Dwing de olieboeren

De één noemt ‘Kopenhagen’ mislukt, de ander blijft geloven. Niemand is er klaar mee. We moeten verder. Hoe? Hier drie suggesties....

Jan Terlouw

De directeuren van de bedrijven die energiedragers op de markt brengen (olie, kolen, gas) moeten meewarig hebben geglimlacht toen ze kennis namen van de mislukkingen om tot een klimaatakkoord te komen. De temperatuur van de aarde mag deze eeuw niet méér stijgen dan 2 graden, werd de povere afspraak. Geen enkele indicatie is gegeven hoe dat moet worden bereikt.

De enige manier om de CO2-uitstoot blijvend terug te dringen, is overstappen op duurzame energie. Tot nu toe gebeurt dat nauwelijks. Optimistisch kijken velen naar de consument, maar die past zijn gedrag echt niet vrijwillig aan.

Daarom moet er iets verandereren bij de energieleveranciers. Mijn voorstel: de regeringsleiders spreken met bedrijven die fossiele brandstoffen op de markt brengen af dat ze in 2011 2,5 procent van hun investeringen besteden aan de transitie naar duurzame energie. Dat kan met windmolens, of door het produceren van biogas, of door zonnewarmte in de woestijnen te benutten (CSP), als het maar duurzame energie betreft.

Vooralsnog zijn die investeringen minder rendabel dan investeringen in het winnen van fossiele brandstof. De energie wordt dus iets duurder, zeg 1,5 procent. De consument moet dat betalen., maar de consumenten in rijke landen gebruiken veel meer energie dan die in ontwikkelingslanden, dus zij betalen het meest.

Vervolgens moeten in 2012 de energiebedrijven 5 procent van hun investeringen besteden aan duurzame energie. Enzovoorts. Zo wordt er een systeem opgezet waardoor in zo’n 20 jaar een groot deel van de investeringen besteed wordt aan duurzame energie.

Leidt dit tot marktverstoring? Nee, vraag en aanbod blijven elkaar ontmoeten op een markt met randvoorwaarden. We mogen geen energie kopen die is verworven door kinderarbeid, om maar eens iets te noemen. Op zichzelf niets nieuws dus.

Maar natuurlijk moet de overheid wel zorgen voor een gelijk speelveld, zodat eerlijke concurrentie gewaarborgd blijft. Een totaal vrije markt neemt nu eenmaal geen verantwoordelijkheid voor de lange termijn. De overheid is de enige instantie die verantwoordelijkheid voor de verre toekomst kan nemen, moet nemen.

Meer over