biologie

Dus je bent er nog wel, zwartbrauwmuistimalia: wat het betekent als uitgestorven gewaande soorten worden teruggevonden

De zwartbrauwmuistimalia werd allang uitgestorven gewaand, tot hij onlangs opeens werd gespot. Dat gebeurt vaker met dier- en plantensoorten. Zo’n ontdekking kan van groot belang zijn voor de natuurbescherming.

De opgezette zwartbrauwmuistimalia uit de collectie van Naturalis. Een levend exemplaar werd onlangs, na 170 jaar uitgestorven gewaand, weer gespot in Indonesië. Beeld Steven van der Mije, Naturalis
De opgezette zwartbrauwmuistimalia uit de collectie van Naturalis. Een levend exemplaar werd onlangs, na 170 jaar uitgestorven gewaand, weer gespot in Indonesië.Beeld Steven van der Mije, Naturalis

Op Borneo zijn uitgestrekte bossen waar niet de mens, maar de warme vochtige lucht de baas is. Door dat regenwoud waren in oktober 2020 twee Indonesische mannen, Muhammad Suranto en Muhammad Rizky Fauzan, op hun zoveelste tocht. Zo nu en dan fladderde er een bruin vogeltje voorbij dat ze niet kenden. Zoals het vogelspotters betaamt, wisten ze die te vangen en te fotograferen, waarna ze het vogeltje weer vrij lieten. De leden van de lokale vogelspottersvereniging gingen uit hun dak toen ze de foto’s zagen.

‘De vondst van deze zwartbrauwmuistimalia is extreem bijzonder’, vertelt Steven van der Mije, beheerder van de natuurhistorische collectie van Naturalis. ‘Voor zover bekend is dit pas de tweede keer dat hij gespot is. In de 19de eeuw is er eentje verzameld. Die ligt in de collectie van Naturalis. Daarna is het vogeltje nooit meer gezien, tot nu. Je vraagt je gelijk af: wat is daar aan de hand?’

De zwartbrauwmuistimalia is lang niet de enige herontdekte soort. Zo dacht men van 2006 tot 2019 dat de Sri Lankaanse peulenboom (Crudia zeylanica) uitgestorven was, hebben biologen onlangs na 28 jaar weer een kikkertje (Pulchrana guttmani) herontdekt in de Filipijnen, en vingen vissers in 1938 een coelacanth, waarvan biologen dachten dat die tegelijk was uitgestorven met de dinosauriërs.

Onderzoek naar een coelacanth voor een expositie in 1972. De vis werd in 1938 gevangen, terwijl hij tegelijk met de dinosauriërs zou zijn uitgestorven.   Beeld Getty Images
Onderzoek naar een coelacanth voor een expositie in 1972. De vis werd in 1938 gevangen, terwijl hij tegelijk met de dinosauriërs zou zijn uitgestorven.Beeld Getty Images

Hoe kan het dat we dier- of plantensoorten zo lang uit het oog verliezen? Volgens Van der Mije heeft dat in het geval van de zwartbrauwmuistimalia te maken met zijn habitat, de bossen van het Indonesische eiland Borneo. ‘Tot 1950 was Borneo nog ongerept. Nog steeds kom je dat regenwoud moeilijk in. Dan kan het maar zo dat een soort zich jarenlang niet toont, totdat iemand het geluk heeft om hem weer te spotten.’

Zo’n herontdekking is meer dan alleen een leuk feitje voor de biologieboeken. Het kan grote gevolgen hebben voor natuurbescherming. Europa en een aantal Afrikaanse landen hebben zich met het ondertekenen van de Conventie van Bern gecommitteerd aan de bescherming van bedreigde soorten. Veel landen daarbuiten hebben hun eigen wetten die hetzelfde beogen.

Daarvoor hanteren ze meestal de rode lijst van de IUCN, waarin elke soort een classificatie krijgt van niet bedreigd tot kwetsbaar, ernstig bedreigd en uitgestorven. Als een uitgestorven soort opeens toch ‘zeer bedreigd’ is, kunnen overheden in actie komen. Portugal herintroduceerde bijvoorbeeld de lokaal uitgestorven Iberische lynx in 2016 en Thailand heeft onlangs de ernstig bedreigde – alhoewel niet eerst uitgestorven gewaande – helmneushoornvogel wettelijke bescherming verleend tegen stropers en handelaren.

De Iberische lynx had de status ‘lokaal uitgestorven’ in Portugal.  Beeld Getty Images
De Iberische lynx had de status ‘lokaal uitgestorven’ in Portugal.Beeld Getty Images

De op een na ernstigste IUCN-categorie is ‘lokaal uitgestorven’. ‘Daar hebben we in Nederland veel mee te maken’, zegt Van der Mije. ‘Grote roofdieren verdwijnen als eerste. Mensen jagen daar namelijk op, om zichzelf en hun vee te beschermen. Bovendien hebben grote roofdieren een groot territorium nodig. Zodra de omstandigheden verbeteren, zijn zij ook de eersten die terugkomen. Denk aan de zeearend en de wolf.’

Volgens Van der Mije houden we soorten in Nederland niet genoeg in de gaten. Pas als duidelijk is welke soorten bescherming nodig hebben, kunnen we er ook wat aan doen. ‘Zeearenden en wolven vallen wel op, maar ik heb geen idee hoe het met al de kleine beestjes zit, zoals kevertjes en springstaarten. We hebben niet altijd door of die soorten verdwijnen, laat staan of ze terugkomen. Daarom beginnen we aan het programma Arise, waarmee we alle Nederlandse soorten kunnen herkennen en monitoren.’

Taxonomische kennis

Kennis is cruciaal voor natuurbescherming. Dat maakt het verschil tussen uitgestorven en bedreigd. In het plantenrijk is dat ook zo. Biologen herontdekten recentelijk zeventien planten in Zuid-Europa. Sommige door beter in de natuur te zoeken, andere door ‘betere taxonomische kennis’, zo schreven ze in vakblad Nature Plants.

Taxonomie is de wetenschap van het beschrijven van soorten. ‘Taxonomische beschrijvingen komen vaak uit de 19de eeuw. Die zijn niet altijd even betrouwbaar’, zegt Baudewijn Odé, plantenonderzoeker bij stichting Floron. ‘Als we geen goede beschrijvingen van planten hebben, kunnen we moeilijk bepalen of ze uitgestorven zijn.’ De onderzoekers van de nieuwe studie hebben planten herontdekt, simpelweg door ze beter te bekijken, met betere taxonomische beschrijvingen, bijvoorbeeld van de tandjes op de bladrand en de lengte van de kelk.

Maar hoe zorg je ervoor dat een soort waar nog maar een enkeling van over is, zich weer verspreidt? Precies voor zo’n probleem stonden Odé en zijn collega’s vijf jaar geleden met de blauwe rapunzel, die in Nederland vrijwel was uitgestorven. ‘Er waren nog maar twaalf planten over, verspreid over Brabant. De blauwe rapunzel kan niet goed tegen het dichtgroeien van bossen en bladstrooisel, dus we proberen meer licht te creëren in de bosranden.’

De blauwe rapunzel, waarvan een paar jaar geleden nog maar twaalf exemplaren over waren in Nederland. Beeld Annie Vos
De blauwe rapunzel, waarvan een paar jaar geleden nog maar twaalf exemplaren over waren in Nederland.Beeld Annie Vos

Biologen noemen bescherming op de plek waar de plant voorkomt ‘in situ’. Maar ze maken tegenwoordig ook steeds vaker gebruik van bescherming ‘ex situ’. Odé: ‘We hebben zaden van de blauwe rapunzel verzameld en laten kiemen. Vervolgens hebben we die planten weer met elkaar gekruist, zodat we een populatie konden opbouwen in een gecontroleerde omgeving. Die kunnen we dan weer terugplaatsen in de natuur. Dat is gekunsteld, zonder meer. Maar hij komt niet vanzelf terug.’

Aaibaarheid

Organisaties zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, maar ook lokale groepen zetten zich in voor de bescherming van soorten. In welke mate ze soorten beschermen is echter afhankelijk van de ‘aaibaarheid’ ervan. ‘Dieren zijn evident aaibaarder dan planten’, stelt Odé. ‘Bij de planten zijn orchideeën bijvoorbeeld weer aaibaarder dan grassen, omdat orchideeën mooie bloemen hebben. Het is moeilijk om draagvlak te creëren voor die minder aaibare soorten. Dat werkt door in het natuurbeleid. Andere belangen, zoals die van de bouw, krijgen meestal voorrang, maar mijn collega’s en ik praten als Brugman om meer soorten te beschermen.’

De zwartbrauwmuistimalia, het Indonesische vogeltje dat na 170 jaar weer opdook, zet natuurbeschermers in heel Indonesië aan het werk. Het vogeltje is nog niet beschermd, omdat er nog geen hard wetenschappelijk bewijs is dat het met uitsterven wordt bedreigd. ‘We weten niet wat de habitat van de vogeltjes is, hoeveel er nog leven en wat de mogelijke bedreigingen zijn’, zegt Panji Gusti Akbar, een van de vogelkenners die het vogeltje bestudeerde. ‘Pas als we die informatie hebben, kunnen we goede beschermingsmaatregelen treffen. Daarom gaan we later dit jaar op expeditie naar het natuurgebied. De kennis die we daar opdoen delen we met de Indonesische overheid. Die heeft de autoriteit om de zwartbrauwmuistimalia op de lijst van bedreigde diersoorten te zetten.’

Meer over