ColumnJasper van Kuijk

De gekte van 30-kilometerwegen: borden zeggen ‘dimmen’, verder nodigt alles uit om harder te rijden

null Beeld

Over een tijdje rijden we in steden met de auto niet harder dan 30 kilometer per uur. Afhankelijk van hoe we onze straten gaan inrichten voelt dat ofwel volslagen natuurlijk ofwel uitermate frustrerend.

Jasper van Kuijk

Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag hebben de rijksoverheid gevraagd op bijna alle stadswegen een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur in te stellen. Dat is veel veiliger en scheelt geluidsoverlast. Opvallend genoeg zitten hierbij veiligheidsmaatregelen in de weg. Op 30-kilometerwegen zijn snelheidsremmende maatregelen als verkeersdrempels en wegversmallingen verplicht. En die wil je niet op grotere binnenstedelijke verkeersaders, waar ook openbaar vervoer langs moet en hulpdiensten op hoge snelheid moeten kunnen passeren. Niet echt fijn als patiënten in de ambulance om de paar honderd meter met brancard en al de lucht in worden gezwiept.

null Beeld

Dus willen de steden nu toestemming om op de meer doorgaande binnenstedelijke wegen wel een maximumsnelheid te hanteren van 30 kilometer per uur, maar dan zonder de bijbehorende obstakels. Dat wordt dan dus een weg waar eigenlijk alleen de 30-kilometerborden zeggen ‘dimmen’, maar waar verder alles uitnodigt om steviger door te rijden.

Vangrail

Het is de gespletenheid van sommige wegen. Zoals de Graafseweg in Nijmegen: ruim opgezet, twee keer twee rijbanen, middenberm, vangrails zelfs. Alles schreeuwt 100 km/u-autoweg, maar het is 50. En ik wéét dat je daar maar 50 mag – het staat op de borden, het staat op mijn navigatie – maar het voelt alsof ik ten onrechte te langzaam rij. Dat je steeds denkt: ‘Oeh, ik heb vast het bord autoweg gemist. O wacht, bebouwde kom, dat kan helemaal niet.’ Den Haag heeft ook een paar wegen van dat slag. Eenzelfde soort effect ga je krijgen als je op binnenstedelijke 50-wegen alleen de borden verandert naar 30.

Die snelheidsborden zijn als handleidingen bij consumentenelektronica. Het is goed dat ze erbij zitten voor de allereerste keer of als je het even niet meer weet, maar in principe moeten die apparaten zoveel mogelijk zichzelf uitleggen, zodat je als vanzelf het goede doet.

Het zou mooi zijn als de nieuwe 30-kilometerwegen op die manier worden ontworpen. Niet 30 kilometer per uur communiceren met vooral borden of – nóg minder effectief en zoals Amsterdam aankondigde – met een publiekscampagne, maar een weginrichting ontwerpen die meer uitnodigt om 30 te rijden dan 50. Waar 30 vanzelfsprekend voelt en 50 te hard. Als je in mijn woonplaats Delft over een gracht rijdt, is 50 het laatste waar je aan denkt. Hetzelfde bij de auto-te-gast-straat in Amsterdam waar ik onlangs overheen kroop. Volslagen logisch voelde dat.

Paar suggesties: smallere (of smaller ogende) rijbanen, andere bestrating (klinkers in plaats van asfalt), hier en daar een extra slinger en waar het moet een aparte bus- en nooddienstenbaan. En toch ook nog wat borden met ‘30’ voor de zekerheid en de idioten. Zo gaan we een stuk sneller langzaam rijden.

Jasper van Kuijk op Twitter: @jaspervankuijk

Meer over