ColumnJasper van Kuijk

Big Tech? Big onzin

null Beeld

Big Tech, zo worden Google, Facebook, Amazon, Apple en Microsoft ook wel genoemd. Vraag iemand in San Francisco wat voor werk hij of zij doet en de kans is groot dat je hoort: ‘I work in tech.’ Totale onzin.

Definities van technologie hebben meestal drie belangrijke elementen: het toepassen van wetenschappelijke kennis, het omzetten van grondstoffen in gereedschappen en op die manier iets creëren waar we iets mee kunnen doen. Technologie gaat over dingen die ons in staat stellen bepaalde praktische doelen te behalen. Computertechnologie maakt rekenprocessen mogelijk en het tikken van deze column. Vaccins: biomedische technologie die ziektepreventie mogelijk maakt.

Tim Berners-Lee, de bedenker van het wereldwijde web, díé ontwikkelde een nieuwe technologie. Texas Instruments, IBM en Microsoft, die maakten in de begindagen van Silicon Valley enorme technologische stappen. De raketten van SpaceX: tech. Chipmachinefabrikant ASML: tech. Ericssons netwerken voor mobiele datacommunicatie: tech. Uber: geen tech.

Uber is een spijkerhard platform voor mobiliteitsdiensten, met een slim businessmodel, een geavanceerd ict-systeem en een goeie app. Noem het business, noem het digitale dienstverlening, maar tech? Nee. En dan zijn er nog talloze apps die niet veel meer doen dan een luxeprobleem van rijke hoogopgeleiden oplossen (beter nog: die rijke hoogopgeleiden een probleem bezorgen) of proberen hun data binnen te harken. Instagram, tech? Echt?

En ja, Big Tech maakt natuurlijk wel gebruik van technologie. Maar van een specifieke soort: informatietechnologie. IT. Andere technologiesectoren zeggen dan meestal netjes welk specifieke soort technologie ze ontwikkelen. Philips zegt bijvoorbeeld dat ze in de gezondheidstechnologie actief zijn. En er zijn ook nog sectoren als biotech (o.a. farmaceuten) en fintech (digitale bank- en betalingssector). Maar voor informatietechnologie moet ‘tech’ maar afdoende zijn.

null Beeld

Ik zag ooit een aankondiging voor een conferentie voor architecten. Het bleek te gaan om een bijeenkomst voor ‘software architects’. Mensen die uitdenken hoe ict-systemen worden opgebouwd. Zou je dat er dan niet bij zetten, vroeg ik. ‘Nee, niet nodig’, vond de organisator, ‘iedereen snapt toch wel dat met architecten software-architecten worden bedoeld.’

Ergens na het barsten van de internetbubbel ging het van informatietechnologie naar ‘tech’. Ben benieuwd wat daarachter zit. Imagoverbetering? ‘Ik werk in tech’ klinkt een stuk cooler dan ‘Ik zit in de ict’. Of is het zelfoverschatting? ‘In bijna alle technologie zit software, dus software = tech.’

Maar juist omdat informatietechnologie nu alomtegenwoordig is, zou je sectoren niet meer moeten definiëren aan de hand van het middel (ict), maar het doel. De NS werkt met behoorlijk wat hoogstaande technologie, maar noemt zichzelf geen ov-tech. En als je zo gaat kijken, is er ineens geen big tech meer. Dan is Facebook gewoon big advertising, Amazon een big webwinkel, Apple big consumentenelektronica en Microsoft big productiviteitssoftware.

Maar ja, dat bekt natuurlijk wel minder lekker. ‘Wat doe je eigenlijk voor werk?’ ‘Ik? O, ik werk bij Google, wij zitten in de digitale consumentensurveillance.’

Jasper van Kuijk op Twitter: @jaspervankuijk