InterviewPatholoog Thijs Kuiken

Deze Nederlandse wetenschapper wist als een van de eersten hoe gevaarlijk het coronavirus was – maar moest erover zwijgen

Thijs Kuiken Beeld Judith Jockel
Thijs KuikenBeeld Judith Jockel

Patholoog Thijs Kuiken kreeg in januari 2020 als een van de eersten het bewijs in handen voor mens-op-mensoverdracht van het coronavirus. Direct wereldkundig maken, oordeelde hij. Dat ging niet zomaar.

Thijs Kuiken scrollt verwoed door de Twitterberichten over het recentelijk in China opgedoken coronavirus. De patholoog heeft net voor de zoveelste keer alle officiële kanalen gecheckt, waaronder de website van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en virusuitbrakendatabase ProMed. Nog altijd is nergens officieel bevestigd dat het nieuwe coronavirus van mens op mens overspringt.

De hoogleraar in het virologielab van het Erasmus MC in Rotterdam weet dat het zo is. Hij las het gisteren, donderdag 16 januari 2020, in de trein naar huis, in een wetenschappelijk artikel van onderzoekers uit Hongkong dat hem door vakblad The Lancet was toegestuurd om binnen 48 uur te beoordelen. Zij beschreven een familie in de miljoenenstad Shenzhen, op 1.000 kilometer van Wuhan en gelegen aan de grens met Hongkong. Het gezin was van 29 december tot 4 januari in Wuhan geweest, maar niet op de beruchte markt waaraan alle bekende gevallen tot dan toe gelinkt waren. Van de zes gezinsleden bleken er vijf besmet met het virus.

Terwijl iedereen om Kuiken heen in de trein van Rotterdam naar Gouda nog nietsvermoedend voor zich uit of naar een telefoonscherm staarde, bonsde zijn hart in zijn keel, omdat hij zag bevestigd wat hij al vreesde. Dit betekende dat het virus zich veel sneller zou kunnen verspreiden dan wanneer het alleen van dier op mens kon overspringen. Bovendien rapporteerden de onderzoekers nog twee verontrustende zaken: twee van de besmette gezinsleden hadden geen symptomen en één besmet gezinslid had geen luchtwegklachten maar wel diarree. ‘Vooral daarvan schrok ik’, zegt Kuiken.

De door de WHO en nationale autoriteiten gebruikte definitie voor een corona-infectie was waarschijnlijk veel te beperkt, en als asymptomatische mensen het virus zouden kunnen overdragen, zou dat het virus nog moeilijker te stoppen maken. Dit was informatie waar de wereld, of in elk geval de instanties die zich met de uitbraak bezighielden, weet van moesten hebben, realiseerde Kuiken zich.

Vermoedens van mens-op-menstransmissie waren er al wel, maar op 14 januari verklaarde de Wereldgezondheidsorganisatie nog op basis van Chinese informatie er ‘geen aanwijzingen’ voor te hebben. Kuiken, die in 2003 betrokken was bij het onderzoek naar de sars-epidemie, wist hoe cruciaal een paar dagen zijn bij een infectieziektenuitbraak. Dat virus werd ternauwernood ingedamd voor het een pandemie werd, vooral dankzij het feit dat dit virus pas besmettelijk werd als er symptomen waren.

Thijs Kuiken Beeld Judith Jockel
Thijs KuikenBeeld Judith Jockel

Dilemma

Kuiken zit nu met een levensgroot dilemma. Wie als wetenschapper een artikel van collega-onderzoekers te beoordelen krijgt, mag de inhoud van dat manuscript onder geen beding met anderen delen, laat staan openbaar maken. Wetenschappers moeten hun resultaten aan tijdschriften kunnen sturen zonder te hoeven vrezen dat een concurrent ermee aan de haal gaat of voor die tijd snel een eigen onderzoek publiceert. Delen is dus uit den boze en kan hem zijn wetenschappelijke reputatie kosten. ‘Ik heb dat risico niet concreet ingecalculeerd, maar het speelde wel mee’, zegt Kuiken.

Maar hij voelt ook aan dat hier iets groters op het spel staat. Een besmettelijk virus zoals dit zal bij mens-op-mensoverdracht exponentieel toenemen, dus in aantal besmettingen steeds sneller. Overheden moeten zich daarop voorbereiden en maatregelen treffen, en daarbij hebben ze geen tijd te verliezen – elke dag langer wachten levert een grotere achterstand op.

Kuiken mailt de redacteur van het tijdschrift om telefonisch te overleggen. Het antwoord is helder: het openbaar maken is aan de auteurs. Hij voegt toe dat openbaarmaking de publicatie in The Lancet niet in de weg zal staan. Kuiken besluit die middag in zijn beoordeling van het artikel, waarover hij verder heel positief is, een dringende oproep aan de onderzoekers op te nemen om de gegevens openbaar te maken.

In hun antwoord, dat hij de volgende dag ontvangt, schrijven ze dat ze dit graag willen, maar een belangrijke horde te nemen hebben: de Chinese overheid. De hoofdonderzoeker, chirurg en microbioloog Kwok-Yung Yuen van de Universiteit van Hongkong schrijft al in gesprek te zijn met de Chinese autoriteiten om hun bevindingen openbaar te maken – daarvoor is hij zelfs naar Beijing gevlogen.

Het zit Kuiken niet lekker. Hij tikt een mailtje naar iemand met wie hij recentelijk samenwerkte en van wie hij weet dat die goede contacten heeft bij The Lancet: de Britse medicus en directeur van onderzoeksfinancier Wellcome Trust, Jeremy Farrar. Die belt hem zaterdagmiddag terug. ‘Farrar kwam met drie opties’, zegt Kuiken: ‘We konden wachten tot maandag. Optie twee was zelf de informatie openbaren, bijvoorbeeld via Twitter. Optie drie, en daar had ik nog niet aan gedacht, was de informatie doorspelen aan de Wereldgezondheidsorganisatie.’

Farrar neemt contact op met Maria Van Kerkhove, een van de drie WHO-kopstukken in het corona-hoofdkwartier in Genève. Zij laat weten zeer geïnteresseerd te zijn in de informatie en zegt vertrouwelijkheid toe. Ze mailt heen en weer met Kuiken, die belooft het manuscript de volgende morgen, op zondag, toe te sturen – indien het nog niet openbaar is gemaakt door de onderzoekers of de Chinese autoriteiten. Die nacht nog stelt hij zijn baas Marion Koopmans op de hoogte van zijn voornemen – ze is het ermee eens – en mailt hij met de Lancet-redacteur. Die bevestigt dat de bevinding nog altijd niet openbaar is en dat de auteurs nog in discussie zijn met de Chinese overheid.

De volgende ochtend ontwaakt Kuiken met een knoop in zijn maag. Hij weet zeker dat hij de informatie wil delen, maar het hele manuscript, dat ging hem gevoelsmatig tóch te ver. ‘Ik stelde me voor dat een van de figuren, zoals we dat in de wetenschap noemen, de afbeeldingen die de resultaten weergeven, zomaar online zou komen te staan, zonder toestemming van de auteurs zelf. Dat vond ik zeer respectloos.’

En dus begint Kuiken in razend tempo een samenvatting te schrijven van het artikel, zo gedetailleerd dat de betrouwbaarheid en urgentie duidelijk zijn. Om exact 7.58 uur stuurt hij die naar Van Kerkhove. Een last valt van hem af.

Officieel openbaar

Een dag later, op maandagmorgen Chinese tijd, maken de Chinese autoriteiten het officieel: er is inderdaad sprake van mens-op-mensoverdracht, verwijzend naar de gevallen in Guangdong uit de analyse van de onderzoekers uit Hongkong. Of de samenvatting van Kuiken en de daaropvolgende druk die de WHO mogelijk achter de schermen heeft uitgeoefend het proces heeft versneld, is niet duidelijk. Volgens hoofdonderzoeker Kwok-Yung Yuen van het Hongkongse team heeft het niet uitgemaakt, mailt hij aan de Volkskrant.

Hij schrijft dat zijn team de bevindingen zo snel mogelijk op 17 januari aan de regionale en nationale autoriteiten in China rapporteerde, dat de regionale autoriteiten op de 19de het eerste geval hebben gerapporteerd en dat hij van 18 tot 20 januari deelnam aan vergaderingen van het expertteam van de nationale overheid in Wuhan en Beijing. ‘De centrale regering stond zeer open voor onze aanbevelingen en was besluitvaardig in het nemen van onmiddellijke maatregelen, waaronder het publiekelijk bekendmaken van de overdracht van mens op mens op 20 januari 2020 en de sluiting van Wuhan op 23 januari 2020.’

Op vrijdag 24 januari verschijnt het artikel dat Kuiken beoordeelde in The Lancet. Dat er nog meerdere dagen overheen zijn gegaan, komt volgens Kuiken doordat het tijdschrift nu eenmaal erg nauwgezet werkt en alles in het artikel, inclusief alle verwijzingen naar andere artikelen, dubbelcheckt. ‘Dat het binnen een paar dagen online stond, was voor hen al heel snel.’

Kuiken staat na die 20ste januari niet lang meer stil bij deze bizarre dagen. Pas wanneer Jeremy Farrar hem ruim een jaar later vraagt of hij het voorval in zijn boek over de coronacrisis mag opnemen, denkt hij er weer over na. ‘Toen de journalist met wie Farrar samenwerkte me vroeg naar het moment waarop ik besloot de wetenschappelijke regels te doorbreken, schoot ik opeens vol en stokte mijn verhaal. Dat overviel me, blijkbaar had het me toch veel gedaan.’

Sinds de begintijd van de pandemie is er heel wat veranderd in de wetenschappelijke wereld. Steeds meer artikelen over het coronavirus verschijnen nu direct op zogeheten preprint-servers, waar iedereen ze kan zien voor collega-wetenschappers ze hebben beoordeeld. De grote tijdschriften beloofden op 31 januari alle voor de pandemie relevante manuscripten direct door te sturen naar de WHO, die een steeds verder uitdijende database bijhoudt.

Inmiddels spreekt Kuiken nuchter over het dilemma, al vindt hij het nog steeds belangrijk om te bespreken: ‘Er zijn eigenlijk geen duidelijke richtlijnen of afspraken over hoe auteurs, tijdschriften en de beoordelaars van wetenschappelijke artikelen tijdens dit soort ziekte-uitbraken met dergelijke cruciale informatie moeten omgaan. Ik hoop dat we daar betere oplossingen voor kunnen vinden. Want ik heb het nu in feite buiten de regels om gedaan. Het zou binnen de regels moeten kunnen.’

Tijdlijn: de start van de pandemie

31 december 2019 De Chinese autoriteiten in de stad Wuhan bevestigen dat er tientallen gevallen zijn opgedoken van een ernstige longontsteking, die mogelijk duidt op een ziekte-uitbraak.

7 januari 2020 Chinese wetenschappers wijzen het nieuwe coronavirus aan als de oorzaak van de uitbraak.

11 januari Eerste sterfgeval gemeld in Wuhan (een man die de markt regelmatig bezocht)

12 januari De WHO bericht dat er geen gevallen buiten de markt zijn gevonden en geen zorgpersoneel besmet is.

14 januari De WHO tweet: ‘Voorlopige onderzoeken uitgevoerd door de Chinese autoriteiten hebben geen duidelijk bewijs gevonden voor overdracht van mens op mens van het nieuwe #coronavirus (2019-nCoV) geïdentificeerd in #Wuhan’.

Donderdag 16 januari Kuiken ontvangt een manuscript, afkomstig van Hongkongse onderzoekers, over een besmet gezin uit Shenzhen om te beoordelen voor het medische vakblad The Lancet.

Vrijdag 17 januari Kuiken vraagt The Lancet de informatie te delen en stuurt zijn beoordeling terug naar het tijdschrift, met daarin een (voor hen anoniem) dringend verzoek aan de auteurs om de informatie openbaar te maken.

Zaterdag 18 januari Om 4 uur ’s middags legt Kuiken contact met de vooraanstaande Britse infectieziektendeskundige Jeremy Farrar, die hem in contact brengt met het WHO-hoofdkwartier.

Zondag 19 januari Kuiken stuurt ’s ochtends een samenvatting naar de WHO en informeert The Lancet daarover. De provincie Guangdong rapporteert het eerste geval zoals beschreven in het artikel.

20 januari China maakt mens-op-menstransmissie bekend, de gegevens verschijnen op infectieziekte-uitbrakenwebsite ProMed.

23 januari Wuhan gaat op slot.

24 januari Het artikel van de Hongkongse onderzoekers verschijnt in The Lancet.

30 januari WHO noemt de corona-epidemie een ‘Public Health Emergency of International Concern’.

12 maart WHO roept de virusuitbraak officieel uit tot pandemie.