wetenschap

De oorlog in Oekraïne is ook een klap voor de kanoet in de poolcirkel (en de wetenschap in het algemeen)

De kanoet is een strandloper die overwintert op de Wadden en broedt in het noorden, vooral Rusland. Beeld Getty Images
De kanoet is een strandloper die overwintert op de Wadden en broedt in het noorden, vooral Rusland.Beeld Getty Images

Nederland heeft, net als andere westerse landen, de wetenschappelijke banden met Rusland verbroken. Dat heeft ingrijpende gevolgen voor het onderzoek rond de poolcirkel. ‘Klimaatverandering gaat daar heel snel, en daar hebben we nu geen zicht op.’

Maartje Bakker

Als de oorlog in Oekraïne niet was uitgebroken, zou Thomas Lameris over een paar weken naar Rusland zijn gegaan. Maandenlang zou de ecoloog er in een tentje hebben geslapen, op een eilandje boven de poolcirkel, en zich hebben gewassen in het koude water van een rivier. Overdag zou hij nesten hebben gezocht van vogels – brandganzen, kanoetstrandlopers, zilverplevieren – om te zien hoeveel kuikens ze grootbrengen.

Lameris, die werkt bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), doet onderzoek naar trekvogels, die een deel van het jaar in het Waddengebied leven, en in de zomer naar het Russische poolgebied vertrekken om daar te broeden. ‘Al voor de val van het IJzeren Gordijn legden wetenschappers contact met Russische vogelonderzoekers’, vertelt hij. ‘Eerst was de grote vraag: wat doen de vogels daar tijdens het broedseizoen? Nu gaat het onderzoek vooral over de effecten van klimaatverandering.’

De opwarming van de aarde gaat snel, en in het Noordpoolgebied nog sneller. Met grote gevolgen voor de vogels: nu de sneeuw al vroeger in het jaar smelt, is er eerder een piek in de beschikbaarheid van insecten, en komen de kuikens van bijvoorbeeld de kanoeten te laat uit het ei. Daardoor worden er minder jongen groot en neemt het aantal vogels af.

- Beeld -
-Beeld -

‘De monitoring ligt nu al een paar jaar stil’, zegt Lameris, ‘want hiervoor konden we Rusland niet in vanwege corona. En dat terwijl daar enorme veranderingen plaatsvinden door de opwarming van de aarde, waarover we heel graag kennis willen vergaren.’

Poolcirkel

Minister Robbert Dijkgraaf (Wetenschap, D66) deed begin maart een ‘dringende oproep’ om alle formele samenwerkingen met kennisinstellingen in Rusland en Belarus te bevriezen, vanwege de Russische invasie in Oekraïne. Sindsdien wisselen Nederlandse onderzoeksinstituten officieel geen data, kennis of financiële middelen meer uit met die landen. Tal van onderzoeksprojecten werden stopgezet.

Nederland volgde het voorbeeld van Duitsland, dat al op de dag na de Russische inval in Oekraïne besloot de wetenschappelijke samenwerking te staken. Ook Denemarken sneed de banden door, de Europese Commissie stopte de betalingen aan Russische onderzoeksinstellingen, en prestigieuze instituten als het Massachusetts Institute of Technology (MIT) schortten de samenwerking op.

Thomas Lameris, ecoloog bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, met een brandgans in Nenetsië, Noordwest-Rusland. Beeld Cynthia Lange
Thomas Lameris, ecoloog bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, met een brandgans in Nenetsië, Noordwest-Rusland.Beeld Cynthia Lange

Het is nogal een ommekeer: sinds de val van de Sovjet-Unie nam het contact tussen Russische en westerse wetenschappers juist sterk toe. Vooral de samenwerking van Rusland met Duitsland en de VS was de laatste jaren intensief, gevolgd door die met China, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. De Russische wetenschap was bovendien in opkomst. In de Nature Index, die telt bij hoeveel publicaties in gezaghebbende tijdschriften een land (of wetenschapper) betrokken is, stond Rusland in 2021 op de 18de plek, boven België, Denemarken en Brazilië.

Vooral in de natuurkunde, wiskunde en scheikunde blinken Russische wetenschappers uit. Toch is het land ook voor de klimaat- en milieuwetenschappen de afgelopen jaren cruciaal geworden. De opwarming van de aarde gaat rond de poolcirkel sneller dan elders, met grote gevolgen voor de zeeën, toendra’s en naaldbossen. Nu het Westen zich terugtrekt uit Rusland en financieringsstromen opdrogen, bestaat het gevaar dat het klimaatonderzoek voor een groot deel stilvalt.

Branden in Siberië

‘Het Arctisch gebied is voor het grootste gedeelte Euraziatisch, wel voor tweederde’, zegt Sander Veraverbeke, universitair hoofddocent aardsysteemwetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Nu we daar geen onderzoek kunnen doen, missen we straks cruciale kennis over de effecten van klimaatverandering.’

Ook Veraverbeke zou deze zomer naar Rusland gaan, voor onderzoek naar de gevolgen van branden in de noordelijke naaldbossen en toendra’s. ‘De afgelopen drie jaar waren de branden in Siberië heel heftig’, zegt hij. ‘Het is een gigantisch natuurlijk experiment geweest. Nu is hét moment om te meten, maar dat kan dus niet.’

Veraverbeke wil vooral weten hoeveel koolstof er vrijkomt na een brand, uit de bomen maar ook uit de bodem. Als het in de koude noordelijke streken brandt, gaan namelijk niet alleen de bomen en planten in vlammen op, ook het bovenste gedeelte van het permafrost ontdooit. Dat bestaat grotendeels uit organisch materiaal, waarin vaak al honderden of duizenden jaren koolstof ligt opgeslagen, als in een diepvriezer. Als dat gaat ontbinden, komen er broeikasgassen vrij, koolstofdioxide en methaan. Dat proces versterkt zich nog eens in de jaren na de brand: als het bos weg is, komt er extra zonne-energie terecht op het aardoppervlak, dat leidt tot extra dooi, en tot nog meer vrijkomende koolstof.

Brand in de noordelijke naaldbossen, hier bij het dorp Kuel in de Russische deelrepubliek Jakoetië. Beeld Anadolu Agency via Getty Images
Brand in de noordelijke naaldbossen, hier bij het dorp Kuel in de Russische deelrepubliek Jakoetië.Beeld Anadolu Agency via Getty Images

Het is essentieel, zegt Veraverbeke, om dat allemaal te kwantificeren en meten. ‘Deze kennis is nodig om goede voorspellingen te doen van de opwarming van de aarde. Als dit onderzoek wegvalt, raakt dat niet alleen het Arctisch gebied, maar de hele wereld.’

Dilemma

Ook Lameris noemt het voor de poolwetenschap ‘een grote klap’ dat de banden met Rusland zijn verbroken. ‘Rusland bestrijkt nu eenmaal een enorm deel van het poolgebied’, zegt hij.

Zelf wijkt hij deze zomer uit naar Noord-Noorwegen, om daar dan maar veldwerk te gaan doen. ‘Een soort vrijwilligerswerk, want dit is niet voor mijn eigen project’, zegt hij. ‘Ik ga er ook naartoe om te kijken: kan ik daar in de toekomst verder met mijn onderzoek, als deze situatie nog lang zo blijft?’

Erg enthousiast is hij niet over het idee om Rusland voor langere tijd de rug toe te keren. ‘De zilverplevieren en brandganzen uit de Waddenzee gaan allemaal naar Rusland’, vertelt de ecoloog. ‘Als Nederlandse onderzoeker wil ik graag onderzoek doen naar Nederlandse vogels. Voor die vogels kan Nederland iets doen, beschermingsmaatregelen nemen.’

Sander Veraverbeke, universitair hoofddocent aardsysteemwetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam, doet onderzoek naar de invloed van bosbranden op de uitstoot van broeikasgassen. Beeld
Sander Veraverbeke, universitair hoofddocent aardsysteemwetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam, doet onderzoek naar de invloed van bosbranden op de uitstoot van broeikasgassen.

Met zijn Russische collega’s onderhoudt hij nog geregeld contact. ‘Het zijn ook vrienden, we zijn jarenlang samen opgetrokken tijdens veldwerk. Ik spreek ze af en toe nog, via WhatsApp of in een onlinemeeting. Ze zitten in een moeilijke situatie: veel van hen zijn tegen de oorlog in Oekraïne, maar binnen hun onderzoeksinstituten wordt dat niet altijd gewaardeerd.’

Volgens sommige wetenschappers zou het Westen de samenwerking met Rusland in stand moeten houden. ‘Laten we Russische wetenschappers niet verlaten’, schreven vijf prominente Amerikaanse wetenschappers onlangs in Science. Ze wijzen er onder andere op dat bijna achtduizend Russische wetenschappers hun handtekening zetten onder een brief die de oorlog in Oekraïne veroordeelde. Bovendien, betoogden ze, zou het afbreken van de samenwerking slecht uitpakken voor de vooruitgang op het gebied van wetenschap en technologie, en daarmee indruisen tegen het westerse en wereldwijde belang.

Russische coauteur

Toch snapt Lameris dat de wetenschappelijke banden met Rusland verbroken zijn. ‘Het zou ook raar zijn om er nu gewoon naartoe te gaan.’

Minister Dijkgraaf houdt het erop dat het belangrijk is ‘juist in deze tijden’ goede informele contacten te blijven onderhouden. ‘Deze contacten vormen op een later moment de basis om de wetenschappelijke betrekkingen weer te normaliseren’, schreef hij.

Sander Veraverbeke heeft zijn Russische collega’s inderdaad een mailtje gestuurd. ‘Dat het jammer is dat het veldwerk niet doorgaat, dat ik hoop dat we het in de toekomst kunnen oppakken. Voor hen zijn de gevolgen groot, ook financieel. Ze worden deels betaald uit Nederlandse onderzoeksgelden.’

En hijzelf? ‘Mijn onderzoek leunt voor een deel ook op satellietdata. Daar kan ik meer op inzetten.’

Hij hoopt dat hij in elk geval nog samen met de Russen kan publiceren. ‘Binnenkort heb ik een artikel af over de data die we in 2019 hebben verzameld. Mijn Russische collega’s zouden coauteurs zijn. Ik moet checken of dat nu nog wel mag. Maar wat mij betreft zou het onethisch zijn om hen géén coauteur te maken.’

Van natuurkunde tot astronomie: samenwerking met Rusland gaat moeizaam

De Russische wetenschap is vooral sterk in bètawetenschappen als natuurkunde, wiskunde, scheikunde en astronomie. Op de meeste van die terreinen verloopt de samenwerking met Europa inmiddels stroef. Zo zijn Russische wetenschappers niet meer welkom bij CERN, het grootste deeltjeslab van de wereld, in Zwitserland.

Ook in het ruimteonderzoek is een nieuw tijdperk aangebroken. Een Europees-Russische missie naar Mars is afgeblazen, en een aantal lanceringen van Galileo-satellieten, bedoeld voor een Europees gps-systeem, ging niet door.

Al blijkt het soms ook mogelijk aardse meningsverschillen in de ruimte aan de kant te zetten: begin mei installeerde een Russische kosmonaut een Europese robotarm aan het internationale ruimtestation ISS, met de bedoeling dat die daar wetenschappelijke experimenten gaat uitvoeren.

Meer over