ColumnJasper van Kuijk

Als thuisschool-inval-nepdocent kom je nogal eens vage vragen tegen in de lesboeken

null Beeld

‘Papa, wat willen ze hier?’ Mijn zoon van 7 komt mismoedig aanlopen met zijn werkschrift voor leren lezen. Terwijl hij dat normaal gesproken echt leuk vindt. Samen kijken we naar de opgave: ‘Kleur de woorden als eerst.’ De laatste drie letters, -rst, zijn geel. Ik kijk naar de rijtjes woorden eronder. Geen enkel woord met -rst op het eind.

Oké, aan mij als thuisschool-inval-nepdocent dus de taak om te achterhalen wat er bedoeld wordt met ‘woorden als ee-rst’. Zijn dat woorden die eindigen op -rst, woorden waar ergens in het woord rst zit, of waarin drie medeklinkers worden gecombineerd?

Dit is niet de eerste nogal vage vraag die we tegenkomen en ik ben niet de enige die hier tegenaan loopt. Op Twitter stikt het van de gefrustreerde thuisscholende ouders, die zich afvragen wat de vragensteller in godsnaam van hun kind wil.

Dit wordt natuurlijk voor een flink deel veroorzaakt doordat met deze veranderde gebruikscontext (de lockdown) een product (lesmateriaal) ineens wordt gebruikt door gebruikers voor wie het nooit bedoeld is (ouders). Ik ken dit lesprogramma niet en mijn zoon heeft de mogelijk bij de oefening behorende uitleg niet gehad. En als je niet weet wat het doel is, dan blijk je met die vragen nog een hoop kanten op te kunnen.

Maar misschien maakt die veranderde gebruikscontext juist ook wel duidelijk dat sommige van die vragen echt wel duidelijker zouden kunnen. Natuurlijk, het kan vanuit didactisch oogpunt soms goed zijn als je iets uitdagender geformuleerde opgaven hebt, om te kijken of kinderen dan nog steeds kunnen toepassen wat ze geleerd hebben. Maar je wilt geen onnodig ingewikkelde vragen.

null Beeld Noun project
Beeld Noun project

Het is met die vragen als met game-controllers. De uitdaging moet zitten in de game, niet in een brakke controller. Die moet juist heel gebruiksvriendelijk zijn: lekker in de hand liggend en met knoppen die makkelijk te vinden zijn en goed reageren.

Nieuwe lesmethoden worden tegenwoordig vaak getest door er op een aantal scholen mee proef te draaien. Dan kunnen docenten feedback geven zodat de methode verbeterd kan worden. De focus ligt dan op de lesmethode als geheel, of die werkt. En de echt onmogelijke vragen komen dan ook wel bovendrijven, via de docenten, maar je kunt de formulering van afzonderlijke opgaven ook testen met leerlingen. Bij sommige uitgevers gebeurt dat al, vooral bij de ontwikkeling van digitale lesmethoden. Net zoals bij een website niet alleen aan de communicatieafdeling wordt gevraagd of-ie goed werkt, maar ook echt met de eindgebruikers wordt meegekeken of tekstlabels en menu’s begrepen worden.

Laten we die opgaven voortaan altijd goed testen, zodat docenten, als kinderen straks ergens na de achtste lockdown in september 2022 weer naar school gaan, hun tijd zoveel mogelijk steken in het uitleggen van de stof, en zo min mogelijk in het uitleggen van onnodig moeilijke vragen.

Jasper van Kuijk op Twitter: @jaspervankuijk

Meer over