Biologie

De wasbeer rukt voorzichtig op in Nederland. In Duitsland zijn er al 1,5 miljoen. Wat te doen?

De vondst van twee wasberen onlangs in Vught onderstreept de langzame opmars van het dier in Nederland. De omgang met het dier vormt daarmee ook ‘een generale repetitie’ voor de komst van andere exoten.

De wasbeer is dit jonge jaar vijftien keer waargenomen in acht gemeenten in Nederland.   Beeld Getty
De wasbeer is dit jonge jaar vijftien keer waargenomen in acht gemeenten in Nederland.  Beeld Getty

Een wasbeer, prinsheerlijk slapend in een boom – het beeld uit Vught van enkele weken geleden toonde een nieuwe realiteit: een exoot sluipt Nederland binnen. Hoewel, ‘nieuwe’: de beer, van oorsprong afkomstig uit Noord-Amerika, verblijft al sinds de jaren dertig van de vorige eeuw in onze contreien. De wasbeer is mede de erfenis van de Duitse nazi Rudolf Hess, die ze liet uitzetten als jachtdier. In Duitsland verblijven nu naar schatting anderhalf miljoen wasberen in het wild.

Een ‘exoot’ dus, die langzaam maar zeker naar Nederland lijkt op te rukken vanuit Duitsland en België. In Noord-Brabant verschenen er in één week twee, in Gelderland waren er ook twee gesignaleerd. In Limburg leefden bijna vijftig exemplaren in het wild, die allemaal zijn opgevangen door Stichting Aap in Almere, een opvangcentrum voor exotische dieren. De ongeveer 45 wasberen die daar nu verblijven, inclusief een van de twee dieren uit Vught, krijgen er verzorging en worden gesteriliseerd. De bedoeling is dat ze worden herplaatst bij dierentuinen.

Volgens David van Gennep, directeur van Stichting Aap, gaat het meestal om vrijgelaten of ontsnapte huisdieren. Dat is te zien aan gewicht en gedrag: de wasbeer die in Vught met een verdovingsschot uit de boom werd gehaald, woog een dikke 10 kilo en stoorde zich totaal niet aan mensen. De andere Vughtse wasbeer werd aangetroffen in een kippenhok, waar hij ook al niet schrok van de eigenaar.

Huisdier

Een wasbeer als huisdier is geen goed idee. Hoe poezelig zijn aanblik ook, hij is bepaald geen knuffeldier, zegt Van Gennep. ‘Een puppie kun je nog leuk de fles geven, op schoot zetten of in een wiegje leggen. Maar eenmaal volwassen is de wasbeer een allesvretend roofdier. Hij kent het antwoord ‘nee’ niet. Dus kost het je de grootste moeite ze binnen te houden. Ze ontsnappen makkelijk.’

Een kern van de Duitse wasbeerpopulatie ligt rond Kassel, zo’n 300 kilometer van de Nederlandse grens. De opmars naar Nederland verloopt geleidelijk. Minder snel dan die van de wolf, die per dag zo’n 80- tot 100 kilometer kan afleggen. Een wasbeer kan zijn leefgebied in een jaar tijd ongeveer 10 kilometer verplaatsen.

Volgens een ouder onderzoek van de Wageningen Universiteit (WUR) werden tussen 2009 en 2015 90 meldingen gemaakt van een wasbeer, uit alle delen van het land, behalve Zeeland en de Wadden. 30 daarvan waren onzeker, 60 waren zeker. Ook volgens de WUR waren dit vrijwel zeker ontsnapte huisdieren.

Op de site waarneming.nl is de opmars van de wasbeer in Nederland zichtbaar. In 2006 werd het dier exact nul keer gemeld door de duizenden deelnemers van de site die er hun waargenomen vogels, planten en (zoog)dieren doorgeven. Het jaar daarop zijn 11 wasberen gezien, in 2008 waren het er al 28. Na een gestage daling leefde de trend in 2016 weer op met 15 stuks, gevolgd door jaren met 27, 42 en 51 meldingen. De teller staat voor dit jonge jaar voorlopig op 15 waarnemingen in 8 gemeenten.

Ecosystemen

Het zijn nog geen bijster hoge aantallen, maar het is ook geen exacte wetenschap. De wasbeer is bovendien een nachtdier, wat waarnemen bemoeilijkt. De kans dat het er meer zijn is dus aanzienlijk. ‘Maar zeker geen duizenden’, zegt David van Gennep van Aap.

Volgens de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA), die het fenomeen van exoten onderzoekt, is nog onbekend welk effect het verschijnen van de wasbeer heeft op ecosystemen. Wel kunnen de dieren volgens de NVWA schade aanrichten aan gebouwen, tuinen, fruitbomen en vuilnisbakken. ‘Wasberen kunnen huizen binnendringen en schade veroorzaken aan daken’, stelt de NVWA.

Ook David van Gennep is er niet van overtuigd dat de wasbeer geheel onschadelijk is. ‘Een deel van de populatie is geïnfecteerd met een spoelworm die bij mensen kan leiden tot overlijden aan hersenvliesontsteking. In Limburg bleek ongeveer de helft van het aantal wasberen geïnfecteerd.’

De vraag is: wat te doen met de wasbeer? Met harde hand bestrijden of de nieuwkomer accepteren als vaste gast, zoals ook de halsbandparkiet en de nijlgans kwamen om nooit meer weg te gaan?

null Beeld Getty
Beeld Getty

In elk geval staat de wasbeer sinds 2016 op de zogeheten Unielijst van invasieve exoten van de Europese Unie. Dat betekent dat de soort niet meer mag worden verhandeld en gehouden. Lidstaten zijn verplicht in het wild levende populaties op te sporen en ‘te verwijderen’, of in elk geval verspreiding en schade zo veel mogelijk te voorkomen.

Afschieten

Tegenstanders van invasieve exoten grijpen al snel naar het geweer. Dat is vaak niet de oplossing. In Duitsland worden jaarlijks zo’n 120 duizend wasberen afgeschoten. ‘De populatie groeit er desondanks met 17 procent per jaar’, zegt David van Gennep. Het bewijs dat afschot niet werkt, onder meer omdat bij veel wilde dieren de reproductie alleen maar toeneemt wanneer meer ruimte en dus territoria beschikbaar komen. Met twee, drie nesten per jaar kan dat bij de wasbeer – die zo’n 10 tot 12 jaar oud kan worden – snel gaan.

null Beeld Getty
Beeld Getty

In Nederland wordt het beleid rond de wasbeer overgelaten aan provincies. Die houden er elk hun eigen aanpak op na. Limburg besloot tot afschieten, maar na protesten ging de provincie over tot vangen. In Brabant was afschieten ook de bedoeling, maar de beer in de boom van Vught werd verdoofd en naar Aap gebracht. Waar de wasbeer uit het kippenhok is gebleven, is volgens David van Gennep onduidelijk. ‘Vermoedelijk bij een particulier’, zegt hij.

In Gelderland schoten ‘faunabeheerders’ twee exemplaren af. ‘Demonisering op basis van desinformatie en paniekzaaierij’, stelde Animal Rights, een onderzoeksorganisatie die zich inzet voor dierenrechten, al vóórdat dat plan werd uitgevoerd. ‘In heel Europa is tot op heden geen bewijs gevonden voor negatieve effecten van de wasbeer op biodiversiteit’, zegt de organisatie.

Diervriendelijke oplossing

Stichting Aap, die vrijwel alle wasberen in Nederland opvangt, pleit voor een diervriendelijke oplossing: opvangen, steriliseren, verzorgen en onderbrengen in bijvoorbeeld dierentuinen. Tegelijk pleit David van Gennep voor meer onderzoek naar methodes om voortplanting te belemmeren. ‘In Engeland bestaan succesvolle experimenten met het lokken van de oprukkende grijze eekhoorn. Door het lokaas mengen ze anticonceptiemiddelen. Dat zou hier met de wasbeer misschien ook kunnen.’

De strijd tegen de wasbeer is wat Van Gennep betreft ‘een generale repetitie’ in de strijd tegen zogeheten ‘plaagdieren’ en invasieve exoten. ‘Dierenwelzijn staat daarbij nooit voorop, enkel omdat we ze hebben betiteld als plaagdieren. Dat leidt tot kromme situaties: het konijn als huisdier wordt vertroeteld, maar voor het konijn als proefdier gelden heel andere welzijnsregels; voor het konijn als slachtdier is het wéér anders. In regelgeving doen we alsof plaagdieren niet kunnen lijden. Alles is toegestaan: vallen, gif, verdrinking. Je zou eens tegen een hondenbezitter moeten zeggen dat je zijn hond gaat verdrinken, zoals we doen met de muskusrat.’

Tegelijk is de wasbeer slechts ‘een van de vele soorten waarover je je zorgen kunt maken’, maar er staan lastiger soorten te dringen bij de grens: ‘De discussie over de Amerikaanse nerts wordt veel vervelender’, zegt Van Gennep. ‘Die maakt veel schade en is veel moeilijker te vangen. Het is de bekende nerts uit de nu gesloten pelsdierfokkerijen. Daar zijn in de loop der jaren heel wat dieren ontsnapt, en echt niet alleen door acties van ‘dierenextremisten’. In ons omringende landen hebben zich al populaties gevestigd, die ongetwijfeld onze kant op komen. Dat wordt heel spannend.’

Zo toont elke exoot weer aan hoe verdeeld de reacties en belangen zijn. Wat te denken van een wasbeer die – Van Gennep ziet het zo gebeuren – het nest van een lepelaar leegrooft? ‘En stel je voor: de oprukkende wolf eet onze laatste korenwolf op. Dan is het hek van de dam.’

Meer over