De wieg van de mensheid is zoek

De Leidse archeoloog Wil Roebroeks schreef net een geruchtmakend artikel in Nature over de oorsprong van vroege mensachtigen. 'De gangbare theorie moet opnieuw tegen het licht.'..

Eigenlijk begon het allemaal op een archeologieconferentie in Londen, begin dit jaar. Wil Roebroeks, internationaal vooraanstaand specialist in de steentijd-archeologie aan de Universiteit Leiden, hield daar een verhaal over de vroege bewoning van Europa.

Na afloop kwam de redacteur biologie Henry Gee van Nature - altijd in voor een goed verhaal - naar hem toe en vroeg of hij zijn beschouwing wilde omwerken tot een review paper in het vooraanstaande weekblad. Zo'n paper is een overzicht van de stand van zaken in een bepaald vakgebied, in dit geval de verspreiding van de eerste mensachtigen in Europa (niet te verwarren met de komst van de moderne mens, Homo sapiens, naar ons werelddeel).

Roebroeks, een gedreven man met een onverbloemde Limburgse tongval, was vereerd. Natuurlijk. 'Maar een verhaal vertellen is één ding, een gedegen review schrijven iets heel anders. Als je de vroege bewoningsgeschiedenis van Europa wilt begrijpen, moet je weten waar het kerngebied van de eerste kolonisten was: waar ze in eerste instantie vandaan zijn gekomen. In wat voor types omgeving ze begonnen zijn.

'Volgens de heersende opvattingen in de paleoantropologie is dat Oost-Afrika, en dan met name het gebied van de huidige Rift Valley. Daar staat de wieg van de mensheid. Daar ging een wezen rechtop staan, ontwikkelde grotere hersens, en verspreidde zich daarna richting Azië. Zo neemt iedereen bijna zonder meer aan.'

Althans: bijna iedereen. Een collega-archeoloog met wie Roebroeks al eerder publiceerde over de vroegste bewoning van Europa, accepteert het niet zomaar: Robin Dennell, hoogleraar te Sheffield, gespecialiseerd in de prehistorie van Azië. 'Robin voedde al jaren systematisch mijn twijfels aan de Out of Africa-theorie. Ik liep in mijn review vast op de vraag naar het kerngebied. We besloten toen samen onze twijfels aan het grote verhaal van Afrika eens helder en duidelijk op papier te zetten en dat als review aan te bieden.'

Schokkend

Met een betrekkelijk schokkend resultaat. 'De Out of Africa-theorie is gebouwd rond de bekende fossielen in Afrika in een periode dat over de rest van de wereld paleontologisch maar heel weinig bekend was. Maar nu ook uit Azië - hoewel daar nog maar nauwelijks systematisch is gezocht - allerlei interessante dingen bekend worden, is het tijd de gangbare Afrika-theorie tegen het licht te houden.'

En dat is ook de belangrijkste stelling geworden in de review die Roebroeks en Dennell kort voor kerst in Nature publiceerden: Out of Africa is lang niet zo solide als de meeste paleoantropologen gemakshalve aannemen. Op grond van het huidige fossiele en archeologische bewijsmateriaal is zelfs niet uit te sluiten dat de wieg van de vroege mensachtige Homo erectus helemaal niet in Afrika stond, maar ergens in Azië.

Dat is vloeken in de kerk. Maar Dennell is het gewend. Hij is bekend van misschien twee miljoen jaar oude stenen werktuigen die hij in de jaren tachtig in Pakistan vond. Die vondst was destijds zeer omstreden, ook bij Roebroeks trouwens, tot Dennell hem in Leiden een jaar of tien geleden afgietsels van de vondsten liet zien. Overtuigend materiaal, vindt hij sindsdien. En in de gangbare scenario's van de Afrikaanse oorsprong onbegrijpelijk.

Hun gezamenlijke Nature-stuk is een brutaal artikel, beseft Roebroeks. Dit, zegt hij, gaat mensen boos maken. De kunst was vooral de wetenschappelijke nuance niet verloren te laten gaan. 'We zeggen niet dat dus Azië de bakermat van de mensheid is. Maar we geven aan dat we veel beter moeten onderzoeken hoe Azië in het grote beeld past. Misschien komt de huidige theorie er wel veel sterker uit, dat kan. Maar dat kun je niet bij voorbaat stellen.'

Azië levert de laatste decennia zeker opmerkelijk paleoantropologisch nieuws op. Er zijn Dennells stenen werktuigen. Er is de nieuwe datering van Homo erectus in Indonesië op 1,7 miljoen jaar. Dit jaar dook daar ook de Flores-mens op, een eilanddwerg van 'slechts' 18 duizend jaar oud die niettemin altijd over het hoofd was gezien.

Centraal in Roebroeks' eigen kantelende opvattingen is een vindplaats in Dmanisi, Georgië. Daar werden in de jaren tachtig onder middeleeuwse keldergewelven botten gevonden die men niet kon thuisbrengen. Het bleken pleistocene neushoorns.

Dmanisi ligt nu bovenop een klif die twee rivieren hebben uitgesneden in een vulkanisch plateau. Ooit was het de oever van een groot meer. En in het gebied leefden mensachtigen, zo is sindsdien aangetoond met minstens vier schedels en andere skeletdelen.

De mens van Dmanisi is klein van stuk en heeft kleine hersenen. Maar het is onmiskenbaar een mensachtige. Het vermoeden is dat ze het slachtoffer werden van roofdieren in het gebied. Maar dan wel 1,8 miljoen jaar geleden.

Wat Dmanisi onmiskenbaar laat zien, zegt Roebroeks, is dat er geen groot lijf en grote hersenen nodig zijn om pakweg twee miljoen jaar geleden als mensachtige buiten Afrika te leven en zelfs gereedschap te gebruiken. En dat staat op gespannen voet met het klassieke Out of Africa-concept. Daarin ontstaat het geslacht Homo tweeënhalf tot twee miljoen jaar geleden in Afrika. Later gaat de Homo ergaster aan de wandel, als eerste mensachtige Afrika uit, naar Azië en later naar Europa.

Alternatief

Het alternatieve scenario, in dit stadium eigenlijk niet meer dan een werkhypothese, is dat al ruim voor Homo een voorloper als de Australopithecus ('zuidelijke aap') vanuit Afrika richting Azië is getrokken, waarna die daar tot een Homo evolueerde die daarna terugkwam naar Afrika en Europa. In dat geval is Dmanisi een tussenstation op weg naar Afrika, in plaats van ervandaan.

Daar komt bij dat in de Out of Africa-theorie in elk geval één lastig punt zit. Homo ergaster, de relatief grote mensachtige die in deze theorie door Wanderlust werd gegrepen, zou zijn voortgekomen uit de primitievere maar gereedschap makende Homo habilis, de 'handige mens'. Vriend en vijand van de theorie geven aan dat er eigenlijk te weinig tijd zit tussen habilis en ergaster. Critici spreken over ergaster wel als de mens zonder voorvaderen: the hominid without an ancestor.

Roebroeks, zelf meer een man van stenen werktuigen dan van fossielen, wijst op een artikel dat ze niet meer mee hebben kunnen nemen in hun review en dat binnenkort in het Journal of Human Evolution verschijnt. Daarin maken de experts die Dmanisi onder handen hebben, aannemelijk dat de kleine en kleinbreinige mensjes die daar leefden, weleens de vorm zouden kunnen zijn tussen H. habilis en H. ergaster. De tussenvorm die in Afrika onvindbaar is gebleken. Op grond van hun studie sluiten deze experts zelfs niet uit dat H. erectus/ergaster in Azië ontstond en van daaruit naar Afrika trok. Nog meer steun uit paleoantropologische hoek dus.

Maar de kern van Dennells en Roebroeks' kritiek is toch eigenlijk dat er een schrijnend gebrek is aan overtuigend bewijsmateriaal, vindt Roebroeks. 'Feit is dat er in Afrika vele malen meer geld voor paleoantropologisch onderzoek is gepompt dan in de rest van de wereld. Terecht, want het heeft prachtig materiaal opgeleverd.'

Maar die overvloed maakt van het gebrek aan gegevens in Azië natuurlijk nog geen sterk wetenschappelijk argument voor de Afrika-theorie. 'Voor grote verhalen is in het vak geen plek, we weten nog zo weinig. Ook al is de verleiding groot omdat het nu eenmaal om onze eigen oorsprong gaat.

'De verspreiding van de mens is mogelijk veel meer een subtiel tweerichtingsverkeer tussen regio's dan de modellen nu aangeven. In ons artikel verwijzen we naar een studie van runderachtigen waaruit blijkt dat er allerlei bewegingen heen en terug bestaan tussen Afrika en Azië. Het is een komen en gaan. Waarbij, maar ik weet niet wat dat over mensachtigen zegt, de file vanuit Azië vaker groter is geweest dan de andere kant op.'

Een paar dagen na de publicatie in Nature is het artikel inmiddels talk of the town onder paleontologen. Zoals de bedoeling was. Lang niet iedereen is het met het tweetal eens. 'Maar de reacties zijn in die zin wel allemaal positief dat men het tijd vindt dat deze discussie eens goed gevoerd wordt.'

Maar minstens zo interessant is dat er ook onverwachte nieuwe bijval komt. Roebroeks mailt een recent artikel in PLoS Biology van een groep genetici rond Evan Eichler, Chris Yohn en Svante Pääbo. Op grond van een retrovirus dat in Afrikaanse mensapen voorkomt, trekken ze conclusies die in Dennells en Roebroeks' verhaal lijken te passen. Hun gegevens wijzen erop dat drie of vier miljoen jaar geleden, toen de apen besmet raakten, er wellicht helemaal geen directe Homo-achtige voorlopers van de mens in Afrika waren. Misschien, suggereren ze daar, omdat die rond die tijd in Azië zat.

Roebroeks is er verguld mee. 'Ik kende het artikel van Yohn niet, ik weet niets van genetica en het is natuurlijk maar één van de mogelijke interpretaties van hun gegevens. Maar het lijkt op ondersteuning uit een volkomen onverwachte hoek. En volstrekt onafhankelijk. Zoiets maakt ons pleidooi voor een kritisch onderzoek van de huidige paradigma's in elk geval sterker, lijkt me. Echt, de tijden zijn aan het veranderen.'

Meer over