Nieuws

Antipsychotica niet goed getest: ernstig zieken geweerd uit studies

Bij het testen van nieuwe antipsychotica wordt 80 procent van de mensen die aan psychoses lijden bij voorbaat uitgesloten. Doordat deze groep ernstig zieken niet mag meedoen aan de medicijntests, lijkt het tijdens deze studies alsof de antipsychotica beter werken dan ze in de praktijk doen.

Maartje Bakker
null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Dat blijkt uit onderzoek onder leiding van de Universiteit Maastricht, dat woensdag is gepubliceerd in JAMA Psychiatry. De patiënten die worden uitgesloten van medicijnstudies kampen naast een gevoeligheid voor psychoses bijvoorbeeld ook met een verslaving, lichamelijke aandoening of zelfmoordgedachten. Juist bij deze ingewikkeldere groep blijken de medicijnen minder goed aan te slaan: ze worden vaker binnen een jaar in het ziekenhuis opgenomen vanwege een psychose.

‘Het is heel pijnlijk dat dit soort medicijnen worden getest bij slechts 20 procent van de patiënten voor wie ze bedoeld zijn’, vindt Jurjen Luykx, hoofdauteur van de publicatie, psychiater en opleider bij GGNet en onderzoeker aan de universiteiten van Maastricht en Utrecht. ‘Juist in de psychiatrie zijn er heel veel mensen die niet voldoen aan het ideaalplaatje: ze lijden niet alleen aan psychoses, maar ook aan verslavingen of lichamelijke aandoeningen. Wij zeggen: neem die groep gewoon mee in de onderzoeken, dan zie je beter wat je van een medicijn kunt verwachten.’

Ook in andere takken van de geneeskunde zit er soms een behoorlijk verschil tussen de mensen op wie een behandeling wordt getest en de mensen die de behandeling uiteindelijk krijgen. Dat probleem is bekend uit onder meer therapieën tegen longkanker en hiv, of bij relatietherapie.

Meer dan één diagnose

Toch vindt Luykx het uitsluitingspercentage bij psychiatrische patiënten met 80 procent ‘opvallend hoog’. Zijn verklaring? ‘Binnen de psychiatrie komt het nu eenmaal vaak voor dat mensen meer dan één diagnose hebben. Meer dan bij bijvoorbeeld oncologie.’

Om misverstanden te voorkomen: dit alles betekent niet dat artsen geen idee hebben of een medicijn voor hun patiënt werkt. ‘Vaak zal een medicijn ook werken voor een patiënt die zou zijn uitgesloten van een studie’, zegt Luykx. ‘Maar voor psychiaters is het nuttig te weten waar ze alert op moeten zijn: is het nodig een patiënt ook nog naar een gespreksgroep te sturen, of de familie erbij te betrekken? Dat kun je beter inschatten als je ook de moeilijkere groep mee laat doen in de experimentele fase.’

Luykx werkte samen met collega’s uit het buitenland om het gat tussen test en praktijk bloot te leggen. Ze keken naar de registers die tientallen jaren werden bijgehouden voor Finse en Zweedse psychiaters: welke patiënten zagen ze, welke diagnose(s) kregen die, en welke behandeling. Vier van de vijf psychotische patiënten die een bepaald medicijn kregen voorgeschreven, zouden zijn geweerd uit studies naar datzelfde medicijn. Dat gold zowel in Zweden als in Finland – en in Nederland zou het niet anders zijn, denkt Luykx.

‘Het is goed dat de effectiviteit van medicijnen in de echte wereld wordt onderzocht’, vindt Toine Pieters, hoogleraar farmaceutische wetenschappen aan de Universiteit Utrecht, en niet betrokken bij de publicatie inJAMA Psychiatry. ‘Dit soort studies worden te weinig gedaan, vooral omdat er weinig geld beschikbaar voor is. De farmaceutische industrie zet liever in op onderzoeken waarmee ze nieuwe medicijnen op de markt kunnen brengen.’

Heilige graal?

Voordat een medicijn wordt toegelaten, moet het worden getest door een behandelgroep, te vergelijken met een controlegroep (die een nepmiddel krijgt). Arts noch patiënten weten wie bij welke groep hoort. Als het met de groep die het medicijn kreeg duidelijk beter gaat dan met de groep die het middel niet kreeg, dan is de werkzaamheid aangetoond. Bij dit soort onderzoek is het gebruikelijk uitsluitingscriteria op te stellen: al te buitenissige patiënten mogen niet meedoen, omdat ze de resultaten kunnen vertekenen.

‘Eerst werden dit soort onderzoeken gezien als de heilige graal van de geneeskunde’, zegt Toine Pieters, hoogleraar farmaceutische wetenschappen. ‘Maar nu wordt steeds vaker gezegd: pas op, de effectiviteit is in werkelijkheid vaak niet hetzelfde als in zo’n studie.’ Volgens Pieters zijn farmaceuten zich hiervan bewust, en selecteren ze nu een diversere groep patiënten dan vroeger. ‘Tot dertig jaar geleden namen bijna alleen blanke, Kaukasische mannen aan die studies deel. De man-vrouwverdeling is inmiddels beter, maar wat de etnische diversiteit betreft moet er nog veel verbeteren.’

Meer over