'De wereld dwingt ons optimistisch te zijn'

De Duitse filosoof Sloterdijk waarschuwt voor een 'schijnbaar ontstuitbaar voortrollende ontremmingsgolf'. Het boek heeft de strijd verloren, infantilisering rukt op....

Peter Giesen

EINDELIJK, na 2000 jaar, is de moderne massacultuur weer aangeland op het niveau van het bestiale vermaak uit de oudheid. De moderne mens gaat nog net niet naar het amfitheater waar de christenen voor de leeuwen worden gegooid, maar hij schuift Texas Chainsaw Massacre in de video. De zaag knerpt door het bot, bloed spuit in het rond, de kijker vermaakt zich prima.

'Het antieke humanisme, geformuleerd door Cicero, was een tegenwicht voor het amfitheater dat je overal in de mediterrane wereld ziet, tot in Noord-Afrika en Syrië toe. Het boek heeft deze strijd, die ik als een media-oorlog beschouw, verloren. De Romeinse samenleving heeft zichzelf langzaam vergiftigd', zegt de Duitse filosoof Peter Sloterdijk. De analogie ligt voor de hand. Ook in de westerse samenleving heeft het humanisme, de klassieke lees- en schrijfcultuur, de strijd verloren van het 'bestiale vermaak'. Gaat de westerse beschaving Rome achterna? 'De symptomen zijn in ieder geval waar te nemen. We moeten op tijd over die ontwikkeling nadenken', zegt hij.

Peter Sloterdijk, hoogleraar filosofie aan de Hochschule für Gestaltung in Karlsruhe, werd in 1983 beroemd met zijn meer dan 800 pagina's tellende Kritiek van de cynische rede. Meteen was duidelijk dat hij geen dorre academicus wilde zijn. Het boek was geschreven in een meeslepende stijl en bovendien verluchtigd met plaatjes, hetgeen in wetenschappelijke kring vaak wat ordinair wordt gevonden.

Vorig jaar werd Sloterdijk het middelpunt van een filosofisch schandaal. Het begon heel vredig, op het Beierse slot Elmau, waar een klein congres voor theologen en filosofen werd gehouden. Ook het thema leek weinig explosief: 'De ethisch-theologische ommekeer van de filosofie na Heideggers destructie van de ontotheologie'. Een aanwezige journalist beschouwde Sloterdijks bijdrage echter als een pleidooi voor eugenetica naar nazistische snit. En dat waar Israëlische geleerden bij waren! In de Duitse pers ontspon zich vervolgens een harde strijd tussen voor- en tegenstanders van de filosoof.

Peter Sloterdijk was vorige week in Nederland ter promotie van het boek Regels voor het Mensenpark, waarin uitgeverij Boom de Nederlandse vertaling van zijn 'Elmauer Rede' heeft gebundeld met kritieken en commentaren. Regels voor het Mensenpark klinkt spannend, als een soort Jurassic Park voor toekomstmensen die via genetische manipulatie zijn ontdaan van nare trekjes als egoïsme en agressie. Maar wie Sloterdijks rede terugleest, moet over de nodige filosofische scholing en vooral over veel politieke correctheid beschikken om alle opwinding te begrijpen.

Het eigenlijke thema van de rede is niet genetische manipulatie, maar het einde van het literair humanisme, dat jongeren vormde door 'het geduldig makende lezen dat opvoedt tot een terughoudend oordeel en de opening van het oor'. Dit humanisme was een remmende kracht, aldus Sloterdijk, die aanzette tot beschaving en zelfbeheersing. De traditionele lees- en schrijfcultuur heeft de slag met de ontremmende kracht van de massamedia verloren. Daarom moet de samenleving op zoek naar nieuwe 'antropotechnieken', middelen om de mens te temmen. Omdat hij ook de genetische manipulatie bij deze technieken rekende, was de beer los. Sloterdijk zou pleiten voor het kweken van Übermenschen.

'In mijn rede doelde ik vooral op de zachte kant van de antropotechniek, in het bijzonder de schoolse dressuur. Bij de mens zal genetische manipulatie alleen gebruikt worden voor het voorkomen van erfelijke ziekten, denk ik. Ik geloof niet dat het mogelijk is het gedrag van mensen te verbeteren via gentechnologie. Het is natuurlijk wel een interessant thema. Stel dat het echt mogelijk zou zijn de mens beter te maken, in het kader van een therapie, zouden we daar tegen moeten zijn?'

Een negatieve eigenschap als agressiviteit berust echter niet op één gen, maar op een complexe interactie tussen erfelijke aanleg en omgeving. Het lijkt dan ook onmogelijk mensen langs biotechnologische weg tot vreedzaam gedrag te dwingen. Bovendien rijst meteen de vraag wat een beter mens is, zegt Sloterdijk, en wie daarover beslist. In sommige situaties, het verzet tegen geweld bijvoorbeeld, kan gekanaliseerde agressie heel nuttig zijn.

Regels voor het Mensenpark is ook wel opgevat als een aanval op het humanisme. Ten onrechte, zegt Sloterdijk: 'Ik ben zelf een typisch product van het Duitse humanisme. Ik heb mij negen jaar verdiept in de klassieke talen. Maar tegenwoordig doet bijna niemand dat meer. Wie nog over de klassieken wil praten, voelt zich eenzaam.'

Als bindende cultuur was het humanisme succesvol zolang het alleen de bourgeoisie bij elkaar moest houden. 'Hölderlin kon nog geloven dat hij met zijn gedichten de Duitse eenheid kon bevorderen. Tot aan de Eerste Wereldoorlog vormde het humanisme een paradijs van alfabetisme, maar alleen voor een kleine groep. In de democratische massacultuur kan het humanisme natuurlijk nooit meer de centrale instantie voor Bildung zijn', aldus Sloterdijk.

Twee wereldoorlogen ontmaskerden het humanisme als een 'nobele illusie'. De Duitsers, volk van Dichter und Denker, bleken in staat tot ongekende barbarij. Toch flakkerde de illusie na 1945 nog even op. Klassieke en christelijke waarden werden gezien als een manier om een herhaling van het kwaad te voorkomen. De radicale democratisering van de jaren zestig maakte echter een einde aan de suprematie van de traditionele burgerlijke cultuur.

IN ZIJN REDE vergelijkt Sloterdijk boeken met 'brieven aan mogelijke vrienden'. Maar: 'Brieven die niet meer besteld worden, houden op zendingen aan mogelijke vrienden te zijn - ze veranderen in gearchiveerde objecten.' De opvolgers van de humanisten zijn dan ook archivarissen, wakend over een depot dat de buitenwereld nauwelijks meer interesseert.

De gevolgen van deze ontwikkeling blijven niet beperkt tot nostalgie over het gymnasium of de hbs van weleer. 'De mens heeft een remmende kracht nodig, gezien zijn labiliteit, zijn agressiviteit, zijn vormloosheid. Die kunnen we niet meer door de dressuur van de school bereiken, zoals vroeger. De school is zwak geworden. Ze heeft de concurrentie met de massamedia verloren. De leraren zijn gedeprimeerd, ontmoedigd', zegt Sloterdijk. Daarom moeten 'de mensheid of haar voornaamste culturele vertegenwoordigers' op zoek naar nieuwe methoden om zichzelf te temmen. In Regels voor het Mensenpark toont de filsoof zich niet onverdeeld optimistisch: 'Flinke successen bij het temmen zouden al een hele verrassing zijn, een beschavingsproces in aanmerking genomen waarin een ongekende ontremmingsgolf schijnbaar onstuitbaar voortrolt.'

In Duitsland is Sloterdijk heftig bekritiseerd om de zinsnede 'de mensheid of haar voornaamste culturele vertegenwoordigers'. Hier zou hij zichzelf blootgeven als een pretentieuze en elitaire hogepriester, een platonische koning-filosoof die de wereld de weg wil wijzen. 'Dass sind doch alles Dummheiten', zucht Sloterdijk. 'Het moet voor een journalist geweldig zijn om iemand te vinden die een hele dimensie dommer is dan hijzelf. Een filosoof nog wel! Natuurlijk geloof ik helemaal niet in filosofen die precies kunnen vertellen hoe het verder moet met de wereld.'

HIJ HEEFT slechts willen aangeven dat elke samenleving mensen nodig heeft die een volgende generatie willen inwijden. 'Tegenwoordig winnen sportlieden en zakenmensen aan prestige, terwijl leraren en politici in aanzien dalen. Een vooraanstaand politicus in Duitsland zei onlangs: wie in de middenmoot blijft steken, kan het altijd nog in de politiek proberen. Dat is natuurlijk een groot probleem, als de meest talentvollen niet meer geïnteresseerd zijn in politiek of onderwijs.'

In elk geval speelt Sloterdijk in Regels voor het Mensenpark allerminst de rol van koning-filosoof. Integendeel, hij lijkt elke verwijzing naar concrete oplossingen uit de weg te gaan. Hij pleit voor een 'codex van antropotechnieken', constateert de Franse wetenschapsfilosoof Bruno Latour in zijn bijdrage aan de bundel, maar over de inhoud daarvan 'zwijgt hij stil als een gekloond schaap'. Sloterdijk: 'Ik heb een paar vage dingen over onderwijs gezegd. Maar het lijkt me vooral een debat dat door de betrokkenen zelf moet worden gevoerd.'

De filosoof noemt zich een toeschouwer, die theoretiseert over de dingen die hij om zich heen ziet. Zo constateert hij in de westerse samenleving een enorme infantilisering. 'Aan de ene kant zie je kinderen steeds vroeger volwassen worden, maar het omgekeerde is ook het geval. Het moderne ideaal is zo laat mogelijk jong sterven. Men wil levenslang kind zijn. Zelfs het werk wordt steeds meer als een variant van het spel gezien.

'De ideologie van de rijpheid is verdwenen. Vroeger hield een volwassen mens abrupt op met spelen. Hij leefde in relatieve ascese en bereidde zich voor op de oorlog. Maar de volgende oorlog is ver weg en misschien komt hij ook wel helemaal niet meer. We trainen daarom niet meer voor de oorlog, maar voor de seks, of om ons niet zo moe te voelen. Overal om je heen zie je nieuwe mannen, die hun nagels lakken of elke maand een nieuwe oorbel aanschaffen. Ze zijn decadent en beschouwen dat als een eretitel, net als de gays hun naam op een offensieve manier gebruikten.'

Het pretpark van de moderne samenleving kent haar eigen utopieën. 'De sociale en politieke utopieën zijn verdwenen, omdat ze gerealiseerd zijn. Het heeft weinig zin voor de verzorgingsstaat te vechten als die er al is. Maar er zijn culturele utopieën voor in de plaats gekomen, zoals de utopie van de eeuwige kindertijd. Gentechnologie past daar heel goed in. Men wil een zo gezond mogelijke bevolking. Want artsen, verplegers en zieken moeten volwassen worden. Wie de hardheid van het leven moet dragen, kan niet langer kind zijn.' Een andere utopie is die van de plotselinge rijkdom, aldus Sloterdijk. Daarom spelen ook zo veel mensen mee met de lotto of op de effectenbeurs. Gezondheid, rijkdom, 'een leven dat zichzelf geniet zonder schuldgevoel', dat zijn de componenten van een hedendaags utopisme.

OP EEN DAG zal echter blijken dat ook deze utopie niet meer dan een onhaalbare wensdroom is. Dan zal een nieuwe vorm van fascisme de kop opsteken, meent Sloterdijk. Hij spreekt deze onheilsboodschap bijna terloops uit. We zitten in een goed restaurant aan een zonnige Amsterdamse gracht, de wijn is ontkurkt, de goudmakreel geserveerd en plotseling begint Sloterdijk over een herlevend fascisme. Jaagt hij geen schimmen uit het verleden na?

'Nee, ik acht het zeer waarschijnlijk. Het gebeurt natuurlijk niet vandaag of morgen. We leven nu in een belle epoque. Misschien gebeurt het pas over twintig jaar. Maar ik ben ervan overtuigd dat het waanzinsysteem van het speculatieve kapitalisme een keer in elkaar moet storten. Wat zullen de verliezers dan doen? Die mensen leggen zich er echt niet bij neer. Ze zullen niet zeggen: jammer, pech gehad, we hebben verloren. Ze zullen het systeem de schuld geven, en vinden dat mensen die zo geweldig zijn als zijzelf meer ruimte of bescherming hadden moeten krijgen.'

Maar waarom zou gekwetst narcisme meteen tot fascisme leiden? Is het niet veel waarschijnlijker dat de onvrede zich in deze tijd op een chaotische en gefragmenteerde manier zal uiten, door criminaliteit, geweld op straat of vandalisme? 'Er is nu al veel ressentiment, maar dat neemt een vage, ongestructureerde vorm aan. De drugscultuur bijvoorbeeld, of het vandalisme. Vooral in het oosten van Duitsland worden regelmatig buitenlanders in elkaar geslagen. Maar die skinheads zijn niet echt gevaarlijk, omdat ze niet aantrekkelijk zijn. Het gevaar ontstaat pas als een visionair zich op een bredere groep ontevreden burgers richt.'

Vergeleken met zijn vroegere werk lijkt Regels voor het Mensenpark pessimistisch van toon. Een van de helden uit De kritiek van de cynische rede is Diogenes, de Griekse filosoof die in een ton woonde en zich van niemand iets aantrok. Toen Alexander de Grote hem vroeg of hij iets voor hem kon doen, antwoordde hij: 'Ja, niet in mijn zon gaan staan'. De Kritiek van de cynische rede was een ode aan de hondsbrutale rebel, Regels voor het Mensenpark veeleer een waarschuwing voor de 'schijnbaar onstuitbaar voortrollende ontremmingsgolf', of, zoals Bruno Latour het formuleert, 'de vrijheid-verkrachtende vrijheid'.

Is Sloterdijk, net als veel linkse denkers van zijn generatie, pessimistisch geworden, toen hij bemerkte dat de culturele bevrijding van de sixties niet louter positieve gevolgen had? 'In mijn vroegere werk hield ik mij me meer met de lichte kanten van het anarchisme bezig. Ik heb inderdaad meer oog gekregen voor de donkere kanten. Het is belangrijk dat de mens niet alles tot uitdrukking brengt wat hij in zich heeft. Maar ik ben optimist, van beroepswege. Anders dan journalisten. Die zijn in hun privé-leven optimistisch, maar ze schrijven pessimistische stukken in de culturele bijlagen van hun kranten, omdat ze weten dat daar een premie op staat.'

Grote filosofen uit het verleden beschouwden de 'admiratio', de bewondering van en verwondering over de wereld, als de belangrijkste deugd. Ook Sloterdijk vindt het nog altijd verbazingwekkend dat uit het weerbarstige materiaal van de mens een samenleving kan worden gekneed.

'De wereld, zoals zij is, dwingt ons optimistisch te zijn. Pessimisme is kleingeestig. Het is een uitvergroting van je eigen zorgen.'

Meer over