Een hoopje as, een peuk en een wolk stinkende lucht

Geen plek voor rokers? Peter van Ammelrooy zegt: Onzin. Ze zetten de ingang van openbare gebouwen in wolken van teer, waar de niet-roker door moet waden....

Alsof alle grote belangrijke maatschappelijke vraagstukken vorige week als sneeuw voor de zon waren verdwenen, opende dit debatkatern met het pleidooi van een verslaafde voor zijn verslaving. Verstokt roker Caspar Janssen vindt dat hij door de overheid in het algemeen en de moraalridders van de anti-rooklobby Stivoro in het bijzonder in de weg wordt gezeten. En met hem de miljoenen anderen die de opbeurende werking van de sigaret niet kunnen of willen missen.

Janssen kreeg bijna een hele pagina de ruimte voor zijn hartekreet. Wat restte na de lezing van de 2039 woorden was zo’n beetje wat er over blijft na het roken van een sigaret: een hoopje as, een peuk en een wolk stinkende lucht.

Nice, but no cigar.

Want argumenten tegen de rookverboden op het werk en andere openbare gelegenheden voert Janssen niet aan. Of het moet de verontschuldiging zijn dat hij zich ‘het recht voorbehoudt om te vallen voor de wereld van de Gauloise, Winston en Drum en nog niet voor die van de wereld van Stivoro’.

Wat Janssen wel doet, is middelen inzetten van iemand die weet dat hij eigenlijk geen poot heeft om op te staan. In plaats van redeneren en beargumenteren, grijpt de roker naar de knoet van de hyperbool, de karwats van de overdrijving, de knuppel van de ridiculisering. Dat lucht lekker op, zoals een voetbalsupporter een treincoupé aan diggelen slaat omdat de overwinning op het veld uitblijft.

Dus trapt Janssen zijn pleidooi af met het zwartmaken van de vijand, in zijn ogen de medewerkers van Stivoro. Dat zijn net Jehova-getuigen, zendelingen en – citeert hij een onderzoekje in het jaarverslag van de stichting – ‘papaya-eters’ van wie het gros elke week wel een keer door de natuur struint en twee keer per week aan sport doet. Ze zijn ‘gelukkig’ (58 procent) of ‘over het algemeen gelukkig’ (42 procent).

Niks mis mee, ‘de mensen die altijd maar blij, positief, gezond en verantwoord zijn’, stelt Janssen, ‘al staat de wereld intussen in brand’. Nee, dan de roker: die gaat de bloedige troebelen in Irak, de ontbossing van de Amazone en de islamisering van het westen te lijf door er nog eentje op te steken. Daarmee doet hij wat hij zijn vijanden verwijt: de ogen sluiten voor de problemen, ook al duurt het maar een peuk lang.

Voor de volgende zwakke stut onder zijn betoog grijpt Janssen naar het meest gehoorde argument aan de borreltafel. ‘De zendingsdrang wordt medebetaald door de overheid.’ Van onze belastingcenten! Van Janssens penningen legt de overheid ook wegen aan waarmee hij snel naar de tabakswinkel kan rijden en tienduizenden andere nuttige dingen, maar dat laat de roker maar even buiten beschouwing.

Hij raast verder. Dat de overheid rokende werknemers verjaagt naar ‘kleine, slecht geventileerde ruimtes’ waar ze ‘bovenop elkaar zitten’ is een schande.

Dat strookt niet helemaal met het beeld dat niet-rokers hebben. Zij moeten sinds enkele jaren bij de ingang van openbare gebouwen, zoals ziekenhuizen, door een wolk van teer waden, omdat de rokers in de frisse lucht hun opbeurende shot halen.

Hogere accijns op tabak, is dat het antwoord dan? Nee, stelt Janssen. ‘Gedragsverandering via belasting is prima, maar als tabak zo duur wordt dat mensen met lage inkomens geen keuzevrijheid meer hebben, dan is er sprake van dwang en discriminatie.’

Lagere inkomens kunnen zich wel meer zaken niet veroorloven, maar moet de overheid die dan maar subsidiëren? En waar ligt dan de grens: drie keer een buitenlandse vakantie per jaar? Een platte tv? Een toelage voor de krant waarin Janssen dit gelegenheidsargument poneert? Van ónze belastingcenten?

Nog heeft Janssen zijn kruit niet verschoten. ‘Een strikt rookvrije horeca is helemaal niet nodig om niet-rokers te beschermen, dus het dient geen enkel doel om het plezier te vergallen van mensen die niet volgens het Stivoro-ideaal willen leven. In een liberale samenleving lijkt het mij een nederlaag als je een grote minderheid op een dergelijke manier tot gedragsverandering wil dwingen.’

Voor een lolletje moet wat wijken, vindt Janssen. Dan ken ik er ook nog wel eentje: het recht van automobilisten met een snelle auto om dronken, mobiel bellend en met 120 kilometer per uur te rijden door de straat waar kleine kinderen op de stoep spelen. Als ten slotte alle wapens zijn opgebruikt, komt Janssen met de uitsmijter. Opgepast: na de rokers zijn anderen aan de beurt en hij kan ze zo aanwijzen. ‘Er zijn een heleboel mensen die ik (ook) liever niet zie in een café of op mijn werk: brallers, neuspeuteraars, dikke mensen, knoflooketers, ongewassen mensen, zwetende mensen.’

Tenzij het allemaal satire was, kunnen we na 2039 woorden vaststellen wat een lezer deze week al eerder concludeerde: op een pakje sigaretten hoort nog een waarschuwing. Roken tast de verstandelijke vermogens aan.

Peter van Ammelrooy is redacteur van de Volkskrant.

Meer over