Allemaal Kees de jongens

Kees de jongen, romanfiguur van Theo Thijssen, is voor zijn schare middelbare fans veel meer dan de dagdromende hoofdpersoon in een oud kinderboek....

Hij is uitgegroeid tot een persoonlijke held. Vanaf morgen spreekt die ook in de bioscoop tot de verbeelding.

Als oud-leraar Gerrit Borgman ergens op bezoek gaat, kijkt hij altijd even in de boekenkast. Wordt in dit huis wel Kees de jongen gelezen? Ja? Dan is het goed. Iemand die Kees de jongen een mooi boek vindt, moet wel deugen, is ook de stellige overtuiging van tv-presentator Matthijs van Nieuwkerk.

Eigenlijk zijn ze zelf Kees de jongen, de jongens en meisjes die zich verbonden weten door dat ene boek uit 1923 waarin Theo Thijssen het onvergankelijke verhaal vertelt van Kees Bakels, een 12-jarige jongen uit de Amsterdamse Jordaan, die zich een betere toekomst fantaseert. 'Het is net een club', zegt violiste Vera Beths. 'Een club waarin de ene Kees de jongen-zin de ander oproept', zegt lerares Laila de Greef.

Zachtaardig, zijn ze volgens Van Nieuwkerk, net als Kees. En romantisch, een tikkeltje naïef misschien, goedwillend in elk geval, niet meer zo jong, maar nog altijd behept met het Kees-denken. 'Ik betrap mezelf er nog elke dag op', zegt Gerrit Borgman. Hij zal zich een betere toekomst fantaseren tot de dood erop volgt.

Hoe vaak hebben ze hun lijfboek wel niet gelezen? Drie keer, zegt Beths. 31 Keer, zegt De Greef zonder aarzelen. Acht keer, schat Van Nieuwkerk. 'In elk geval onvoorstelbaar vaak opengeslagen.' Wel honderd keer, zegt Borgman. 'Nou ja, veel zal het niet schelen.'

En nu is hun Kees de jongen opeens in het echt te zien. Gisteravond was de galapremière, morgen gaat de film Kees de jongen in zestig bioscopen draaien. Discussies over nut, noodzaak en wenselijkheid van boekverfilmingen mogen tot het verleden behoren, maar inmiddels mag duidelijk zijn dat dit niet zomaar de verfilming is van zomaar een boek over zomaar een jongen. Hier is een particuliere schat toegeëigend en in massa-productie genomen.

In de embryonale fase nam Matthijs van Nieuwkerk deel aan een televisiediscussie over de verfilming. Hij had het scenario gelezen en was gestruikeld over de scène waarin Kees zijn vader voor de laatste maal ziet. Vader, die op zijn sterfbed ligt, barst in snikken uit. Kees begint van de weeromstuit mee te wenen.

Ja, sorry hoor, maar dan heb je er dus he-le-maal niets van begrepen. Vader weet dat hij dood gaat, de lezer weet dat vader dood gaat, maar Kees weet niet dat vader dood gaat. Dat is juist het drama. Kees probeert zijn vader nog moed in te praten en neemt daarna ook gerustgesteld afscheid.

Bladzijde 215, 24ste druk: Z'n vader maakte een jongensachtige groetbeweging met z'n hand, en Kees wuifde terug, in-eens bijna vrolijk door vaders gebaar.

Als jullie dat doen, had Van Nieuwkerk na afloop van het tvprogramma B & W tegen de makers gezegd, als jullie Kees laten huilen, wil ik die film nooit van m'n leven zien. De scène werd veranderd en dus sprak Matthijs van Nieuwkerk gisteravond in Tuschinski met alle soorten van genoegen de koningin toe.

De gevoelens van Laila de Greef zijn gemengd. Waar de film echt durft af te wijken, gaat het goed. Waar de film een beetje afwijkt, gaat het mis. Nou ja, het viel niet tegen en dat is al veel meer dan ze had verwacht.

Gerrit Borgman zag de film al drie keer en hem zul je dezer dagen vaak thuis met het boek op schoot aantreffen. Wat was de waarheid, waar werd het verbeelding? Maakt niet uit. Gerrit Borgman zag een lyrisch epos en zo heeft hij het boek ook altijd gelezen.

Van alle Kees de jongens had Vera Beths vooraf waarschijnlijk de minste bedenkingen, maar dat spreekt ook bijna vanzelf. Haar oudste dochter speelt de volwassen Rosa Overbeek en als iets het Kees-denken in gang kan zetten, is het dat wel. Rosa Overbeek is immers de muze van Kees en hun aller droomvrouw uit het voorname Amsterdam-Zuid.

Beths woont nu zelf in Amsterdam-Zuid, aan de Vondelstraat nog wel. Ze troont het bezoek meteen mee naar boven, naar de eerste verdieping, naar de voorkamer waarin ze altijd repeteert. Ze pakt haar viool, gaat voor het raam staan en wijst naar buiten op straat. Daar zou Kees de jongen gestaan kunnen hebben. Correctie:daar stond Kees de jongen.

Bladzijde 67: Nu was het de gauwste weg, als hij de Vondelstraat nam. Het begon al donker te worden. In één villa brandde al hel licht; de ramen stonden hoog open en in de kamer werd piano en viool gespeeld. Het was stil in de straat. En man was blijven staan, en luisterde.

Kees bleef ook staan, en keek naar binnen. Twee dames zaten voor het raam naar buiten te kijken. Eén dame speelde op de piano en daarnaast stond een heer viool te spelen. Kees boog luisterend het hoofd. Hij zag, hoe de dames naar hem keken. 'Wat heeft dié jongen een gevoel', dachten de dames waarschijnlijk.

Vera Beths las Kees de jongen voor de eerste keer op haar 16de, op aanraden van haar vader. Het boek veranderde haar kijk op het leven. 'Ik dacht dat dit soort gevoeligheden niet bij jongens hoorden.' Jongens waren in haar beleving louter druk en hardhandig, maar Kees bleek een geestverwant.

Beths ging op school in de Klevelaan, een natuurlijke scheiding tussen het sjieke Bloemendaal en het gewone Haarlem. Net als Kees de jongen was Vera het meisje dat hogerop moest en daarom naar een keurige school ging. Ze heeft zich er altijd de outsider gevoeld, het meisje met de zwavelstokjes – nog zo'n favoriet verhaal.

Haar kinderen hebben Kees de jongen inmiddels ook gelezen. Ze vonden er weinig aan en eigenlijk verbaast dat Vera Beths niets. 'Het ontgaat ze gewoon.' De grote maatschappelijke verschillen van toen zijn weggevallen. Iedereen gaat tegenwoordig met iedereen om. Als Kees de jongen nog ergens zeggingskracht heeft, dan is het onder allochtone jongeren, want die vallen wel buiten de boot. 'Misschien zou dat nog eens een mooi boek kunnen worden, Ali de jongen.'

Matthijs van Nieuwkerk heeft een zoon die Kees heet en dat is niet toevallig. 'Nou ja, in zoverre: we vonden Kees gewoon een mooie naam. Als Thijssen een boek had geschreven over Walter de jongen, had hij zeker geen Walter geheten.'

Kees van Nieuwkerk is nu 16 jaar en heeft onlangs met plezier Kees de jongen gelezen. 'Maar de echte fonkeling komt natuurlijk pas later', zegt zijn vader, uit eigen ervaring sprekend. Dat is namelijk het verraderlijke van Kees de jongen. Het lijkt een kinderboek, maar dat is het allerminst.

Zelf was Matthijs van Nieuwkerk een jaar of twaalf bij de eerste kennismaking. Dat zal door Kees van Kooten zijn gekomen, die noemde Kees de jongen ergens zijn favoriete boek en toen is hij meteen naar de bibiotheek gefietst. Wat Van Nieuwkerk destijds trof, was de taal, maar dat moet ergens in zijn onderbewustzijn zijn geweest. 'Je leest het op die leeftijd zoals je De AFC'ers leest. Maar de taal is dan al de verborgen verleider, zo dartel, zo vol compassie.'

De andere geheimen gaf Kees de jongen pas later prijs. Matthijs van Nieuwkerk zal net twintig zijn geweest, student Nederlands, toen hij het boek voor de tweede keer las. Het was de tijd van Vogelaar, van Offermans, van boeken als hersengymnastiek. Als hij nu bijna verontschuldigend spreekt van 'literatuur, natuurlijk niet met een hoofdletter L', dan zit er nog steeds iets van verborgen schaamte in. Waanzin natuurlijk, want als je het hebt over hersengymnastiek, dan is Theo Thijssen een kampioen.

Het hoogtepunt van Kees de jongen is voor hem al meteen de eerste zin. Vele mensen schijnen Kees Bakels niet eens te hebben gekend en dat is eigenlijk niet goed te begrijpen. Dat is een droomzin, zegt Van Nieuwkerk. 'Zet de lezer meteen in de juiste leesstand.'

Wat hem die tweede keer vooral trof, was het verhaal van een jongen die naïef durfde te zijn. 'Dat herkende ik heel sterk bij mezelf en dat is ook iets wat ik nog elke dag wil durven, naïef zijn.'

Met het vaderschap kreeg Kees de jongen voor hem een nieuwe dimensie. Zocht Van Nieuwkerk eerst overenkomsten met zichzelf, nu is Kees de jongen zijn zoon geworden, Kees dus. 'Ik projecteer het verhaal veel meer op hem, dan ik ooit op mezelf heb gedaan.'

Maar onlangs was hij het toch weer eventjes zelf. In een kledingwinkel zag Matthijs van Nieuwkerk een paars pak hangen. Hij naar binnen, passen, zag er geweldig uit, helemaal Kees de jongen.

Bladzijde 90: En dan eindelijk verscheen hij op een goede dag met dat buisje. Een paar sufferds lachten nog. Maar de meesten niet. Há, dachten die. Heeft-ie weer wat anders dan gedacht. Nou, hij heeft gelijk, want het ziet er énig uit zo.

Matthijs heeft dat paarse pak daarna nooit meer aan gehad. 'Dat is erg, hoor, dat je toch geen Kees de jongen durft te zijn.'

Meer over