De wedergeboorte van Het Heelal

Stephen Hawking heeft altijd wel kunnen lachen om het onwaarschijnlijke succes van zijn in 1987 verschenen A Brief History of Time en de paniek die dat teweeg bracht bij zijn uitgever, die begreep dat een vervolg er niet in zat....

Van A Brief History, in Nederland verschenen onder de titel Het Heelal, zijn in de loop der jaren bijna tien miljoen exemplaren verkocht in zeker veertig talen. Het stond jaren ononderbroken in de Top-10 van non-fictie-boeken in The Sunday Times. Hawking werd er een cultheld mee en wat ze in Engeland noemen, een household name.

De door de spierziekte ALS volledig verlamde Hawking (1942) zelf verklaarde de verrassende populariteit van zijn werk steevast door de aard ervan. Het boek, dat hij in eerste instantie schreef om zijn medische verzorging en de opleiding van zijn dochter te bekostigen, lijkt hedendaagse antwoorden te geven op diepe levenvraagstukken als waar wij vandaan komen en waar het heelal op afstevent. Dat willen we allemaal wel weten, stelt hij.

Anderen menen, met alle respect, dat Hawking zelf ook wel een uitgelezen figuur is voor mystificatie. Spreken kan hij niet meer, bewegen nauwelijks, en zijn gecompliceerde wetenschap bedrijft hij volledig uit het hoofd. Een briljante geest in een verlamd lichaam, zoals de Nederlandse fysicus Gerard 't Hooft hem ooit noemde, fascineert velen bovenmatig. Minder markante fysici van vergelijkbare statuur, zoals bijvoorbeeld zijn compaan Roger Penrose of collega's als Kip Thorne en Andrie Linde, kunnen in de populaire media niet in zijn schaduw staan.

En dus is er nauwelijks een medium te vinden dat niet op de een of andere manier aandacht aan de man en zijn werk heeft geschonken. Zelfs de roddelbladen kregen enkele jaren geleden hun deel toen Hawking scheidde van zijn eerste vrouw Jane, onder meer wegens religieuze onenigheid, en vervolgens hertrouwde met zijn vaste verpleegster. En zelfs serieuzere bladen meldden het nieuwe huwelijksgeluk en passant in berichten dat Hawking óm was en in tijdreizen was gaan geloven.

Maar wat moet je als uitgever met een bestsellerauteur die niet meer dan zo'n tien woorden per minuut kan produceren via een speciaal computersysteem en - vooral - die bovendien vanwege zijn ziekte geen minuut te verliezen heeft? Je kunt er populaire werkjes over laten produceren, uitgesponnen interviews laten afdrukken, stripboeken laten tekenen, cd-roms, films, serieuzere biografieën en boeken bij de films laten maken. En dat is de laatste tien jaar dan ook allemaal massaal gebeurd.

Maar Hawking zelf publiceerde in al die tijd, behalve wetenschappelijk werk, niet zoveel. Drie jaar geleden verscheen Einsteins Droom, dat een bundel bleek van teksten die tussen 1976 en 1992 waren verschenen. En vorig jaar was er opeens De Aard van Ruimte en Tijd, een nauwelijks gepopulariseerde weergave van Hawkings nieuwere kosmologische ideeën. Naar de academische stijl te oordelen, was het bovendien goeddeels geschreven door Hawkings co-auteur Roger Penrose.

Het was minder dan een schim van A Brief History, hooguit voer voor liefhebbers, maar toen al circuleerden geruchten over een heruitgave van het oude meesterwerk op een manier die je een hergeboorte zou kunnen noemen. En nu het boek er ligt - het heeft dezelfde titel gehouden - blijkt dat niet overdreven. De twintigste, herziene en volledig geïllustreerde editie is voor de liefhebbers een feest.

Het overgrote deel van de tekst is ongewijzigd gebleven en vormt, zoals bij herlezing na al die jaren opnieuw blijkt, een van de helderste inleidingen in de kosmologie die ooit werden geschreven. Nuttige toevoegingen zijn bijvoorbeeld de metingen met de COBE-kunstmaan van de rimpels in de kosmische achtergrondstraling.

De illustraties, grotendeels vervaardigd door een Londense computerkunstenaar die eerder de cd-rom produceerde, vormen een stijlvolle aanvulling op de kraakheldere tekst. Ze kunnen bekeken worden als adequate samenvatting van de tekst en vormen in die zin bijna een boek binnen het boek. Wie even niet lezen wil, wordt - behalve door de stijlvolle vormgeving vol kleine visuele grapjes - ook gegrepen door de prenten.

Maar de ware reden voor een herziene uitgave van Het Heelal is het nieuw toegevoegde hoofdstuk over wormgaten en tijdreizen. Schreef Hawking in 1987 nog nadrukkelijk dat reizen in de tijd onmogelijk is, omdat we anders wel overspoeld zouden worden door toeristen uit de toekomst; inmiddels heeft hij zijn mening herzien en wil hij daar best voor uitkomen. Gelooft Hawking nu dus in tijdreizen? Hij is terughoudend en erkent alleen dat zijn oude, vooral logische argumenten tegen het reizen in de tijd niet deugden.

'De mogelijkheid blijft open. Maar ik durf er niet op te wedden. Stel je voor dat ik een oneerlijke tegenstander tref, die de toekomst al kent.' Dat is Hawking ten voeten uit: altijd bewust van de alledaagsheid van kosmologische inzichten.

Gek genoeg maakt deze prachteditie, van Het Heelal - helaas wel in slappe kaft - net als de eerste versie voortreffelijk vertaald door Ronald Jonkers, juist door zijn aantrekkelijkheid bijna wrevelig. Hadden ze het boek destijds - een aantal kapitale en ontsierende nieuwe zetfouten daargelaten - niet meteen zo fraai kunnen uitbrengen?

Dan had menigeen er al bladerend al meer van opgestoken, dan toen al lezend. Want ook al legt de Meester het zelf uit, voor ruimtekromming, stralende zwarte gaten en elektronspin bestaat in werkelijkheid geen miljoenenpubliek.

Martijn van Calmthout

Stephen Hawking: Het Heelal

Uitgeverij Bert Bakker; * 59,90

ISBN 90 351 1006 4

Meer over