Diepzee-onderzoekers vinden voortdurend nieuwe soorten

Een grootscheeps internationaal onderzoek naar het leven in de laagste regionen van de oceanen levert voortdurend nieuwe, en vaak merkwaardige diersoorten op....

Een onderzeese piek in de Koraalzee, bij Australië, bleek een garnalensoort te herbergen waarvan was aangenomen dat die vijftig miljoen jaar geleden was uitgestorven. En bijna vijf kilometer diep in de Sargassozee, het broedgebied van de Europese paling in de Atlantische Oceaan ten oosten van Florida, vonden onderzoekers een twaalftal nieuwe soorten die zich voedden met elkaar of met organisch materiaal dat van boven naar hen toe dwarrelt.

‘Dieren lijken in staat ongeveer overal een leven op te bouwen’, zei Jesse Ausubel van de Sloan Foundation, een van de organisaties die betrokken zijn bij het onderzoek, waar ongeveer tweeduizend wetenschappers uit tachtig landen aan deelnemen en dat de naam Census of Marine Life (CoML) draagt.

‘We kunnen geen plek vinden waar we niets nieuws vinden’, voegde Ron O'Dor, een wetenschapper van CoML, eraan toe.

Het onderzoek, dat de steun heeft van regeringen, afdelingen van de Verenigde Naties en particuliere natuurbeschermingsorganisaties, is in 2000 begonnen en duurt tot 2010. Elk jaar wordt verslag uitgebracht over de stand van zaken en nieuwe ontdekkingen. Dit jaar zijn er negentien oceaanexpedities ondernomen en een twintigste is nog aan de gang in het Zuidpoolgebied. Verder zijn er vele tientallen kleine onderzoeken gedaan en is een aantal gemerkte zeezoogdieren met behulp van satellieten gevolgd.

Ausubel zei dat er bijna zestienduizend soorten zeevis bekend zijn en zeventigduizend soorten zeezoogdieren. Enkele duizenden daarvan zijn tijdens het CoML-project ontdekt.

Afgelopen jaar werden onder andere de volgende ontdekkingen gedaan:

Garnalen en schelpdieren die rond een superhete geiser op de bodem van de Atlantische oceaan leefden waar de rest van het water een temperatuur van 2 graden had. De waterstralen die hen raken worden door het koude water afgekoeld, maar liggen maar net onder het kookpunt.

Een zee-leefgemeenschap in duisternis onder vijfhonderd meter ijs in de oceaan rond Antarctica. Een steekproef leverde meer nieuwe dan bekende soorten op.

Een school van twintig miljoen vissen ter grootte van Manhattan voor de kust van New Jersey.

Springlevende garnalen van de soort Neoglyphea neocaledonica, waarvan was aangenomen dat die al miljoenen jaren geleden was uitgestorven, in de Koraalzee bij Australië. De onderzoekers bedachten de bijnaam Jurassic shrimp.

De met behulp van satellieten gevolgde tocht die de kleine grauwe pijlstormvogel aflegt om aan voedsel te komen: een grote acht van zeventigduizend kilometer over de Grote Oceaan – van Nieuw-Zeeland via Polynesië naar Japan, Alaska en Californië en weer terug.

Een tot nu toe onbekende, twee kilo zware rotskreeft bij Madagascar.

Een eencellig diertje dat met het blote oog te zien is, gevonden op 4.270 meter diepte voor de kust van Portugal. Het kwetsbare diertje is gevat in een plat schelpje van mineraalkorreltjes, een centimeter in doorsnee.

Een nieuwe krabsoort met een zachtharig uiterlijk bij Paaseiland – zo'n ongebruikelijke vondst dat er een hele nieuwe familieaanduiding voor moest komen – Kiwaïeden, naar Kiwa, de Polynesische godin van de schaaldieren. De soortnaam hirsuta (harig) verwijst naar zijn bontachtige verschijning.

Meer over