De ontsluiering van het Egyptisch schrift

DE ONTCIJFERING van het Egyptische hiërogliefenschrift leek in 1799 door de vondst van de 'steen van Rosette' niet meer veraf....

In dat jaar ontdekte een soldaat van Napoleons expeditieleger in de buurt van het Egyptische Rosette (Rajid) een stenen plaat met een inscriptie in drie verschillende soorten schrift. Het bovenste deel van de steen was beschreven met hiërogliefen.

In het midden was een tekst aangebracht in andere, eveneens raadselachtige tekens, kennelijk vereenvoudigde hiërogliefen. Men spreekt in dit geval meestal van hiëratisch schrift.

Alleen het onderste deel van de 'steen van Rosette' leverde geen problemen op. Dat was met de letters van het Griekse alfabet beschreven en bevatte een in de Griekse taal gesteld decreet. Met behulp hiervan zou het mogelijk moeten zijn, zo leek het, de beide andere delen van de inscriptie te ontcijferen, aangenomen dat het drie keer om dezelfde inhoud ging. Dit laatste bleek juist.

Het decreet op zichzelf is niet bijster interessant. Het was in 196 voor Christus door priesters in Memphis vervaardigd ter ere van hun jeugdige koning, een nazaat en naamgenoot van de eerste Macedonisch-Griekse koning van Egypte, Ptolemaeus, een voormalig generaal van Alexander de Grote. Wel van belang is het feit dat de naam Ptolemaeus verscheidene malen in de Griekse tekst wordt genoemd. Dat bood de gelegenheid om een hypothese van Jean-Jacques Barthélemy op haar bruikbaarheid te toetsen.

De Fransman Barthélemy had omstreeks het midden van de achttiende eeuw het volgende idee geopperd: als in een met hiërogliefen geschreven tekst een bepaalde groep tekens door een ovale ring ('cartouche') is omsloten, zou hiermee weleens een koningsnaam aangeduid kunnen zijn. Door vergelijking van het Griekstalige decreet met het bovenste deel van de 'steen van Rosette' kon nu de proef op de som worden genomen en een serieus begin worden gemaakt met de ontcijfering van het hiërogliefenschrift. Als dat laatste was gelukt en men ook de taal van de oude Egyptenaren kon verstaan (schrift en taal zijn van elkaar te onderscheiden grootheden), dan zou eindelijk een eeuwenoude beschaving haar geheimen prijsgeven.

Geleerden in diverse delen van Europa bogen zich hoopvol over een afschrift van de inscriptie; de 'steen van Rosette' zelf was in het Brits Museum in Londen terechtgekomen. Het was aanvankelijk de bedoeling geweest het kostbare voorwerp naar het Louvre in Parijs over te brengen, maar doordat Napoleon halsoverkop uit Egypte naar Frankrijk was teruggekeerd om daar zijn staatsgreep van de 18de Brumaire te plegen, hadden Engelsen zich van de steen meester kunnen maken.

Na enige tijd bekoelde het enthousiasme, zowel bij sommige geleerden als bij het grote publiek. De ontcijfering bleek moeilijker dan verwacht. De theorie van Barthélemy was weliswaar een goed uitgangspunt gebleken en er waren enige vorderingen gemaakt, maar men was er nog lang niet. Beslist voorbarig waren dan ook de uitlatingen van lieden die de eer van de ontcijfering voor zich opeisten.

Pas in 1822 zorgde Jean-François Champollion voor een doorbraak. Aan Champollions leven en werk is het door de archeologen Lesley en Roy Adkins geschreven Egypte ontraadseld gewijd.

Op 14 september 1822 rond het middaguur stormde de 31-jarige, als zoon van een rondtrekkend boekhandelaar in Figeac geboren taalgeleerde de werkkamer binnen van zijn broer in het Parijse Institut de France. Hij was nog maar 16 jaar oud geweest, toen hij zijn speurtocht naar de betekenis van de hiërogliefen was begonnen. Nu had hij de oplossing gevonden. Zijn geniale aanleg, zijn onverdroten ijver, zijn kennis van het Koptisch (de Egyptische taal in haar laatste fase, geschreven met Griekse letters), de niet aflatende morele en financiële steun van zijn broer, hoogleraar Grieks en paleografie, en natuurlijk de nauwgezette bestudering van de 'steen van Rosette' en andere vroege Egyptische teksten op steen en papyrus hadden het Champollion mogelijk gemaakt zijn concurrenten voor te zijn.

Nog hetzelfde jaar verscheen de beroemde Lettre à M. Dacier, waarin hij zijn ontdekking wereldkundig maakte. Het in 1824 gepubliceerde Précis du système hiéroglyphique des anciens Égyptiens bevatte verdere resultaten van zijn onderzoek en bewees definitief dat Champollion en niemand anders had bewerkstelligd dat men voortaan Egyptische hiërogliefen kon lezen en begrijpen. Zelfs zijn grootste vijanden onder de door 'jalousie de métier' verteerde rivalen moesten dit uiteindelijk erkennen.

Champollion heeft niet erg lang kunnen genieten van de roem die hem ten deel viel na het bekend worden van zijn ontdekking. Hij overleed in 1832, twee jaar nadat in Frankrijk de Juli-revolutie een einde had gemaakt aan het bewind van koning Karel X. In Egypte ontraadseld laten Lesley en Roy Adkins goed uitkomen hoe de wisselvallige politieke situatie in Frankrijk in het begin van de negentiende eeuw van invloed is geweest op leven en werk van Champollion.

Net als zijn twaalf jaar oudere broer Jacques-Joseph was Jean-François Champollion in zijn jonge jaren een aanhanger van Napoleon, waardoor hij nogal eens tegenwerking ondervond van royalistische zijde als het ging om het verkrijgen of behouden van een baan die hem in staat zou stellen zich aan de wetenschap te wijden. Zo verloor hij na de val van Napoleon de post als docent aan de universiteit van Grenoble, die hij op 18-jarige leeftijd had gekregen. Soortgelijke tegenslagen bleven hem ook later niet bespaard.

Egypte ontraadseld is een onderhoudend boek. Als biografie is het niet echt geslaagd. Het beeld dat van de persoon van Champollion wordt geschilderd, is niet genoeg uit de verf gekomen. Het is flets en weinig sprekend. Dat geldt ook voor de portretten van Champollions broer en van anderen. Maar daar staat wel wat tegenover. Het boek geeft een goed tijdsbeeld en verschaft inzicht in de moeilijkheden waarmee Champollion bij zijn ontcijferingspoging werd geconfronteerd werd: geldgebrek, tegenwerking van andere geleerden, politieke intriges. Het zet bovendien op een bevattelijke manier uiteen wat de principes zijn van het schrift dat door Champollion is ontraadseld.

Meer over