ColumnIonica Smeets

De eindtoets van onze zoon stond vol resultaten die we niet precies begrepen

null Beeld
Ionica Smeets

Mijn zoon zit in groep acht en kreeg vorige week de resultaten van zijn eindtoets: een scorerapport vol referentieniveaus, deeltoetsen en andere onderdelen waarvan we niet precies begrepen wat ze betekenden. Een vriendin die normaal ook best goed is met het interpreteren van cijfers, appte een foto van de uitslag die haar kind meekreeg. Het ging over ‘referentieniveau 2F’ en we zagen een balkje met een maximale score van 85, een pijltje bij 54 en een ingekleurde referentiescore van 71. ‘Ik snap niet eens welk van deze cijfers nu de score van mijn kind is’, schreef mijn vriendin.

Gelukkig kon haar kind uitleggen dat ‘taalverzorging’ gewoon ‘spelling’ is en dat referentieniveaus iets zijn dat je eigenlijk moet halen aan het eind van de basisschool. Al lijken die referentieniveaus dan weer geen voorwaarde te zijn om naar een bepaald type middelbare school te mogen.

Tegenwoordig krijgen kinderen in februari een schooladvies van hun basisschool en pas daarna maken ze een eindtoets. Als de uitslag van de eindtoets een hoger schoolniveau adviseert dan de school, dan kan het schooladvies worden bijgesteld. Als de toets slechter uitvalt dan het gegeven advies, dan verandert er niets. Dit maakt de eindtoets heel belangrijk voor de kinderen die graag een hoger schooladvies willen en de toets is een stuk minder spannend voor kinderen die al het advies hebben dat ze graag wilden.

Hier zou ik makkelijk drie columns over kunnen schrijven, maar ik wil het hebben over hoe je als school omgaat met alle toetsen die kinderen krijgen. Kinderen worden vanaf de kleuterklas meerdere keren per jaar getest en al die resultaten worden ook weer per klas verzameld en geanalyseerd.

Naar aanleiding van een lezing die ik gaf over het goed gebruiken van getallen vroeg een docent me eens mee te kijken naar de cijfers die een school kreeg. Schoolbesturen mopperden namelijk dat scholen méér met die cijfers moesten doen. Per klas was bijvoorbeeld te zien hoe er gescoord werd per onderdeel, en als die score onder het landelijk gemiddelde lag, was de score rood. Ook als een klas 529 scoorde en de landelijke score op 530 lag. Moet je in zo’n geval in actie komen? Dit lijkt me binnen de meetonzekerheid vallen en geen enkele reden tot paniek.

Sterker nog, het is nogal naïef om beleid te maken puur op rode en groene scores. Misschien scoort een klas wel rood doordat er veel zwakke leerlingen in die groep zitten en ben je als docent supertrots op hoe ze vooruitgaan. Of misschien maak je je juist zorgen over een groene klas die achteruitgaat. Je wilt kijken hoe een klas door de tijd heen gaat: zitten ze in een stijgende lijn? En zoniet: snap je hoe dat komt? De cijfers kunnen helpen om hierover na te denken, maar dan moet je verder kijken dan ‘rood’ of ‘groen’.

Mijn zoon kreeg net voor de eindtoets een ontroerende brief mee van zijn meester en juf. Daarin vertelden ze dat de eindtoets een heleboel dingen niet laat zien: hoe goed je anderen helpt, hoe muzikaal of sportief je bent, en zo nog veel meer. De brief eindigde met het advies: ‘Dus laat zien wat je kan, doe je best, wees trots op jezelf en onthoud: er zijn vele manieren om een slim en goed mens te zijn.’ Dat is misschien wel het beste schooladvies dat ik ooit gezien heb.

Meer over