'Darmbacteriën zijn een indicatie van de gezondheid van de tijgers'

Tijgerpoep blijkt een onschatbare bron van informatie. Met dna uit de uitwerpselen van Bengaalse tijgers in Nepal wordt gespeurd naar inteelt, infectieziekten en stropersnetwerken.

Dna uit tijgerontlasting kan helpen bij de opsporing van stropers. Beeld Alamy Stock Photo
Dna uit tijgerontlasting kan helpen bij de opsporing van stropers.Beeld Alamy Stock Photo

Eerst het slechte nieuws: een dode tijger is voor een stroper ongeveer 40 duizend dollar waard. Voor bewoners van het straatarme laagland van Nepal of Noord-India is dat een astronomisch bedrag. Dat maakt stroperij en illegale handel met stip de grootste bedreiging voor het voortbestaan van de soort.

Maar er is meer. Het leefgebied van de tijger is versnipperd, en bewoning en andere menselijke activiteit rukken steeds verder op naar de grenzen van die leefgebieden. Deze twee factoren zorgen aan de ene kant voor toenemend human-tiger conflict, zoals dat in vaktermen heet: tijger bijt man, of anders tijger bijt geit. Aan de andere kant is binnen de versnipperde populaties grotere kans op inteelt, wat de gezondheid van de dieren in gevaar brengt.

Er is ook goed nieuws. Met relatief eenvoudige dna-techniek zijn de belangrijkste bedreigingen voor de tijgers in kaart te brengen of zelfs te bestrijden. Natuurbeschermers in Nepal werken aan een databestand met genetische informatie over de ongeveer tweehonderd in het wild levende Bengaalse tijgers die het land rijk is. Het dna-materiaal voor het bestand wordt gewonnen uit tijgerpoep, verzameld in vier nationale parken in het zuidwesten van de Himalayastaat.

Directe match

Het tijger-dna - afkomstig uit epitheelcellen uit de darmwand die in de uitwerpselen worden aangetroffen - helpt bij het bepalen van verwantschappen, territoria en eventuele migratie van de dieren, zegt Dibesh Karmacharya van het Center for Molecular Dynamics Nepal. Het materiaal kan bovendien gebruikt worden bij het opsporen en vervolgen van stropers- en smokkelaarsnetwerken. 'De genetische vingerafdruk van de tijgers in ons bestand is gekoppeld aan de gps-locaties waar we de uitwerpselen vinden. Als dna uit weefselresten van gestroopte dieren een match oplevert met onze gegevens, kunnen we precies zeggen waar autoriteiten op zoek moeten naar stropers.'

Ook zonder directe treffer in de databank is het op basis van verwantschap mogelijk te zeggen waar de resten van omgebrachte dieren ongeveer vandaan komen. 'In een recente zaak is een aantal huiden gevonden. Aanvankelijk werd ervan uitgegaan dat ze uit een ander land kwamen, maar op basis van dna-materiaal konden we zeggen dat ze uit een van de Nepalese natuurparken kwamen. Daardoor kon er daar gericht onderzoek worden gedaan.'

Een van de tijgerhuiden leverde een directe match met de gegevens van Karmacharya. 'Een tijger waarvan we twee jaar geleden de uitwerpselen hebben gevonden. Met die gegevens kon de politie de stropers achterhalen, een nomadische stam rond een van de parken.' Op een mes dat bij het onderzoek werd gevonden, vond Karmacharya dna van verschillende tijgers. 'Die vondst is gebruikt als bewijs, de eerste keer dat in Nepal dna-materiaal van tijgers is opgevoerd in een rechtszaak.'

Een Bengaalse tijger in Bardiya National Park in Zuid-Nepal. Beeld afp
Een Bengaalse tijger in Bardiya National Park in Zuid-Nepal.Beeld afp

'Tiger-farming'

Het verzamelen van dna is onderdeel van een groter pakket maatregelen om voor 2020 wereldwijd het aantal tijgers te verdubbelen, vertelt Cas de Stoppelaar, voorzitter van de Himalayan Tiger Foundation en tevens honorair-consul van Nepal in Nederland. Die doelstelling werd in 2010 in St.-Petersburg vastgelegd tijdens een conferentie van alle landen met in het wild levende tijgers, en hoewel een verdubbeling nog lang niet in zicht is, lijkt het aantal dieren voor het eerst in tientallen jaren iets toe te nemen. Het Wereld Natuur Fonds en het Global Tiger Forum stelden dit voorjaar het minimumaantal in het wild levende tijgers bij naar 3.890, een toename van 690 exemplaren ten opzichte van 2010.

Op dit moment werken in Nederland twee Nepalese promovendi aan onderzoek naar human-tiger conflict en graslandbeheer, zegt De Stoppelaar. Het is de bedoeling dat dat uiteindelijk vijf onderzoekers worden. 'Graslandbeheer klinkt misschien wat gek als het over tijgers gaat, maar tijgers eten chitals en chitals eten gras.'

De Stoppelaar omschrijft het werk half-schertsend als 'tiger-farming'. 'We kijken hoe je met wetenschappelijke kennis het leefgebied van de tijgers kunt optimaliseren. Farming is natuurlijk niet de juiste term, maar als je diersoorten voor uitsterven wilt behoeden, is het niet meer voldoende om ergens een hek te plaatsen en te zeggen: 'Dit is nu natuur.'

Inteelt voorkomen

'Kijk naar de oorspronkelijke staat van het leefgebied, kijk wat er door menselijk ingrijpen is veranderd en kijk of je die veranderingen terug kunt draaien om het landschap weer meer natuurlijk te maken.'

Een heikel punt bij de beschermingsmaatregelen is het verhuizen van tijgers tussen de vier nationale parken. Omdat het met de dna-database mogelijk is om verwantschappen tussen de verschillende dieren in kaart te brengen, is het ook mogelijk om te kijken of je individuele tijgers zou moeten overplaatsen om inteelt te voorkomen.

'Het is niet onvoorstelbaar, maar het is een ingreep waarmee je buitengewoon voorzichtig moet zijn. Het is erg invasief en het is niet ondenkbaar dat je op die manier bijvoorbeeld een infectieziekte van de ene populatie naar de andere brengt', zegt Karmacharya. 'Je kunt wel denken: we hebben een database, nu weten we alles, maar er is vooral veel dat we nog niet weten.'

Omdat het met de dna-database mogelijk is om verwantschappen tussen de verschillende dieren in kaart te brengen, is het ook mogelijk om te kijken of je individuele tijgers zou moeten overplaatsen om inteelt te voorkomen. Beeld afp
Omdat het met de dna-database mogelijk is om verwantschappen tussen de verschillende dieren in kaart te brengen, is het ook mogelijk om te kijken of je individuele tijgers zou moeten overplaatsen om inteelt te voorkomen.Beeld afp

Interssante bijvangst

De Stoppelaar wijst op een ander probleem: een wilde tijger laat zich niet zomaar vangen. 'Als je een neushoorn of een hert schiet met een verdovingspijltje, gaat hij liggen en valt hij in slaap. Een tijger wordt kwaad en gaat er vandoor. Als je hem daarbij kwijtraakt, ligt er dus ergens in het ondoordringbare teak-woud een dier in coma. Of erger nog: hij springt met die pijl in zijn achterwerk in het water en verdrinkt.'

De verzamelde tijgerpoep levert natuurbeschermers interessante bijvangst. 'De uitwerpselen bevatten niet alleen celmateriaal van het dier zelf, maar ook van darmbacteriën en van zijn prooi. Darmbacteriën zijn een indicatie van de gezondheid van de tijgers; met dna van prooidieren krijgen we in elk geval voor een deel inzicht in de biodiversiteit. Tijgers zijn een enorm uithangbord voor natuurbescherming; dankzij alle investeringen in tijgers krijgen we nu ook een beeld van dieren waar anders bijna niemand naar omkijkt.'

De database van Karmacharya bevat inmiddels ook de gegevens van een groot aantal luipaarden, Bengaalse tijgerkatten en civetkatten. 'Gegevens van die dieren komen uit uitwerpselen die onze veldwerkers per ongeluk meenemen. Ongeveer de helft van wat hier binnenkomt, is van andere roofdieren. Hoe goed we de mensen ook trainen, het blijft lastig om tijgerpoep te herkennen.'

Meer over