ColumnJasper van Kuijk

Als Nederland toegankelijker wil worden voor mensen met een beperking, zijn harde afspraken nodig

null Beeld

Het is vijf jaar geleden dat Nederland zich aansloot bij het VN-verdrag Handicap. Dat stelt dat mensen met een beperking zelfstandig moeten kunnen meedoen als volwaardig lid van de samenleving. Een rapport van het SCP van afgelopen week liet zien dat het in Nederland nog lang niet zover is. Eerder, in 2019, rapporteerden samenwerkende belangenorganisaties dat de positie van mensen met een beperking sinds de ondertekening van het verdrag niet was verbeterd, maar verslechterd.

Zo bleek in de laatste twintig jaar de arbeidsparticipatie van mensen met een beperking lager geworden en het aantal kinderen dat niet naar school kan gestegen. In minder dichtbevolkte gedeelten van Nederland worden normale bussen vervangen door ‘buurtbussen’ die gereden worden door vrijwilligers en die mogen geen rolstoelers meenemen. Uit het bouwbesluit, dat bepaalt waaraan onze gebouwen moeten voldoen, zijn sinds de jaren negentig steeds meer toegankelijkheidseisen verdwenen.

In de VS, een van de meest neoliberale landen ter wereld met niet een heel stevig sociaal vangnet, is het qua toegankelijkheid op veel vlakken opvallend goed geregeld. Dit wordt deels toegeschreven aan het feit dat de VS een grote groep oorlogsveteranen hebben, uit onder andere de Tweede Wereldoorlog. Ook kennen de VS, meer dan Nederland, een traditie van actievoeren door gemarginaliseerde groepen. Zo beschrijft de designpodcast 99% invisible hoe de activist Ed Roberts, als tiener verlamd door polio, ervoor zorgde dat stoepen verlaagde opritten kregen, zodat rolstoelgebruikers (én kinderwagens én rollators én stepjes!) zich vrijer konden bewegen. De veteranen en het actievoeren leidden in de VS tot opmerkelijk stevige wet- en regelgeving op het gebied van toegankelijkheid.

. Beeld .
.Beeld .

Nederland pakt het – zoals altijd – vooral aan op basis van vrijwilligheid, convenanten, bewustwording en draagvlak. Dat is te vrijblijvend. Want inclusief ontwerpen wordt vaak gezien als duur, lastig (‘hoezó zijn die prachtige pastelkleuren op mijn website onhandig voor kleurenblinden?’) en voor een kleine groep gebruikers. Ten eerste valt dat ‘lastig en duur’ erg mee als je er vanaf het begin rekening mee houdt. En ten tweede: zo klein is die groep niet. Ouderen kunnen artrose krijgen en daardoor krachtverlies. Er zijn in Nederland 2,5 miljoen laaggeletterden. Als je zwanger bent, kun je minder lang staan. Zo’n 25 procent van de Nederlanders heeft een of andere beperking. Daarnaast: oplossingen die gebruiksvriendelijker zijn voor mensen met een beperking zijn vaak makkelijker te gebruiken door mensen zonder beperking.

Als we écht iets willen bereiken op het gebied van inclusief ontwerpen, zit er, vrees ik, niets anders op dan harde afspraken. En de keuze om die wel of niet in te voeren is een principiële: willen we dat zo veel mogelijk mensen echt kunnen meedoen, of vinden we het acceptabel als een gedeelte langs de kant blijft staan? In hoeverre een handicap ook echt een beperking is, hangt erg af van hoe de maatschappij is ingericht.

Jasper van Kuijk op Twitter: @jaspervankuijk

Meer over