Reportage

Deze sokken met sensoren kunnen vertellen wat iemand voelt die zelf niet kan praten

Een deelnemer aan de dagbesteding bij Prinsenstichting krijgt zijn sok met sensoren aan. Beeld Pauline Niks
Een deelnemer aan de dagbesteding bij Prinsenstichting krijgt zijn sok met sensoren aan.Beeld Pauline Niks

Hoe weet je wat er omgaat in de binnenwereld van mensen die dat niet kunnen vertellen? Slimme technologie kan uitkomst bieden, door via sensoren lichamelijke reacties te meten en duiden.

Van sommige mensen nemen we aan dat het bij hen hoort, het bonken tegen de muur met een hoofd, het stukbijten van een lip, een tijdelijke tic om iets duidelijk te maken. Gedrag dat in de overdracht van familie naar begeleider of begeleiders onderling even wordt besproken, even, zonder dat precies duidelijk is wat er aan de hand is. Omdat niet iedereen zich kan uitdrukken in taal.

Maar valt er niet toch iets te zien, valt er iets te meten, vroeg Erwin Meinders zich af. Hij is vrijwillig persoonlijk begeleider van Patrick, een jongen die zich niet verbaal kan uitdrukken. Patrick bleek last te hebben van een knellende orthopedische schoen, maar dat kon zijn omgeving alleen maar raden. Dat gold ook voor zijn ouders, zegt Meinders, die Patrick toch beter kennen dan wie dan ook. Is er een manier om er eerder achter te komen of Patrick iets scheelt, en wat dan?

Sensoren

Meinders richtte het bedrijf Mentech op, dat apparatuur en software ontwikkelt om meer te begrijpen van onbegrepen gedrag. In de kortste samenvatting: mensen met een handicap of letsel zo zwaar dat communiceren via taal niet gaat, krijgen sensoren om of een sok aan waarin die sensoren zijn verwerkt. De software meet en voorspelt vervolgens of iemand stress ervaart, of juist helemaal niet, zodat begeleiders eerder zien dat er iets aan de hand is.

Directeur zorg Eric Riegen van Mentech legt het verder uit: in een laboratorium heeft het bedrijf gegevens verzameld van 134 wilsbekwame mensen. Die hebben ze laten schrikken en laten lachen. Via sensoren hebben ze bepaald wat dat doet met de hartslag van mensen, en de hoeveelheid vocht op de huid. Als we iets spannend vinden, krijgen we klamme handen, en vaak al veel eerder dan we zelf merken.

Die gegevens zijn in een model gegoten dat registreert wanneer de hoeveelheid vocht op de huid (of: huidgeleiding) en hartslag toenemen, nog voor iemand zichtbaar gedrag vertoont. Dat model, Hume heet het, is vervolgens getest door tien zorginstellingen in Nederland. Bewoners van zorgwoningen kregen een band met sensoren om pols en borst. Begeleiders legden het gedrag van bewoners naast het model en begrepen opeens iets meer.

Zoals van het autistische meisje dat gedag werd gezegd door haar vader, waarna hij even met haar begeleider ging praten en nog één knuffel kwam brengen. In die knuffel zit niets dan liefde, maar het meisje raakte ervan in paniek – haar vader was toch al vertrokken? Aan het meisje was die paniek niet te zien, aan Hume wel, door haar hartslag en huidgeleiding.

De sok met sensoren registreert lichamelijke reacties. De software kan vervolgens voorspellen of iemand stress ervaart. Beeld Pauline Niks
De sok met sensoren registreert lichamelijke reacties. De software kan vervolgens voorspellen of iemand stress ervaart.Beeld Pauline Niks

Meer begrijpen

Bij Prinsenstichting in Purmerend, een plek met 625 bewoners en dagbesteding voor mensen met een verstandelijke beperking, zegt regiomanager Gerard Cialdella: ‘Het enige wat we konden meten was gillen en schreeuwen. Dit helpt ons dat gedrag te interpreteren.’ Prinsenstichting deed in 2018 mee aan een hackathon en kwam op een vergelijkbaar idee als Mentech: kunnen we techniek inzetten om te begrijpen wat we niet helemaal begrijpen?

Daarbij moet je ook denken aan wat stil leed wordt genoemd: mensen die in zichzelf gekeerd zijn, apathisch voor zich uit staren zonder iets te zeggen. Een hele dag zonder prikkels is ook niet gezond.

Fase één is voorbij bij Prinsenstichting. In fase twee wordt gebruikgemaakt van een sok met sensoren. Wetenschapscoördinator Nanda de Knegt ziet voor zich dat de gegevens van bewoners in de toekomst in een app worden gebundeld en de begeleider een waarschuwing krijgt als er plotseling iets verandert in het gedrag. Naast alle kennis die begeleiders al hebben dus, zegt ze. ‘Het is extra belangrijk voor deze groep dat het systeem wordt gepersonaliseerd.’

Cialdella wil dat graag benadrukken: Hume levert een bijdrage, het is niet zo dat er straks één medewerker naar een scherm zit te kijken en er verder geen omkijken meer is naar bewoners. Maar stel je voor, zegt Eric Riegen van Mentech: hij kent het verhaal van een bewoner die zich ’s nachts tot bloedens toe krabde, en er pas mee stopte als hij werd gekalmeerd. De enige manier om dat op te merken is via een videoverbinding, wat weer zou betekenen dat je een groot deel van de nacht naar een tevreden slaper zit te kijken. In zo’n geval kan een sensor helpen.

Precair

Gebruik van dit soort technieken is precair, zeggen ze bij zowel Mentech als Prinsenstichting, omdat zorgmedewerkers hun hele carrière vooral met mensen werken. ‘Het is soms moeilijk te accepteren dat technologie iets kan wat zij ook kunnen’, zegt Cialdella – of misschien zelfs beter. Maar, houdt hij ze dan voor: de eerste lift om mensen uit bed te tillen was niet veel meer dan een houten constructie met katrollen en touwen, nu is het een elektronisch gestuurd systeem met allerhande snufjes.

De software, de sok met sensoren: het zijn instrumenten. En het systeem leert weer van de begeleiders, want een dalende hartslag als gevolg van een aai betekent dat er inderdaad iets aan de hand was. Cialdella heeft er een zinnetje voor: ‘Algoritmes knuffelen geen mensen, mensen knuffelen mensen.’

Meer over