CBS: burgerij leent geen cent teveel

De financiële positie van de Nederlandse huishoudens is uitstekend. De aanhoudend stijgende consumptie, die fungeert als belangrijkste aanjager van de economie, heeft er niet toe geleid dat Nederlandse burgers zich massaal in de schulden hebben gestoken....

Dat blijkt uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek over de ontwikkelingen van de Nederlandse economie in 1998. Er is geen enkele reden om zorgen te hebben over de financiële positie, meent S. Keuning, hoofd nationale rekeningen van het CBS. Het financieel vermogen van de huishoudens is in de drie jaar voorafgaand aan 1998 gestegen met 38 procent tot 1520 miljard gulden.

Nederlanders hadden vorig jaar uit hun inkomen samen 16 miljard meer beschikbaar dan in 1997. De consumptieve bestedingen stegen echter met 21,5 miljard. Dat betekent nog niet dat dat bedrag geleend is. Vermogensaanwas door waardestijging van aandelen en waardevermeerdering van het eigen huis leverden de mogelijkheid op meer te besteden. Het bleef zelfs nog steeds mogelijk om te sparen.

Volgens Keuning klopt er dan ook niets van het beeld dat de opmerkelijke economische groei van de afgelopen jaren vooral wordt gefinancierd met leningen. Wel hebben veel mensen hun hypotheek verhoogd, maar daar staat dan weer de in waarde gestegen woning tegenover.

Keuning vindt ook niet dat er sprake is van een labiele situatie, waarin plotseling inzakken van de economie tot de reële mogelijkheden hoort. Hij deelt de zorg van de OESO niet, die onlangs wees op de drastische gevolgen van een mogelijke ineenstorting van de huizenmarkt.

De Nederlandse economie zit momenteel in een periode van hoogconjunctuur die door niets te verstoren lijkt. Al dertien kwartalen lang ligt de economische groei op of boven de 3 procent op jaarbasis. Bij de vorige periode van hoogconjunctuur - eind jaren tachtig, begin jaren negentig - duurde dat niet langer dan acht kwartalen.

De sterkste groei boekten automatiseringsbedrijven en ondernemingen uit de communicatiesector vorig jaar.

Meer over