ColumnIonica Smeets

Als er ‘altijd’ staat, betekent dat vaak in werkelijkheid ‘meestal’

null Beeld

Gisteren fietste ik langs een groot en treurig leegstaand kantoorpand. Daarop hing een spandoek: ‘Te huur, 1.542 m2 kantoorruimte’ en daarnaast stond ‘Deelverhuur mogelijk vanaf 771 m2.’ Ik stapte even van mijn fiets om te controleren of ik het goed zag. Was 771 m2 niet precies de helft van de beschikbare ruimte? Als dat de minimaal te huren oppervlakte is, dan betekent dit dat de eigenaar maximaal twee huurders wil (en die zouden dan elk exact 771 m2 moeten huren). Wat doet de verhuurder als iemand die van priemgetallen houdt graag 773 vierkante meter wil huren? Blijft de overige 769 vierkante meter (ook een priemgetal!) dan leegstaan, omdat deelverhuur alleen mogelijk is vanaf 771 vierkante meter?

Ik was er nog steeds over aan het nadenken toen ik even later langs een autohandelaar fietste die een groot bord had staan met: ‘Altijd 50 occasions op voorraad’. Elke keer dat ik daar langskom, vraag ik me af hoe dat precies werkt. Wat doen ze als er een occasion verkocht wordt? Komt er dan onmiddellijk iemand met een andere occasion aanrijden zodat het er weer vijftig zijn? Of houden ze er voor de zekerheid 51 op voorraad, zodat ze een beetje speelruimte hebben? En wat doen ze dan als er twee occasions tegelijk worden verkocht? Of nemen ze het misschien iets minder nauw dan ik met het woord altijd?

Een paar jaar geleden deed ik met statistici Casper Albers en Sanne Willems onderzoek naar hoe mensen kanswoorden als ‘altijd’ interpreteren. Eén van de voor ons nogal verbazingwekkende resultaten was dat mensen bij een zin als ‘dit plan lukt altijd’ de kans dat dit plan lukt gemiddeld schatten op zo’n 96 procent. Er bestaan zelfs mensen die het houden op zo’n 81 procent. Misschien is dat het soort mensen dat op een reclamebord pocht met ‘Altijd 50 occasions op voorraad’, terwijl dat in de praktijk hooguit ‘meestal’ is.

Misschien is het typisch iets voor wiskundigen om veel te veel na te denken over wat getallen op borden precies betekenen. Jan Beuving had ooit een heerlijke conference over borden waarop staat ‘Vanaf hier mag u 120 km/uur’. Daarvan kun je dus ook enorm in de war raken, want precies tot dat bord mag je 100km/uur en je kunt niet ineens van 100 naar 120 kilometer per uur gaan, je kunt pas vanaf het bord gaan versnellen. Nu ja en dan kun je dus uit gaan rekenen hoe lang je doet over die versnelling, hoeveel meter je dan verder bent en dat het bord met dat je 120 km/uur mag dus eigenlijk op die plek had moeten staan. Behalve dan dat dit precies hetzelfde probleem op zou leveren.

Aan dat alles dacht ik dus gisteren toen ik langs dat spandoek van de vastgoedmakelaar en het reclamebord van de autohandelaar fietste. En ik dacht aan kinderen die tijdens toetsen helemaal de mist in gaan omdat ze veel te veel nadenken over hoe iets precies geformuleerd is en wat dat dan allemaal zou kunnen betekenen. Maar ik dacht vooral aan de mensen die achteloos zoiets opschrijven en hoe ik vermoed dat hun leven altijd zorgelozer is dan het mijne.

Meer over