vier vragen

Corona rammelt aan de deur. Gaan onze vakanties daaronder lijden?

Weinig landen zijn happig op een terugkeer van qr-codes of tests aan de grens als corona deze zomer opnieuw opduikt: liever wil men het toerisme terug. Maar hoe reëel is dat? De stand van zaken aan de hand van vier vragen.

Maarten Keulemans
Het GGD-testcentrum in Arnhem.  Beeld Raymond Rutting  / de Volkskrant
Het GGD-testcentrum in Arnhem.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Wat is momenteel de stand van de maatregelen in het buitenland?

Die verschillen sterk per land: zo laat Australië nog steeds geen ongevaccineerde reizigers toe en zijn er in sommige deelstaten verplichte quarantaines, terwijl het Verenigd Koninkrijk geen coronarestricties meer heeft.

Binnen Europa verdampen de maatregelen snel. Twee weken geleden turfde een inventarisatie nog zes EU-landen landen waar men bij binnenkomst een immuniteitsbewijs moet laten zien. Inmiddels zijn dat er voor zo ver valt na te gaan nog maar drie: Frankrijk, Malta en Portugal.

In elk geval in Frankrijk zou men zinnen op een einde van de maatregelen, hoorde epidemioloog Marc Bonten achter de schermen van collega’s: ‘Ze zouden willen overgaan tot de orde van de dag, en het virus willen verklaren tot een gewone ergernis waarmee we moeten leven.’

Hoewel de EU net besloot de Europese corona-qr-code een jaar langer in de lucht te houden, verwacht niemand dat afzonderlijke landen de maatregelen snel zullen aanscherpen. Zo zullen vakantielanden zoals Griekenland, Italië, Portugal, Spanje en Frankrijk wel uitkijken om het toerisme nog een zomerseizoen lang aan banden te leggen: de schade was er de afgelopen zomers gigantisch. Op een bijeenkomst van de Wereld Toerisme Organisatie, eerder deze maand, drongen de Europese lidstaten dan ook aan op mínder beperkingen.

Terecht om niet meteen weer naar allerlei grensmaatregelen te grijpen, vindt Bonten. ‘Er zijn weliswaar veel besmettingen, maar het aantal ernstige infecties blijft sterk achter. Kijk maar naar het zeer geringe aantal ic-patiënten. Ook in andere landen lijkt dat het geval te zijn.’

Wat is de stand van de epidemie in het buitenland?

Dat neemt niet weg dat het omikronvirus – in de gedaante van de nieuwe varianten BA.4, BA.5 en BA.2.12.2 – in veel landen opleeft, en ook hier en daar ziekenhuispatiënten en sterfgevallen geven. De landen die daarbij wereldwijd aan kop gaan: Portugal, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Brazilië en de Verenigde Staten.

In Europa woedt het virus momenteel het hevigst in de landen aan de Middellandse Zee, en in Oostenrijk, Duitsland en Luxemburg. Voor de meest corona-arme vakantie kan men het beste op pad gaan naar Oost-Europa of de Balkan. Al hoort daarbij wel een kanttekening: omdat men in de meeste landen niet meer goed test, is vaak niet helemaal duidelijk hoe sterk het virus in bepaalde landen rondgaat.

En als je nou in het buitenland corona krijgt, mag je dan nog wel terug?

Wie in het buitenland positief test, heeft zich uiteraard te houden aan de plaatselijke regels, die meestal neerkomen op: ga in isolatie. Bij problemen kunnen gestrande reizigers contact opnemen met het internationale contactnummer van Buitenlandse Zaken. ‘Maar repatriëringen, zoals we in de eerste fase van de pandemie wel hebben gedaan, zijn nu niet meer aan de orde’, zegt een woordvoerder van het ministerie.

Wél komt het voor dat de ambassade bemiddelt bij de isolatie. Zo was er het geval van een met corona gestrande toerist in Sicilië, die na bemiddeling door de consul-generaal wifiverbinding kreeg. Voor de terugreis zal men echter zelf moeten zorgen.

Geen instantie die het hardop zal zeggen, maar mits u niet te ziek bent, hoeft niets een terugkeer naar Nederland in de weg te staan. Nederland zelf hanteert immers geen inreisbeperkingen meer, zodat u positief en wel kunt terugreizen. Dat is dan wel tegen de regels en nogal een morele verantwoordelijkheid: niemand wil het op zijn geweten hebben dat hij een kwetsbare medereiziger aansteekt en zwaar ziek maakt.

Kan een extra boosterprik helpen?

In theorie wel: een booster verhoogt het aantal antistoffen tegen corona in het bloed, waardoor men ook tegen nieuwe varianten weer even beschermd is. Maar in praktijk raadt het RIVM, belast met het bewaken van de coronacrisis, nog geen uitbreiding aan van de huidige prikcampagne voor 60-plussers.

Begrijpelijk, vindt hoogleraar immunologie Marjolein van Egmond (Amsterdam UMC). ‘We zitten in een heel ingewikkelde situatie, op onontgonnen terrein. Aan de ene kant: voor mensen die echt risico lopen op opname, zou het een strategie kunnen zijn om bij te prikken. Maar voor de jongere groep denk ik niet dat het echt nodig is. Bij hen zou je een omikronbesmetting kunnen zien als een boost van je afweer’, overweegt ze.

Bovendien zou een grote campagne weinig opleveren: ‘Dat is misschien wel het belangrijkste bezwaar: mensen willen het gewoon niet meer. Dat zag je bij de laatste prik, de opkomst was heel laag.’

Beter om massale prikacties nog even achter de hand te houden, voor het geval dat in het najaar alsnog nodig is bij een eventuele nieuwe variant, denkt ook Bonten. In aantocht zijn immers ook diverse nieuwe vaccins die, naar het zich laat aanzien, ook beschermen tegen de nieuwere varianten. ‘Ik zou nu ook terughoudend zijn.’