ColumnIonica Smeets

Als je als eerste van je familie naar de universiteit gaat, dan vind je er doorgaans moeilijker je weg

Ionica Smeets Beeld de Volkskrant
Ionica SmeetsBeeld de Volkskrant

Als scholier bezocht ik een open dag van de studie technische informatica aan de Technische Universiteit Delft. Ik ging alleen, maar ik was wel gezellig meegereden met mijn vader die in hetzelfde gebouw werkte. Hij was beleidsmedewerker aan de universiteit en kende er veel mensen. Dat bleek, want toen ik even later met een docent praatte, vroeg hij me onmiddellijk of ik toevallig familie was van die Hans Smeets.

Toen ik eenmaal in Delft ging studeren, was de overgang vanaf de middelbare school behoorlijk groot. Maar het hielp dat ik als kind al door collegezalen had gelopen en dat mijn vader de academische wereld goed snapte en me vaak handige tips gaf voor hoe ik dingen kon aanpakken.

Pas later besefte ik hoeveel moeilijker het moet zijn geweest voor sommige van mijn studiegenoten die als eerste van hun familie naar de universiteit kwamen en alles zelf moesten uitzoeken. Die pas halverwege hun studie ontdekten dat je ook dr. kunt worden als je geen arts bent. Die niet via via al allerlei professoren kenden en daardoor wat makkelijker op hun deur klopten. Die elk weekend thuis moesten uitleggen waarom ze niet gewoon waren gaan werken. In veel opzichten had ik het maar makkelijk. (Al was het wel minder leuk om als student al te horen dat veel populaire docenten gezien werden als de sukkels van hun afdeling omdat ze al hun tijd aan onderwijs in plaats van onderzoek besteedden en op die manier nóóit hoogleraar zouden worden.)

Bij het bestrijden van kansenongelijkheid zijn er nu veel pijlen gericht op de basisschool. Terecht, want we weten dat kinderen van laagopgeleide ouders vaker onderschat worden en eerder een te laag schooladvies krijgen in vergelijking met wat ze kunnen (mijn persoonlijke hypothese is overigens dat veel hoogopgeleide ouders hun kinderen dan weer een tikje overschatten, maar dat geheel terzijde).

Als je als eerste van je familie naar de universiteit gaat, dan heb je daar nog niet vanzelfsprekend dezelfde kansen als degenen die zich al jaren onder professoren bevinden. Natuurlijk is het niet louter regenbogen en eenhoorns als je familieleden hebt die studeerden, maar gemiddeld hebben eerstegeneratiestudenten het zwaarder om hun weg te vinden in de academische wereld, zonder toegang tot allerlei netwerken en met minder financiële steun vanuit huis. En daardoor gaat er talent verloren.

Carel Stolker, de eindbaas van de Leidse universiteit, wil daar iets aan doen. Komende maandag neemt hij afscheid als rector en hij laat de universiteit als afscheidscadeau een fonds na. Het Leiden Empowerment Fonds (vast niet geheel toevallig afgekort als LEF) gaat eerstegeneratiestudenten en -wetenschappers ondersteunen.

Stolker vraagt bij zijn afscheid in plaats van cadeaus voor zichzelf een bijdrage voor dit fonds en zo dus voor alle mensen die hun eigen pad moeten zoeken in de academische wereld. De teller staat op het moment dat ik dit schrijf op € 73.515. Dat het fonds nog maar flink mag aangroeien en veel talenten een duwtje in de rug mag geven.

Meer over