Doeners en denkers

Vorige week zijn de Nobelprijswinnaars van dit jaar bekendgemaakt. Bij de natuurkunde heeft men in Stockholm een aangename verrassing bereid....

De berichtgeving op radio en tv over deze prachtige prijs was allerbelabberdst. De drie winnaars werden aangekondigd als bouwers van verbeterde atoomklokken. Maar welke Nederlander interesseert het nou een bal of een klok een miljoenste of een miljardste seconde achterloopt? Gelukkig was de berichtgeving in de kranten stukken beter.

De drie prijswinnaars hebben een nieuwe methode ontdekt waarmee de temperatuur van gassen verlaagd kan worden. En als er iets belangrijk is in de natuurwetenschappen, is het de temperatuur.

Steve Chu (1948) en Bill Phillips (1948) zijn de twee Amerikanen die het voor elkaar hebben gekregen, rond 1985. Zij hebben gassen afgekoeld tot extreem lage temperaturen door gebruik te maken van licht. Koelen met licht, dat was nog nooit vertoond. Daarvoor hebben ze de prijs gekregen.

Een gas bestaat uit bewegende deeltjes (atomen of moleculen). De temperatuur van het gas is verbonden met de snelheid van die deeltjes. Hoe langzamer die deeltjes bewegen, hoe lager de temperatuur.

Wat deden die twee Amerikanen? Ze vertraagden de beweging van de deeltjes door ze met licht uit een laser te laten botsen. Het bleek fenomenaal te werken.

Claude Cohen-Tannoudji (1933), de derde prijswinnaar, is een denker. In de jaren tachtig heeft hij vele vormen van koelen met licht bedacht. De carrière van deze Fransman is voor elke moderne beleidsmaker een gruwel. Hij heeft altijd op dezelfde plek gewerkt: de Ecole Normale in Parijs. En hij heeft zich zijn leven lang met hetzelfde onderwerp beziggehouden. Maar met wat voor een superieure klasse, inzicht, en originaliteit.

Zijn groep heeft de laatste jaren moeilijke tijden doorgemaakt. Dankzij haar theoretische bijdragen werd het koelen met licht razend populair. Er zijn nu honderden groepen die experimenteren met koude gassen. Aan alle kanten zijn de Franse denkers ingehaald door handige doeners.

Iedere natuurkundige kent een voorspelling van Einstein: als je een gas maar genoeg afkoelt, zal bij een bepaalde, extreem lage temperatuur een overgang plaatsvinden waarbij het gas drastisch van eigenschappen zal veranderen. Het meten van dit effect is een droom van de fysica.

De uitvinding van het koelen met licht maakte de verwezenlijking van deze droom mogelijk. De race was open. Ook Chu, Phillips en Cohen-Tannoudji hebben meegedaan, maar uiteindelijk is de wedloop een paar jaar geleden gewonnen door een andere Amerikaanse groep: die van Carl Weiman.

Veel Franse wetenschappers waren bang dat de Nobelprijs voor Natuurkunde naar Weiman zou gaan. In Stockholm zijn ze verstandig geweest. Eerst de mensen belonen die het koelen met licht hebben uitgevonden. De anderen komen later wel aan de beurt, zullen ze gedacht hebben.

Cohen-Tannoudji doet niet aan politiek, hij doet aan wetenschap. De Franse beleidsmakers hebben dan ook tot nu toe geen oog voor hem gehad. Toen een aantal maanden geleden in Parijs het gerucht de ronde deed dat hun Claude was genomineerd voor de Nobelprijs, brak er paniek uit. Voor de belangrijkste Franse nationale wetenschappelijke prijs, de gouden CNRS-medaille, was Cohen-Tannoudji steeds gepasseerd. Een Nobelprijswinnaar zonder die medaille, dat zou een politiek schandaal worden in Frankrijk.

Op werkelijk het hoogste niveau is ingegrepen om dit schandaal te voorkomen. In een oogwenk werd de gouden medaille, net op tijd, aan Cohen-Tannoudji toegekend.

Die Fransen toch! Dan doen wij in Nederland het een stuk beter. Verleden jaar stond Cohen-Tannoudji op de kandidatenlijst voor een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam. In haar oneindige wijsheid heeft deze universiteit echter voor andere kandidaten gekozen.

Meer over