Ecologie

De wolf doet het goed in Nederland. Té goed?

Wolven voelen zich prima thuis in het dichtbevolkte Nederland, met aanrijdingen en doodgebeten vee tot gevolg. Gaat het té goed met het roofdier? Of ligt het probleem ergens anders?

Jean-Pierre Geelen
Europese wolf (Canis lupus lupus). Na 150 jaar is de wolf terug in Nederland. Sinds in 2015 de eerste ‘Nederlandse’ wolf in Drenthe en Groningen is opgedoken, hebben onderzoekers in sporen en kadavers het dna van veertig exemplaren geïdentificeerd. Beeld Mark Carwardine / Nature Picture Library
Europese wolf (Canis lupus lupus). Na 150 jaar is de wolf terug in Nederland. Sinds in 2015 de eerste ‘Nederlandse’ wolf in Drenthe en Groningen is opgedoken, hebben onderzoekers in sporen en kadavers het dna van veertig exemplaren geïdentificeerd.Beeld Mark Carwardine / Nature Picture Library

Het wordt al bijna een vertrouwd beeld, die foto van de aangereden mannetjeswolf met bebloede voorpoot en uitpuilende ingewanden, ditmaal gevonden op het wegdek langs de vangrail van de A67 bij het Brabantse dorp Ekenrooi. Het dode dier, het zoveelste verkeersslachtoffer in een paar jaar tijd, wekte twee weken geleden niet alleen maar medelijden op. Zo twitterde Kathleen Goense, algemeen directeur van boeren- en tuinbouworganisatie ZLTO, al snel: ‘Dit roept (opnieuw) de vraag op of Nederland met zijn hoge bevolkingsdichtheid en intensieve infrastructuur geschikt is voor de wolf. Nog los van de schade aan landbouwhuisdieren.’

Met andere woorden: opgeruimd staat netjes. Ze was niet de enige die er zo over dacht. De geluiden komen vooral vanuit de landbouw, waar veehouders vrezen voor hun levende have, vooral schapen.

Een week daarvoor had de landbouwcommissie van het Europees Parlement ook al een schot gelost. Onder anderen de Duitse christen-democraat Norbert Lins en de Nederlandse SGP’er Bert-Jan Ruissen pleitten voor een lagere beschermingsstatus van de wolf, zodat het dier makkelijker kan worden afgeschoten. De 20 duizend wolven die volgens hen in Europa zouden leven, leiden tot ‘coëxistentie-conflicten’: ze vallen schapen aan en leveren zo economische schade op.

In 2018 riep ook CDA-europarlementariër Annie Schreijer-Pierik om ‘een goed beheerplan’ voor de – toen nog ‘twaalf- tot vijftienduizend’ – wolven die in Europa zouden rondlopen. Ze zei er voor de zekerheid maar even duidelijk bij wat ‘een goed beheerplan’ in de praktijk betekent: ‘Daar hoort ook afschieten bij.’

Grote angst voor de wolf

Al sinds Roodkapje zit de angst voor het roofdier er bij veel mensen goed in. In hoeverre is dat terecht? En loopt het inderdaad uit de hand met de wolf in Europa?

De angst voor de wolf is deels ‘een generatiedingetje’, zegt Glenn Lelieveld, ecoloog en coördinator bij het Wolvenmeldpunt van de Zoogdiervereniging. ‘De oudere, wat conservatieve generatie zit nog vast in het idee dat de mens boven alle natuur verheven is. Jongeren beschouwen zich al meer als onderdeel van de wereld. Daarin heeft de wolf recht van bestaan, in plaats van dat je hem als onkruid zou moeten bestrijden.’

Anders dan de publiciteit soms doet vermoeden, is het draagvlak voor de wolf in de maatschappij redelijk groot. Op aandrang van de politiek liet het ministerie van Landbouw in 2020 door onderzoeksbureau Motivaction onderzoeken of de wolf draagvlak heeft in Nederland. 57 procent van de Nederlanders heeft ‘een positieve houding ten aanzien van de hervestiging van de wolf’, 65 procent ziet de wolf als ongevaarlijk, zo bleek. De meeste Nederlanders (77 procent) zouden een ontmoeting met een wilde wolf ‘een bijzondere ervaring’ vinden, bijna de helft zou het ook graag eens meemaken.

Gevaarlijk? Bepaald niet. Waarschijnlijk is zo’n ontmoeting evenmin. ‘De wolf is een groot roofdier, maar is schuw en gaat mensen het liefst uit de weg’, stelt Natuurmonumenten, dat midden in het jongste rumoer rondom de wolf de campagne ‘Wennen aan de wolf’ lanceerde. De organisatie verwijst daarbij naar een veelgeciteerd onderzoek van de Wageningen Universiteit (WUR) onder leiding van dierecoloog Hugh Jansman, die eind vorig jaar het rapport De wolf terug in Nederland, een factfinding study publiceerde.

Mocht het de argeloze wandelaar toch overkomen, dan gelden de volgende tips van Natuurmonumenten: afstand nemen, niet achterna lopen. Honden aan de lijn houden, luid spreken en gebaren maken wanneer de wolf te dichtbij komt en niet voeren.

Kortom: de wolf is terug in Nederland, na 150 jaar. Bijna uitgeroeid door de jacht, hebben Europese beschermingsmaatregelen het roofdier weer overeind geholpen. Hoeveel er precies in Europa rondlopen is niet exact bekend, schattingen lopen uiteen van 10- tot 20 duizend exemplaren. Sinds in 2015 de eerste ‘Nederlandse’ wolf in Drenthe en Groningen was opgedoken, hebben onderzoekers nu in sporen en kadavers het dna van veertig exemplaren geïdentificeerd.

Toleranter voor mensen dan gedacht

Hoeveel wolven kan Nederland herbergen? Ecoloog Glenn Lelieveld schatte tien jaar geleden op ecologische gronden het aantal mogelijke territoria op zo’n veertig tot zestig. Dat noemt hij nu een te voorzichtige schatting. ‘De bevolkingsdichtheid is een belangrijke parameter’, zegt Lelieveld. De ervaring leert dat de wolf in zijn territorium genoeg heeft aan één enkele plek waar hij zich overdag kan schuilhouden. Een bosje op een militair oefenterrein of een rustgebied kan al genoeg zijn. Lelieveld: ‘In het noorden en noordoosten van Duitsland zijn zo’n 180 territoria in kaart gebracht. Dat is best veel in zo’n beperkt gebied, waar ook veel mensen wonen en werken. Maar de wolf blijkt veel toleranter voor mensen dan we eerder dachten, doordat ze vooral ’s nachts actief zijn.’

Geëxtrapoleerd naar Nederland denkt Lelieveld dat alle hogere zandgronden geschikt zijn, van de Brabantse Wal tot aan de Groningse Onlanden. ‘In heel Zuidoost-Nederland kun je nu op enig moment verblijvende wolven verwachten.’

De kansen zijn afhankelijk van de belangrijkste doodsoorzaken van de wolf: allereerst autoverkeer, en dan stroperij. Hoewel al verscheidene wolven de dood vonden onder autobanden, verwachten deskundigen dat een gezonde populatie dat aankan. Zoals bijvoorbeeld ook een kwart van de otters wordt doodgereden, maar de stand daardoor niet wezenlijk wordt bedreigd.

Het liefst een wilde prooi

Hoe bedreigend is de wolf precies voor ‘onze’ (848.406 in 2021, aldus het CBS) schapen? Het veruit grootste bestanddeel van het wolvendieet bestaat uit reeën, stellen de onderzoekers van de WUR aan de hand van gevonden uitwerpselen en de maaginhoud van verkeersslachtoffers. Daarna volgen wilde hoefdieren als wilde zwijnen en edel- en damherten, afhankelijk van wat er in het territorium van de wolf voorkomt. Schapen vormen slechts ‘een klein aandeel’ op de menukaart van de wolf. De afgelopen twintig jaar was het aandeel ‘vee’ (waaronder schapen) in de Duitse deelstaat Saksen, waar de wolf al langer voorkomt dan in Nederland, bijvoorbeeld slechts 1,6 procent van het totale menu. Ander Duits onderzoek analyseerde 6.500 wolvenkeutels. 90 procent bestond uit resten van wild, 1,2 procent uit vee.

Schapen in Heusden, 2020. In Drenthe en Brabant, gebieden waar wolven zitten, staat 95 procent van de schapen nog 		onbeschermd in de wei.   Beeld Nico Garstman / ANP
Schapen in Heusden, 2020. In Drenthe en Brabant, gebieden waar wolven zitten, staat 95 procent van de schapen nog onbeschermd in de wei.Beeld Nico Garstman / ANP

Wel erkennen de WUR-onderzoekers dat de wolf een opportunist is en ‘risicomijdend’: hoewel de wilde prooi de voorkeur heeft, kiest de luiaard ook wel voor makkelijk te bemachtigen en ongevaarlijke prooien als schaap of – een doodenkele keer – geit.

Het rapport noemt twee aanvallen op schapen op de Noord-Veluwe, in de nazomer en herfst van vorig jaar. Het ging in beide gevallen om een nest met opgroeiende wolven, maar nog zonder jaarlingen, die een tandje bij kunnen zetten. De drukke ouders kiezen dan voor de makkelijkste weg.

Het instituut BIJ12, dat de schade door wolven bijhoudt, registreerde in november vorig jaar 79 dode schapen en een kalf als gevolg van wolven. Zielig voor de schapen en een schadepost voor de schapenhouder. Maar ook al halen veel aanvallen tegenwoordig krantenkoppen, de aantallen en de schade staan niet in verhouding tot het aantal slachtoffers dat honden en vossen maken. BIJ12 verwijst naar een onderzoeksrapport uit 2016 in opdracht van de gemeente Drenthe, dat becijferde dat jaarlijks tussen de 4- en 13 duizend schapen worden gebeten door vossen of honden. Actuelere cijfers daarvan zijn niet beschikbaar, omdat er geen centrale registratie plaatsvindt van landbouwhuisdieren die door honden en vossen worden gedood.

Schade door ganzen en mezen

De economische schade door de wolf is er, maar wordt volgens ecoloog Glenn Lelieveld schromelijk overdreven ten opzichte van andere schadeposten. De schadestatistieken van BIJ12 leren dat niet de wolf, maar ganzen en mezen de grootste economische schade toebrengen aan de landbouw. Een koolmees pikt met zijn snavel gaatjes in appels en peren, die daardoor onverkoopbaar raken. Samen met de pimpelmees en enkele kraaiachtigen heeft die aandoenlijke tuinvogel 67 procent van alle schade in de fruitteelt op zijn geweten, zo’n vijftien keer meer dan de wolf. Waarbij moet worden opgemerkt dat de mezen ook rupsen pikken, en dus tegelijk bijdragen aan gewasbescherming. Lelieveld: ‘De tirades tegen de wolf hebben iets ritueels voor de achterban van boerenorganisaties. Nooit hoor je iemand pleiten voor het massaal afschieten van koolmezen.’

Europese wolf. Beeld  Sven-Erik Arndt / Getty
Europese wolf.Beeld Sven-Erik Arndt / Getty

Afschieten van de wolf is volgens de huidige Europese wetgeving niet alleen verboden, het zou ook averechts werken, zeggen onderzoekers. De vrijgekomen plaats wordt vrij snel ingenomen door een ander exemplaar: de solitaire zwerver legt soms wel honderden kilometers per dag af op zoek naar eten, een partner of territorium.

Juridisch loopt een jager zelfs risico na een eventuele ontheffing: in dat geval wordt nauwkeurig bepaald welke wolf zou moeten worden afgeschoten. Schiet de jager een ander exemplaar, dan is hij (of zij) juridisch gezien een stroper, met kans op maximaal zes jaar celstraf. Lelieveld: ‘Daar komt bij dat als je in een roedel van elf wolven er eentje afschiet bij wijze van beheer, er nog altijd tien overblijven. De hele roedel afschieten mag sowieso nooit.’

Wat kunnen schapenhouders dan wel doen? Beter beschermen, zegt Lelieveld. En dat kan, volgens hem: ‘Kuddebewakingshonden houden de wolf op afstand. Je moet er een paar hebben, dan werkt dat uitstekend. In Oost-Europa wisselen schaapherders zulke honden onderling uit. In Kroatië zei een schaapherder mij eens: ‘Als ik een schaap kwijtraak aan een wolf, heb ik mijn werk niet goed gedaan.’ Hij schaamde zich haast als het gebeurde, omdat hij daarvoor te zorgen heeft.’ Nederlandse boeren kiezen vaker voor een hekwerk om hun land, al of niet in combinatie met schrikdraad en ‘fladderlint’, dat ritselt en lichtschitteringen geeft. Het probleem is volgens Lelieveld vooral dat 95 procent van de schapen in Drenthe en Brabant nog geheel onbeschermd in de wei staan. Precies in de regio’s waar nu wolven zitten. Wat de ecoloog zegt: ‘In West-Europa zijn we verleerd met de wolf om te gaan.’

Meer over