Nieuws

Bestaand medicijn, andere kwaal: veilig en goedkoop, maar farmabedrijven werken niet (meer) mee

Veelbelovende medicijnen dreigen in Nederland niet op de markt te komen omdat de prijs te laag is. Het gaat om bestaande, alledaagse geneesmiddelen die na onderzoek ook bij een andere ziekte blijken te werken. Farmabedrijven weigeren nog langer bij te dragen aan onderzoek, omdat ze hun investeringen niet kunnen terugverdienen.

null Beeld AP
Beeld AP

Onderzoek naar een tweede kans voor bestaande medicijnen heeft internationaal een hoge vlucht genomen. Groot voordeel is dat die middelen al zijn getest op veiligheid én goedkoop zijn omdat ze van het patent af zijn. ‘Dit soort onderzoek heeft alles in zich’, zegt hoogleraar cardiologie Jan-Hein Cornel (Radboudumc), ‘maar het dreigt nu spaak te lopen.’

Dat wordt duidelijk nu een eerste Nederlands onderzoeksucces is geboekt. Eind vorig jaar publiceerde vakblad The New England Journal of Medicine de resultaten van een Australisch-Nederlands onderzoek onder ruim vijfduizend patiënten, waaruit blijkt dat het jichtmedicijn colchicine bij risicopatiënten de kans op een hartinfarct flink kan reduceren. Het onderzoek was deels gefinancierd door ZonMw, dat namens het ministerie van Volksgezondheid opereert. Nederlandse farmabedrijven hadden er 4 miljoen euro in geïnvesteerd.

De bedrijven zeggen dat hun vooraf door het ministerie was toegezegd dat er naar een oplossing zou worden gezocht om dat bedrag terug te verdienen. Omdat colchicine van het patent af is, verdienen ze er nauwelijks nog aan, ze krijgen 3 euro per jichtpatiënt per maand. Als ze een tijdlang iets meer geld kunnen krijgen voor iedere hartpatiënt die het middel krijgt voorgeschreven, zijn ze uit de kosten. Maar het ministerie heeft onlangs in een gesprek laten weten dat de Geneesmiddelenwet en het vergoedingssysteem dat verhinderen: dezelfde pil mag bij een andere groep patiënten niet opeens duurder zijn.

Terugverdienen

De fabrikanten willen nu nieuw onderzoek dat op stapel staat niet meer financieren. ‘Wij hoeven geen enorme winst te maken, maar als we na een succes onze investeringen niet eens kunnen terugverdienen, dan houdt het op, zegt Guido van der Aar, directeur van Disphar, een van de investeerders.

Voor het onderzoek naar hergebruik van geneesmiddelen is de financiële bijdrage en de kennis van fabrikanten onontbeerlijk. Dergelijk onderzoek kost weliswaar een fractie van wat grote farmaceuten investeren in de zoektocht naar een compleet nieuw medicijn, maar naast overheidssubsidies zijn vaak nog miljoenen euro’s nodig van externe financiers. Die lopen daarbij een risico, lang niet elk tweedehands middel heeft elders succes.

Dat de fabrikanten afhaken heeft ook direct gevolgen voor patiënten. Om de succesvolle jichtpil aan hartpatiënten te kunnen voorschrijven moet die pil eerst bij de medicijnautoriteiten worden geregistreerd voor hart- en vaatziekten. Zo’n registratie kost geld. Nu ze voor hun investeringen niets terugkrijgen, zien de fabrikanten daar vanaf.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

‘Dus we steken hier kennis en energie in, de minister stimuleert onderzoek, de gezondheidswinst is groot, maar geen enkele nieuwe toepassing heeft de patiënt nog bereikt’, concludeert Jean Hermans, voorzitter van Bogin, de koepelorganisatie van fabrikanten van generieke medicijnen.

Het ministerie van Volksgezondheid noemt het onderzoek naar tweede-kansmedicijnen in een reactie ‘veelbelovend’. Het ministerie erkent dat fabrikanten minder mogelijkheden hebben om onderzoeks- en registratiekosten terug te verdienen, omdat octrooien op de medicijnen vaak zijn verlopen. ‘Dat mag alleen geen drempel opwerpen’, aldus een woordvoerder.

Het ministerie is daarom in gesprek met alle betrokken partijen, van artsen en wetenschappers tot het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen en farmaceuten. ‘We willen een aantrekkelijk investeringsklimaat creëren voor private partijen, in het belang van de patiënt, maar dat is wel een gezamenlijke verantwoordelijkheid.’

Meer over