De vele gezichten van Pontius Pilatus

NAAR HET WOORD van de evangelist Matteüs waste Pontius Pilatus zijn handen in onschuld. De prefect van de Romeinse provincie Judea vond kennelijk dat hem niets te verwijten viel en dat hij zijn plicht als stadhouder van keizer Tiberius naar behoren had vervuld....

Of het door Matteüs geschetste beeld van Pontius Pilatus al dan niet klopt met de historische werkelijkheid, is niet de eerste zorg geweest van Ann Wroe bij het schrijven van haar Pilatus - De biografie van een verzonnen man. Dat neemt niet weg dat de Engelse schrijfster de vraag naar de historische betrouwbaarheid van Matteüs' woorden wel degelijk opwerpt. Zij is zeer sceptisch in haar antwoord.

Zij acht het bijvoorbeeld een veeg teken dat de andere evangelisten zwijgen over de inbreng van Pilatus' echtgenote en dat zij evenmin reppen over het wassen van de handen door de Romeinse stadhouder. Hoe moet die handwassing trouwens worden geduid? Was het een Romeins ritueel, zoals men zou verwachten in het geval van een Romeins stadhouder? Of eerder joods? Wroe kiest voor het laatste, onder verwijzing naar enkele passages in de Bijbel (maar de belangrijkste, psalm 26:6 en 73:13, laat zij onvermeld), en concludeert dat Matteüs het hem overgeleverde verhaal opgesmukt moet hebben met bijzonderheden van eigen makelij.

Dit voorbeeld leert dat Ann Wroe - als redacteur verbonden aan het Britse tijdschrift The Economist, maar van opleiding mediëviste - zich wel degelijk heeft bekommerd om de historiciteit van de bronnen waaruit zij put. Historica of schrijfster van een historische biografie wil zij echter niet worden genoemd. Haar boek is geen speurtocht naar de 'ware' Pilatus.

De Pilatus van Wroe is evenmin een historische roman, al zit er veel fictie in. Het boek laat zich misschien het best omschrijven als een collage van biografische schetsen, samengesteld uit bestanddelen van verschillende herkomst. Sommige zijn Romeins, andere stammen uit joodse of vroeg-christelijke kring. Auteurs uit de vroege keizertijd als Tacitus, Flavius Josephus en Philo van Alexandrië, maar ook de apocriefe, vierde-eeuwse Handelingen van Pilatus hebben stof geleverd.

Ook heeft Wroe vrijelijk geput uit middeleeuwse passiespelen, moderne toneelstukken (Dennis Potters Zoon des mensen bijvoorbeeld) en romans, van de hand van Michael Boelgakov, Nikos Kazantzákis en anderen; een Nederlandse lezer zal Vestdijks De nadagen van Pilatus missen, maar het zou onbillijk zijn de zeer belezen Wroe deze omissie kwalijk te nemen.

De bouwstenen die Wroe voor haar boek heeft gebruikt, zijn divers. Behalve naar allerlei literaire werken verwijst zij ook naar sarcofagen, schilderijen en films (helaas staan er geen afbeeldingen in het boek). Er zijn Pilatussen in allerlei soorten en maten: van Tintoretto's voorname hoogwaardigheidsbekleder met een krulbaard tot de dwaas lispelende schertsfiguur in Monty Pythons The Life of Brian en de uitgemergelde David Bowie in Scorsese's The Last Temptation of Christ. Cartoons laten Pilatus zijn handen in onschuld wassen in de gedaante van Margaret Thatcher, Ronald Reagan, Michael Gorbatsjov en vele anderen.

Ondanks de verscheidenheid van het gebruikte materiaal is Wroe erin geslaagd haar boek tot een hecht doortimmerd geheel te maken. En ze schrijft boeiend. Wroe's Pilatus mag dan geen roman zijn, het boek laat zich wel als zodanig lezen. Uitgangspunt is telkens een gegeven dat in een van de antieke bronnen te vinden is. Daaraan wordt dan een beschouwing vastgeknoopt, waarin Wroe uitweidt over de waarde van zo'n gegeven en over de wijze waarop het door lateren is geïnterpreteerd en eventueel veranderd.

Soms gaat het daarbij om feitelijkheden. Zo corrigeert Wroe Tacitus. Volgens deze Romeinse geschiedschrijver zou Pontius Pilatus als stadhouder van Judea de titel procurator hebben gevoerd. Maar dankzij een in 1961 in Caesarea gevonden, in opdracht van Pilatus zelf vervaardigde, inscriptie is aangetoond dat Tacitus zich op dit punt aan een anachronisme heeft bezondigd. In Pilatus' dagen mocht de stadhouder van Judea zich, deftiger, praefectus noemen.

Heel veel feiten betreffende Pilatus' leven zijn overigens niet bekend. Over zijn herkomst weten wij niets. Er is wél veel over gefantaseerd. Hij zou, gezien de naam Pontius, uit Samnium in Italië hebben kunnen komen. Later werd hij echter tot Duitser of Spanjaard gebombardeerd.

Zijn vader was volgens sommige berichten niemand minder dan 'heer Caesar, de voortreffelijke keizer', maar ook wel Atus, die zijn zoon verwekt had bij de schone Pila. Pilatus' echtgenote, nog naamloos in het evangelie van Matteüs, heette naderhand Procla of Procula en was nu van keizerlijken bloede. Zij bleef eeuwenlang op de achtergrond, maar 'in de jaren dertig van de twintigste eeuw raakte Procula voldoende geëmancipeerd om het winkelen in de tapijtenzaken van Judea te onderbreken voor het bijwonen van christelijke bijeenkomsten in Galilea of voor het maken - op celluloid en met glanzende lippen - van een babbeltje op straat met Jezus'. In de Grieks-orthodoxe kerk wordt zij als heilige vereerd.

Het meest interessant zijn natuurlijk de gedeelten in het boek die betrekking hebben op het proces tegen Jezus. Wat voor soort man was de stadhouder van Judea, voor wie een hoofdrol bij dit proces was weggelegd? In de geschriften van Philo en Flavius Josephus komt Pilatus naar voren als een hardvochtig en doortastend bestuurder, die weinig consideratie had met de gevoeligheden van het volk waarover hij het voor het zeggen had. In de evangeliën daarentegen - en die visie is toonaangevend geworden - treedt hij aarzelend op en zwicht hij voor de aandrang van het volk.

Volgens het evangelie van Matteüs waste Pontius Pilatus zich op een gegeven moment de handen. De evangelist geeft daarmee nadrukkelijk te kennen dat niet Pilatus, maar het joodse volk schuldig was aan de dood van Jezus. Matteüs' voorstelling van zaken is onbetrouwbaar, maar de implicaties ervan voor later tijden zijn verstrekkend geweest. Dit laat Ann Wroe - naast nog veel meer - goed zien.

Meer over