde Harshagen

Industrie

De grootste bron van CO2 (en trouwens ook de grootste bespaarder in de afgelopen jaren). Goed voor ongeveer eenderde van het totaal en in cijfers 54,1 megaton. Binnen de industrie zijn weer een paar enorme CO2-blaasbalgen, zoals Tata Steel (12 Mton), Dow Chemical (4 Mton) en kunstmestproducent Yara (idem). Brengen we deze naar nul, dan zijn we voor de sector al bijna halverwege.

Dat schiet lekker op. Ook prettig is dat deze drie fabrieken al plannen hebben om de uitstoot terug te brengen. Laten we inzoomen op Tata. De staalfabriek kan vergroenen met behulp van zogenoemde vlamboogovens en een technologie die Directe Reductie IJzer wordt genoemd. Met deze processen is een CO2-reductie van 95 procent haalbaar, aldus recente plannen, en ze kunnen draaien op elektriciteit en waterstof dat wordt opgewekt met windturbines voor de kust.

Klinkt goed. Maar als Tata volledig geëlektrificeerd zou worden, zou het stroomverbruik naar schatting jaarlijks ongeveer 45 terawattuur (TWh) bedragen. Hiermee zou Tata in één klap het grootste deel van de windcapaciteit (35 TWh in 2030) opsouperen. Dan moeten Yara en Dow ook nog. En is nog altijd maar een fractie van de CO2 vermeden.

De opties: veel meer wind op zee. Grotere en vooral méér turbines. Het is de vraag of het verstandig is alle energie voor Tata zelf te produceren. Wat ook zou kunnen: laat Tata nog even deels op aardgas draaien en sla de vrijkomende CO2 onder de zeebodem op met een technologie die Carbon Capture and Storage heet, kortweg CCS.

Hoeveel ruimte is er in Nederland voor CCS? In het meest optimistische scenario is de Nederlandse bodem goed voor een kwarteeuw afvang van alle CO2. Doen dus? Nee. Want duur en tijdelijk en geen echt duurzame oplossing. Aan de andere kant lijkt CCS tijdelijk onvermijdelijk voor een aantal sectoren. Bijvoorbeeld bij waterstofproductie uit aardgas. Daarbij komt voornamelijk zuivere CO2 vrij. Er wordt gewerkt aan nieuwe technologieën (methaanpyrolyse) waarbij slechts koolstof vrijkomt. Deze zijn op kleine schaal bewezen.

Kortom: voer tijdelijk de productie van waterstof uit aardgas op, om daarna over te schakelen op groene waterstof (komen we later op terug). In de Rotterdamse haven wordt veel waterstof uit aardgas gemaakt. En verhip: daar bestaan al grootse plannen voor CCS onder de zeebodem.

Nog een optie (en politiek taboe, maar Missie Nederland doet niet aan taboes): hou de kolencentrales op de Maasvlakte open, stook ze volledig op biomassa, waarbij het gekapte hout wordt vervangen door nieuwe aanplant. Vang de CO2 af met dezelfde pijpleiding voor de waterstofproductie en berg dat op in de zeebodem. Zijn deze centrales in een klap klimaatnegatief. Op papier tenminste.

Een deel van de industrie zal overigens vertrekken. Niet naar landen met een kolenoverschot, maar met duurzame overschotten, zoals Zweden en IJsland. Dat energie-intensieve industrieën nu hier zitten, komt doordat fossiele energie goedkoop was. Als goedkope energie verhuist naar Noord-Europa, verhuist de industrie op termijn mee. Of naar Noord-Afrika, als daar straks goedkope waterstof wordt gebrouwen uit zon en wind.

Transport

Hier stijgt de uitstoot nog altijd fors, terwijl veel fruit uitnodigend bungelt. Dus gaat Missie Nederland Noord-Koreaans te werk: na 2025 komt er een verbod op de verkoop van nieuwe auto’s met een verbrandingsmotor. Ook import van tweedehands wordt verboden. Rond 2025 kost een e-auto ongeveer net zo veel als een benzinewagen, dat helpt.

Mooi idee, maar dan moeten er meteen windturbines op zee bij komen, om al die e-auto’s te vullen met groene energie, zegt een geïnterviewde. Per miljoen auto’s is 1 gigawatt windvermogen nodig. Het sommetje: elk jaar 350 duizend e-auto’s erbij vanaf 2023. Heb je er over acht jaar 3 miljoen. Is 3 gigawatt wind erbij. Kan. Blijven er zes miljoen auto’s met een verbrandingsmotor over. Die moeten dan lopen op duurzame brandstof. Hoe regelen we dat?

Vanaf 2023 komt er een maximum op de hoeveelheid fossiele brandstof die in Nederland mag worden verkocht. Jaarlijks daalt de hoeveelheid tot ze nul is in 2030. Gevolg: ouderwetse benzine wordt duurder, synthetische relatief goedkoper, waardoor de vraag stijgt. Stijgt de vraag, dan stijgt de productie en dalen de kosten. Even doorbijten dus.

Hoe maken we die brandstof? Deels uit biogene stoffen: organisch restafval. Daarvan is veel beschikbaar waar nu nog weinig mee gebeurt. Met behulp van een stokoud proces dat Fischer Tropsch heet, kunnen hiervan in stappen allerlei brandstoffen worden gemaakt.

De landbouw moet krimpen (zie verderop), dus maken we grote delen van de Flevopolder geschikt voor aanplant van houtachtige massa. We polderen ook de Markerwaard in. Zo komt er meer ruimte voor biodiversiteit en bodembeheer. Trucks en busjes kunnen voorlopig op biobrandstof rijden tot er voldoende laadcapaciteit is voor elektrisch of waterstof.

Onnodige mobiliteit moet eruit. Forenzen wordt ontmoedigd, het ov gratis, net als in Luxemburg. Auto’s worden lichter en energie-efficiënter. Er komt een heffing op ‘dikke’ onzuinige auto’s, ook als ze elektrisch zijn. Elektrische binnenvaart (op accu’s of waterstof) wordt verplicht.

Luchtvaart

Is officieel makkelijk, want telt niet mee in de officiële CO2-statistieken. Maar dat is onze eer te na. CO2-vrij vliegen kan, in theorie. Door bijmengen met klimaatneutrale brandstoffen (eerst met bio- en later met synthetische) op te voeren tot 100 procent in 2030. Met biobrandstoffen, zoals op basis van frituurvet, alleen lukt het niet. Dus – het wordt saai – opschalen maar. Naar synthetische brandstof, kortweg SAF. Kan relatief eenvoudig. Dat het niet gebeurt, is een kostenkwestie. ‘Bouwt Shell een proeffabriekje voor 500 liter synthetische kerosine. Het enige dat ze daarmee bewijzen is dat het duur is’, zegt een energie-expert. ‘Maar dat wisten we al.’ De remedie: opnieuw opschalen. Shell helpt.

Synthetische kerosine is niet zaligmakend. Je lost er misschien het CO2-probleem mee op, maar niet het klimaatprobleem. Vliegtuigen stoten op grote hoogte dan (weliswaar gerecyclede) CO2 uit, maar die heeft daar een groter effect op het klimaat. Onder meer vanwege de condensstrepen. Om die te voorkomen moeten we lager en langzamer vliegen.

Grootschalig vliegen op elektriciteit of waterstof kunnen we voorlopig vergeten. Een Elon Musk voor de luchtvaart zal zich de komende acht jaar niet aandienen. We moeten vooral minder vliegen. De duurzaamste brandstof is immers niet verbruikte brandstof. Niet-emissievrije vluchten binnen Europa worden verboden. Gaat u dan naar Thailand? Heffing.

Bebouwde omgeving

De verwarming van huizen en kantoren levert nu ongeveer 13 procent van de CO2-uitstoot op. Om dit naar nul te krijgen, moeten warmtenetten (leidingen die restwarmte in de vorm van heet water transporteren van fabrieken naar de bebouwing om woningen en kantoren mee te verwarmen) worden uitgebreid. Het verwarmen met biomassa blijft, maar moet gestaag dalen. Reuzenboilers op elektriciteit of waterstof nemen deze taak over. De industrie (datacenters!) wordt verplicht restwarmte te gebruiken via stedelijke warmtenetten.

Een flink deel van de nieuwe woningen wordt opgetrokken uit hout dat in ‘houtprovincie’ Flevoland en het nieuwe ‘Markerland’ wordt verbouwd. Zo dient ons eigen hout als koolstofmagneet. Alle overige bebouwing moet voor 2028 zijn geïsoleerd, waar geen warmtenetten bestaan, gebeurt verwarming met warmtepompen.

Het elektriciteitsnet kan dit niet overal aan, blijkt nu al. Daarom worden in de wijken brandstofcellen geplaatst die de benodigde elektriciteit leveren voor de warmtepompen en e-auto’s. De waterstof wordt aangevoerd via het bestaande, maar aangepaste gasnet. Een brandstofcel thuis kan ook, dan kan de restwarmte worden gebruikt voor warm water.

Landbouw

Een van de lastigste dossiers, omdat ambitieuze klimaat- en natuurdoelen simpelweg niet samengaan met grootschalige intensieve landbouw, zoals het Planbureau voor de Leefomgeving deze maand schreef.

Er zijn mogelijkheden om de uitstoot van CO2 te verminderen, bijvoorbeeld met regeneratieve landbouw, waarbij ploegen en het gebruik van kunstmest niet is toegestaan. Wereldwijd is hiermee een gigaton besparing te halen. Maar niet in het landbouwintensieve Nederland. Krimp is de enige optie. Er komt vanaf 2030 een verbod op de export van vlees en er wordt direct een jaarlijks stijgende accijns op binnenlandse vleesconsumptie ingevoerd, waarmee het uitkopen van de sector kan worden betaald. ‘Nederland Landbouwland’ wordt een onhoudbare situatie, behalve waar het gaat om biomassa. Dat wordt voorlopig het nieuwe bedrijfsmodel voor boeren.

Elektriciteit

Dit is de makkelijkste. Stand van zaken: een kwart van de elektriciteit is nu groen. Er komt de komende jaren veel wind en zon bij. Op land wordt op papier in 2030 de helft van de huidige stroomvraag geproduceerd.

Klinkt mooi. En is veel te weinig. Zelfs als het zou lukken in 2030 100 gigawatt vermogen op zee te hebben en als alle plannen op land worden uitgevoerd en ook nog eens alle daken worden volgelegd met zonnepanelen, komt onze klimaatraket hooguit tot de maan. We willen graag terug.

Nederland is sinds de klimaatdiscussie geobsedeerd geraakt met het idee dat we zelf onze energie moeten opwekken. Dit leidt tot kleinschalig geprietpraat, zoals een energie-expert het noemt. Groene energie moet je halen waar het goedkoop is. ‘De kolenmijnen in Limburg gingen niet dicht omdat de kolen op waren, maar omdat ze goedkoper uit Zuid-Afrika kwamen’, schetst een van de geïnterviewden.

Er zijn genoeg landen die zien dat de energietransitie hun economische voorspoed kan brengen. Neem Mauritanië, dat 40 miljard dollar steekt in groene waterstofproductie. Of Kazachstan, dat 50 gigawatt duurzame waterstofproductie optuigt. Australië, dat een wind- en zonnepark krijgt half zo groot als België. Egypte, Namibië, Saoedi-Arabië: omdat de zon er overvloediger schijnt dan in Nederland en het in de woestijn flink kan waaien, kunnen al deze landen extreem goedkoop groene stroom produceren in enorme hoeveelheden. Dat gaan ze omzetten in waterstof met behulp van elektrolyse.

Die waterstof moeten wij importeren. Liefst met pijpleidingen, vanuit Noord-Afrika door een Europees netwerk hiernaartoe. Dus geen dikke stroomkabels, die kunnen de toevloed niet verwerken. Vraag (nee: opdracht) aan Shell: waarom gaan jullie niet op jacht naar waterstof, zoals je jacht maakt op olie? Zoek wingebieden, verzorg het transport en kat je petrochemische industrie om naar waterstof, zodat je winstgevende chemieproducten kunt blijven maken, maar dan groen.

Op onze eigen Noordzee gaan windturbines direct waterstof produceren. Dat vergt enorm veel zoet water, olympische zwembaden vol. Dus moet zeewater worden ontzilt. Dat kost wel wat energie. Maar hoe maak je waterstof in de woestijn, die niet bekendstaat om een overvloed aan water? Wild plan: leg twee pijpleidingen aan: een die zout water aanvoert vanuit (de Middellandse) zee, ontzilt het ter plaatse en maak een retourleiding die nog zouter water teruglevert. Complex? Misschien. Uitvoerbaar? Ja. Levert bovendien drinkwater op, ook handig voor landbouw ter plaatse.

Nederland kan met zijn offshore-industrie enorm profiteren van waterstofproductie met windturbines wereldwijd. En als Tata niet meer op kolen draait, kan de diepzeehaven daar gebruikt worden om de masten en funderingen (van staal!) in de haven te assembleren en te vervoeren. Tata heeft zo prachtige mogelijkheden om een stuwende kracht achter de vergroening te worden, zeggen diverse betrokkenen. Klinkt beter dan de smerige koolstofregens waarmee het concern nu het nieuws haalt.

Waterstof kan eenvoudiger worden vervoerd als je het omzet naar een vloeibare of vaste stof. Denk aan ammoniak (de grondstof voor kunstmestproducent Yara). Of aan ijzerpoeder, dat een uitstekende brandstof is voor fabrieken die lastig bereikbaar zijn voor waterstof. Dat het werkt is bewezen: Bavaria heeft er vorig jaar al bier mee gebrouwen.

En kernenergie dan?

Kerncentrales zijn in het groene energiesysteem niet per se handig, omdat ze vaak staan te duwen tegen een toch al overbelast elektriciteitsnet. Maar ze kunnen in tijden van overvloed worden gebruikt om waterstof mee te maken. In tijden van krapte stutten ze de energievoorziening. Onder gewone omstandigheden zien we geen rol voor ze. We bestellen er toch maar drie van 2 gigawatt elk.

Die zijn niet op tijd klaar zegt u? Klopt. In polderland Nederland wel. Maar Missie Nederland bekommert zich niet om milieueffectrapportages en bestemmingsplannen. We kopen de centrales van het Franse of Zuid-Koreaanse schap en dan kan de bouw over acht jaar klaar zijn. Precies op tijd.

Dikke kans dat we elkaar op 1 januari 2030 in de armen kunnen vallen en verklaren: het is ons gelukt, Nederland is klimaatnegatief. Dan wordt het tijd dat lullige monumentje bij de Oosterscheldedam ook op te schalen, naar een glanzende marmeren pilaar. Hoewel Nederland ook tegen die tijd misschien niet helemaal over het tij gaat, hebben we onze bijdrage geleverd om de stijging ervan te beteugelen. Het was een onmogelijke opdracht. Het was kostbaar. Er zijn offers geëist. Maar het is gelukt.

Missie Nederland – de zes missies

Deze zomer zoekt de wetenschapsredactie uit hoe extreem ambitieuze missies voor Nederland - ingestuurd door lezers - nog voor 2030 gerealiseerd kunnen worden.

17 juli: Nederland CO2-negatief

24 juli: Einde aan laaggeletterdheid

31 juli: Niemand eet meer vlees (en niemand mist het)

7 augustus: Iedere winter een Elfstedentocht op ijs in Friesland

14 augustus: Alle diersoorten in Nederland op de rode lijst buiten gevarenzone

21 augustus: Zelfvoorzienende, drijvende stad bouwen

Voor dit artikel is onder anderen gesproken met:

Barbara Baarsma, ceo Rabo Carbon Bank; Philip de Goey, hoogleraar verbrandingstechnologie aan de TU Eindhoven; Eric van den Heuvel, oprichter van Studio Gear Up, een adviesbureau voor CO2-arme brandstoffen; Stijn van den Heuvel en Martijn van Gemert, energiespecialisten Vattenfall; Jan Matthijsen, klimaatonderzoeker van het PBL; Joris Melkert, universitair docent luchtvaarttechniek aan de TU Delft; Ad van Wijk, hoogleraar toekomstige energiesystemen aan de TU Delft.

Meer over