NieuwsBlauwbokken

Die uitgestorven blauwbokken in musea zijn vaak geen blauwbokken

Rond 1800 moet de laatste blauwbok, een antilope, langs de Zuid-Afrikaanse kust hebben gelopen. Voldoende kort geleden dat je nog opgezette exemplaren in het museum kunt treffen, inclusief twee in Leids natuurhistorisch museum Naturalis. Of, eh, althans… maak er daar maar één van.

De opgezette blauwbok uit de collectie van Naturalis. Beeld Naturalis - Zoology and Geology catalogues
De opgezette blauwbok uit de collectie van Naturalis.Beeld Naturalis - Zoology and Geology catalogues

Deze week publiceerden onderzoekers in vakblad Scientific Reports een artikel waarin ze het dna van tien van de zestien veronderstelde blauwbokken in musea analyseerden. Wat blijkt: slechts vier daarvan zijn ook écht overblijfselen van het uitgestorven dier. De rest zijn bij nader inzien sabelantilopes of roanantilopes, verwante soorten die nog in leven zijn.

Zo ook bij museum Naturalis, waar één van de twee blauwbokkenrestanten – een schedel – stiekem een sabelantilope bleek. Dat is extra jammer, want juist van de schedel van het uitgestorven dier is verder weinig bewaard gebleven.

Een mooi opgezet exemplaar in het natuurhistorisch museum van Wenen bleek tegen verwachting in bijvoorbeeld geen schedel te bevatten. ‘Toch een beetje een tegenvaller’, zegt co-auteur Pepijn Kamminga van Naturalis. Bij zulke oude opgezette exemplaren weet je namelijk nooit zeker wat erin zit. Openmaken om erin te kijken kan niet. Dat is toch een beetje alsof je een stukje uit De Nachtwacht knipt om hem onder de microscoop te kunnen leggen.

Schedel afwezig

Omdat de kop heel realistisch oogt, leek de kans vooraf groot dat het dier een schedel zou bevatten. Waar huidige taxonomen veel kunnen met bijvoorbeeld 3D-prints, maakte je vroeger een natuurgetrouwe kop door de originele schedel te gebruiken. Maar toen men het exemplaar in Wenen onder een röntgenscanner legde, om zo schadevrij achter de blauwbokhuid te kunnen kijken, bleek de schedel afwezig.

Gelukkig bestaat er wel een kans dat een schedel, of in elk geval een deel ervan, in het opgezette exemplaar van Naturalis zit. Bij de genetische analyse keek men alleen naar een los schedelstukje. ‘Waar de rest van de schedel is, weten we niet. Misschien zit het in het opgezette dier’, zegt Kamminga, die het beest daarom in een röntgenscanner wil bekijken.

Dat in musea ‘nep‘-exemplaren opduiken, komt overigens niet door bewuste misleiding. ‘Vroeger moest je dit soort dieren determineren met behulp van je netwerk en de paar boeken in je bibliotheek’, zegt Kamminga. Het is begrijpelijk dat de experts er soms naast zaten. Zeker wanneer je bedenkt dat men vaak op basis van een beschrijving van niet meer dan een paar zinnen moest beslissen of dat markante gehoornde dier inderdaad een uitgestorven blauwbok was.

Meer over