Bij deze voedingsprofessor komen alle problemen van de wetenschap samen

Zodra het over voeding en psychologie gaat, weten Amerikaanse media Brian Wansink te vinden. De hoogleraar is dé autoriteit op dit gebied. Totdat drie onderzoekers, onder wie een Nederlander, zijn werk eens napluizen en wel erg veel fouten ontdekken.

Brian Wansink. Beeld Tristan Spinski / de Volkskrant
Brian Wansink.Beeld Tristan Spinski / de Volkskrant

'Wat je ook doet, kijk niet in de camera.' Brian Wansink - vijftiger, blond, vrolijke oogopslag - krijgt de laatste aanwijzingen voordat de camera's beginnen te draaien. Het is een nerveuze bedoening, minuten voor de opname van The Rachael Ray Show afgelopen januari. Honderdtwintig man livepubliek en miljoenen kijkers voor de buis: dan mag er niets fout gaan. Ook niet in het item over een voedingsprofessor die uitleg komt geven over slimme manieren om af te vallen. Maar Wansink heeft dit al vaker gedaan. CBS, NBC, Dr. Oz. Zodra het over voedingspsychologie gaat, weten de grote Amerikaanse shows Wansink te vinden.

Op zijn persoonlijke blog laat Wansink de wereld graag meekijken in de wereld van een vermaard wetenschapper. Hij schrijft over van alles: van uitgebrachte publicaties tot zijn bezoek aan The Rachael Ray Show. Ook geeft Wansink tips aan jonge studenten. Hoe kun je het maken in de wetenschap? Daarbij tapt Wansink ook uit zijn eigen levensverhaal - waarbij het niet altijd van een leien dakje ging.

Als student communicatiewetenschap uit een provinciestadje in Iowa kwam hij in de jaren tachtig als promovendus op de prestigieuze Stanford Universiteit terecht. Die jaren waren zwaar geweest. Wansink verloor de financiering voor zijn promotie en werd gekleineerd door zijn begeleider. Hij schreef een 'Mickey Mouse-dissertatie', was een 'schandvlek voor de arbeidsmarkt'. Maar Wansink zag zijn ontberingen als ervaringen, die hem later in zijn carrière zouden helpen.

Terug naar The Rachael Ray Show. Voor Wansinks neus liggen vijf setjes voedingswaren en materiaal uitgestald - straks mag hij bij ieder setje een tip geven om af te vallen. Zijn klassiekers liggen ertussen: de grote voordeelverpakking, die hij voor de camera's in kleine verpakkingen gaat onderverdelen ('je legt 22 procent méér op je bord als je uit zo'n grote verpakking eet'). Even verderop het vel met kleurschakeringen ('De kleur van de keuken maakt je dik. Is het te licht, dan eet je te snel. Is het te duister, dan blijf je langer aan tafel en eet je uiteindelijk meer').

Niemand weet meer van dit soort trucs dan Wansink. Na zijn moeizame promotie reist hij van universiteit naar universiteit om onderzoek te doen naar psychologie en voeding. Dáár ligt braakliggend terrein. Het zijn de jaren negentig en Amerika worstelt met een epidemie die bijna eenvijfde van de bevolking infecteert: obesitas. De voedingsindustrie, met zijn Happy Meals, snoepreclames en snelle maaltijden, blijkt een ontembaar monster, dat consumenten keer op keer weet te verleiden tot ongezonde keuzes. Amerika is naarstig op zoek naar manieren om het monster te temmen.

Lees verder onder de foto.

null Beeld Tristan Spinski / de Volkskrant
Beeld Tristan Spinski / de Volkskrant

Psychologische trucs

En dan komt een jonge psycholoog uit Iowa met een briljant idee. Wat nou als we niet proberen de voedselproducten op grote schaal aan te pakken, maar elke huismoeder kleine radertjes aanbieden, waaraan ze kan draaien om het aantal calorieën in huis terug te brengen? Wat nou, als je gedrag op kleine schaal kunt bijsturen door van kleinere borden te eten, waardoor je minder opschept, of de vette producten achter in de voorraadkast te zetten, waardoor je ze minder snel ziet?

Het zijn dit soort psychologische trucs die Wansink onderzoekt en in 2006 opschrijft in zijn bestseller Mindless Eating. Mensen maken de hele dag door onbewuste keuzen over voedsel, schrijft Wansink. Door die keuzen met slimme trucs te beïnvloeden zorg je ervoor dat je onbewust minder eet. Gebruik kleinere borden, verdeel je eten over kleine verpakkingen, zet een fruitschaal in het zicht en de koekjes in de kast. Voor de wetenschappelijke onderbouwing van de effectiviteit van dit soort maatregelen zorgt Wansink zelf: honderden wetenschappelijke artikelen schrijft hij in de loop der jaren, waarin hij aantoont dat zijn methoden daadwerkelijk tot veranderingen in eetgedrag leiden.

Wansinks ideeën veroveren al snel de wereld. De 'schandvlek voor de arbeidsmarkt' bereikt de top van de Olympus in 2007, wanneer het Witte Huis hem aanstelt als directeur van het Centrum voor Voedingsbeleid en Promotie. Op basis van Wansinks onderzoek steekt het centrum miljoenen in voedingsprogramma's op scholen.

Inmiddels is Wansink alweer enkele jaren directeur van het Food and Brand Lab aan de gerenommeerde Universiteit van Cornell. En staat hij tegenover Rachael Ray, die zich tot Wansink richt. 'We hebben vandaag vijf mooie simpele tips om af te vallen. Legt u ze aan ons uit?' Wansink grijnst. Zijn joviale, innemende stem vult de studio. Hij heeft dit al zo vaak gedaan.

Verantwoording

Dit verhaal is gebaseerd op gesprekken met Tim van der Zee, Nick Brown en een oud-collega van Wansink en op openbaar beschikbare blogs, interviews en tv-uitzendingen van of met Wansink.

Noch Wansink noch de Universiteit van Cornell wilde op vragen van de Volkskrant reageren.

Uitwringen van data

Ping! Het is een saaie, grijze donderdagochtend in december 2016 wanneer de tweet op het scherm in een werkkamer op de Universiteit Leiden verschijnt. Promovendus Tim van der Zee (28) krabt zich onder zijn lange dreadlocks. Is dit een grap? Hij maakt een schermafdruk, plaatst deze op Twitter. De retweets stromen binnen.

Aan de overkant van de Atlantische Oceaan veert onafhankelijk onderzoeker Jordan Anaya (29) op. Hij 'liket' de schermafdruk van Tim van der Zee en stuurt zijn vriend Nick Brown een bericht: heb jij dit ook gezien? Kunnen we hier wat mee?

Op een zolderkamer in Straatsburg werkt de Brit Nick Brown (56) aan zijn proefschrift voor de Rijksuniversiteit Groningen. Brown is een ict'er, die na een dertig jaar lange internationale carrière met vervroegd pensioen ging om zich vol op de wetenschap te kunnen storten. Hij leest Anaya's bericht en fronst zijn wenkbrauwen.

De tweet waar het om gaat bevat een linkje naar de blog van een bekend psycholoog. De psycholoog, ene Brian Wansink, schrijft over een onderzoek bij een Italiaans buffetrestaurant. Een van zijn studenten voerde experimenten uit naar de invloed van prijs op eetgedrag. Helaas bleken haar verwachtingen niet uit te komen - het dure experiment leek voor niets geweest.

Maar Wansink legde de gegevens voor aan een andere student. Zij groef door de data, vond enkele opvallende verbanden en wist binnen enkele maanden vier wetenschappelijke publicaties uit de opgegeven onderzoeksgegevens te persen. Het recept voor succes, zo schrijft Wansink als goedbedoeld advies, is 'ja' zeggen op iedere kans die voorbij komt.

De blog ontketent een storm aan reacties: geeft Wansink hier nu ronduit toe dat in zijn lab 'mislukte' data worden uitgespit tot er een resultaat uitrolt? Dit zogeheten p-hacking is zeer omstreden binnen de sociale wetenschap. Bij het verzamelen van grote hoeveelheden onderzoeksgegevens komen immers op basis van toeval altijd wel enkele verbanden bovendrijven. Daarom is het van belang vooraf duidelijk aan te geven naar welk verband je precies op zoek bent.

Wanneer je data gaat uitwringen en bij ieder gevonden verband een verklaring bedenkt, kan dit zomaar toeval zijn - en zegt je resultaat dus eigenlijk niets. Geschrokken tikt Wansink een addendum bij zijn blog: zijn lab doet niet aan p-hacken, maar aan deep data dives, een diepe duik in de gegevens. Maar het kwaad is al geschied.

Afzonderlijk van elkaar beginnen Van der Zee, Brown en Anaya de pizza-papers, zoals Wansinks publicaties over het buffetrestaurant worden gedoopt, door te wroeten. Al snel beginnen ze elkaar via Twitter te wijzen op ongerijmdheden in de studies. Statistieken die niet kunnen kloppen, en dus wijzen op slordigheden - of erger. Zoals die tabel in het artikel over de invloed van de dinerprijs op spijtgevoelens na het eten. Daarin staan maar liefst dertig cijfers die op basis van het onderzochte aantal mensen niet kunnen kloppen.

Hoe langer de drie blijven spitten, hoe meer ongeregeldheden ze tegenkomen en hoe fanatieker ze worden. Avond na avond rekenen ze cijfers na, berekenen ze gemiddelden, tellen ze steekproefgrootten. Na enkele weken komen ze tot honderdvijftig fouten. In vier artikelen. Hoe erg moet het er dan niet in de rest van Wansinks werk aan toe zijn?

Lees verder onder de foto.

Wansink tikte een addendum bij zijn blog: zijn lab doet niet aan p-hacken, maar aan deep data dives, een diepe duik in de gegevens. Beeld Tristan Spinski / de Volkskrant
Wansink tikte een addendum bij zijn blog: zijn lab doet niet aan p-hacken, maar aan deep data dives, een diepe duik in de gegevens.Beeld Tristan Spinski / de Volkskrant

Publicatiedruk

Het statement is kort - een enkele alinea maar - maar krachtig. 'Bovenstaand artikel in het Journal of Sensory Studies, online gepubliceerd op 11 mei 2007, is teruggetrokken'. De reden: grote overeenkomsten met een eerder gepubliceerde paper. Beide studies zijn van dezelfde auteur. Maar grote delen van de tekst zijn letterlijk overgenomen in de Sensory Studies-publicatie. Zulk recyclen van stukken is uit den boze. Het is april wanneer de eerste studie van Brian Wansink door het tijdschrift wordt teruggetrokken.

En de reputatie van Wansink was al zo beschadigd. The Guardian en New York Magazine schreven grote verhalen over de grote hoeveelheid fouten die in Wansinks honderden publicaties waren gevonden. 'Really shoddy research', echt prutsonderzoek, zo noemt New York Magazine het onderzoek van Wansinks lab.

Wansink wordt niet direct van fraude verdacht. Maar in zijn werk lijken alle problemen waarmee de wetenschap kampt samen te komen. Om in aanzien te stijgen, moeten wetenschappers in rap tempo onderzoeken publiceren. Wetenschappelijke tijdschriften hebben echter een sterke voorkeur voor studies waaruit sterke, positieve resultaten komen. Dit noopt wetenschappers om uit dure experimenten zo veel mogelijk positieve verbanden te peuren - in plaats van dat puur de wetenschappelijke waarde voorop staat.

En de bron van de beschuldigingen aan Wansinks adres? Drie kritische wetenschappers, die in de media inmiddels 'data-detectives' worden genoemd: Van der Zee, Brown en Anaya.

Verdachte publicaties

Eind januari 2017 schrijven de drie een overzichtsartikel dat binnenkort in het vakblad BMC Nutrition verschijnt, maar nu al online beschikbaar is. In het artikel zetten ze alle honderdvijftig fouten die ze in de pizzapapers tegenkwamen op een rijtje. Wansinks werkgever, de Universiteit van Cornell, weigert aanvankelijk om de originele onderzoeksgegevens vrij te geven, maar doet dat na alle media-aandacht voor de zaak alsnog.

De lijst met verdachte publicaties groeit intussen gestaag. Neem de studies waarbij per mail proefpersonen werden geronseld, en steeds exact 770 proefpersonen op de mail reageren. Of die studie over veteranen uit de Tweede Wereldoorlog, waarin wordt vermeld dat 80 procent van de onderzochte veteranen man is - in de Tweede Wereldoorlog vochten geen vrouwen mee. En dan die twee tabellen, uit twee verschillende studies, met verschillende proefpersonen, die tóch tot twee punten achter de komma exact dezelfde cijfers bevatten.

Van der Zee verzamelt alle vondsten op zijn blog. De teller staat op 42 publicaties met grote en minder grote fouten - en dan is nog lang niet alles doorgespit.

De Universiteit van Cornell laat weten dat er een onafhankelijk onderzoek wordt uitgevoerd naar het werk van Wansink. Beeld Tristan Spinski / de Volkskrant
De Universiteit van Cornell laat weten dat er een onafhankelijk onderzoek wordt uitgevoerd naar het werk van Wansink.Beeld Tristan Spinski / de Volkskrant

De Universiteit van Cornell laat weten dat er een onafhankelijk onderzoek wordt uitgevoerd naar het werk van Wansink. De schuldige zelf mailt al zijn vroegere co-auteurs: hij verzekert ze dat hij zijn eigen werk grondig gaat controleren. Verschillende tijdschriften die Wansinks werk hebben gepubliceerd gaan zijn werk onder de loep nemen. Inmiddels heeft Wansink in een eerste reactie de fouten in de pizzapapers gecorrigeerd. De blogpost over de twee studenten en het Italiaanse buffetrestaurant - die is verdwenen.

'Gun hem de tijd'

Ellen van Kleef, universitair hoofddocent aan de Wageningen Universiteit, werkte acht jaar geleden een jaar lang in het lab van Brian Wansink aan de Universiteit van Cornell. Ze heeft een aantal publicaties met Wansink op haar naam staan.

'Natuurlijk ben ik geschrokken van de kritiek, zeker toen er steeds meer aan het licht kwam', reageert ze. 'Aan de andere kant hoort het natuurlijk bij de wetenschap om kritiek te leveren. De critici hebben echt wel een punt, en naar deze fouten moet gekeken worden. Tegelijkertijd moet je Wansink wel de tijd gunnen om hier fatsoenlijk naar te kijken en te reageren.'

Van Kleef denkt dat Wansinks gedrevenheid hem in de problemen heeft gebracht. 'Hij is misschien wel té enthousiast. Ik hoop in ieder geval dat hij nu ruim de tijd neemt om orde op zaken te stellen.'

Meer over