Aangifte doen per papyrus

Papyri laten heel gedetailleerd zien hoe de oude Egyptenaren leefden. Er is geen betere informatie over de oudheid denkbaar...

Op een papyrus uit de 3de eeuw voor Christus doet ene Petosiris, een boer op ‘het koninklijke land van het dorp Moithymis’ in Egypte, aangifte van een beroving in zijn huis bij de plaatselijke hoofdagent. Hij schrijft: ‘Op de 25ste Pachon, rond het tweede uur van de avond, toen ik mij in de tempel bevond, drongen onbekenden mijn huis binnen en trokken mijn vrouw Thamous haar jurk uit ter waarde van 200 drachmen en haar moeder Aynchis haar jurk ter waarde van 400 drachmen en onze dochter Thermoutarion haar linnen tuniek van 100 drachmen, dat is in totaal 700 drachmen, en zij staken hen met hun messen’

De papyrus is in het bezit van het Papyrologisch Instituut, onderdeel van de Universiteit Leiden, waar de onvolledige tekst uit het Grieks werd vertaald. Het ptolemeïsche handschrift, schrijft een wetenschapper van het instituut, is ‘mooi, regelmatig en lijkt niet op de regel geschreven te zijn, maar eraan te hangen. De papyrus is afkomstig uit mummiekartonnage; de wittige kleur wordt veroorzaakt door kalkresten van de stuc.’

Tijdens het regime van Alexander de Grote in Egypte werd Grieks de voertaal van de heersende klasse, en dat zou het van de 3de eeuw v. Chr. tot de 8ste eeuw blijven. Aanvankelijk was er tweetaligheid met het oudere Demotisch (Egyptisch). Na de Romeinen ontstond er meertaligheid met het Koptisch (nieuwer Egyptisch) en later het Arabisch.

De papyri waarop de Egyptenaren – voornamelijk in het Grieks – hun teksten schreven, waren samengesteld uit kruislings op elkaar gelegde stroken van de papyrusplant, die in de oudheid alleen in Egypte voorkwam. Met een bijgepunt stuk riet als pen maakten ze hun boodschappenlijstjes en schreven ze hun brieven, belastingkwitanties, betalingsbewijzen en andere teksten die te maken hadden met hun privébeslommeringen, hun administratieve, bestuurlijke of juridische handelingen. De meeste teruggevonden papyri bevatten documentaire teksten; ongeveer 5 procent is literair, waaronder werk van de dichteres Sappho en van Aristoteles.

Op een bescheiden tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is vanaf 19 januari een selectie te zien van papyri en andere objecten uit de collectie van het Papyrologisch Instituut. Aanleiding voor de expositie is het 75-jarig bestaan van het instituut, dat voor het eerst in zijn geschiedenis een deel van zijn bezit in een museale context laat zien, zegt de papyroloog Cisca Hoogendijk.

De papyrologie is volgens Hoogendijk een betrekkelijk jonge tak van wetenschap. In 1788 werd de eerste Egyptische papyrus in Europa ontcijferd en in vertaling gepubliceerd. Tijdens het Egyptische avontuur van Napoleon in 1798 namen wetenschappers in zijn gevolg papyri mee naar huis. In de tweede helft van de 19de eeuw werden er incidenteel verzamelingen aangelegd, maar het zou tot het einde van die eeuw duren voordat de papyrologie zich begon te ontwikkelen tot een serieuze wetenschap.

Een eerste aanzet daarvoor was een spectaculaire vondst in 1877-’78 in de Fayoum, een provincie ten westen van de Nijl in Midden-Egypte, waar vele duizenden papyri werden aangetroffen met teksten die in alle talen van het oude Egypte waren gesproken en geschreven. Ze werden gevonden in opgegraven huizen, in potten als bijgift in graven, in oude vuilnishopen en in kartonnages van mummies – maskers, borststukken en voeten die waren vervaardigd uit ‘papyrus-maché’.

De Stichting het Leids Papyrologisch Instituut werd op 19 januari 1935 opgericht naar aanleiding van een schenking van 21 Griekse papyri uit Egypte door de Engelse verzamelaar E.P. Warren. De Warren-papyri, die in 1941 werden gepubliceerd, vormden het begin van de papyrusverzameling van het Leidse instituut. In de loop der jaren werd de verzameling door aankopen en schenkingen uitgebreid tot een studiecollectie van ruim 600 teksten uit het Grieks-Romeinse Egypte. Die zijn niet alleen geschreven op papyri, maar ook op potscherven, wastabletten, houten plankjes en, in één geval, op een plaatje van lood.

Een belangrijk onderdeel van het werk op het Papyrologisch Instituut is de Berichtigungsliste der Griechischen Papyrusurkunden aus Ägypten, een kritisch overzicht van alle correcties (Berichtigungen) die door wetenschappers zijn voorgesteld voor gepubliceerde Griekse papyrusteksten. Grondlegger van deze lijst was de Duitse postbeambte-papyroloog Friedrich Preisigke, die vond dat er orde moest worden geschapen in de wirwar aan papyrologische publicaties en interpretaties. Deel 1 van de lijst werd in 1922 gepubliceerd. Dertig jaar later werd het project ondergebracht in Leiden, waar vorig jaar het twaalfde deel verscheen. Elf delen zijn nu op cd-rom gezet. Hoogendijk hoopt dat de lijst uiteindelijk kan worden aangesloten op een internationale database met Griekse teksten, papyrusvertalingen en -foto’s: www.papyri.info. De meer dan honderd papyrologen in de wereld en andere wetenschappers hebben dan alles bij de hand.

Hoogendijk kan het belang van de papyrologie niet genoeg onderstrepen. ‘Er is geen ander gebied uit de oudheid’, zegt zij, ‘waarvan we zoveel gedetailleerde informatie hebben over onderwerpen als bestuur en administratie, economie, recht, religie, onderwijs, wetenschap en het dagelijks leven.’ Tot nu toe zijn er wereldwijd ongeveer een miljoen papyri opgegraven, waarvan er tot dusver zo’n vijftigduizend zijn ontcijferd en gepubliceerd. ‘Als we in dat tempo doorgaan’, zegt Hoogendijk, ‘ is er nog voor duizend jaar werk te doen.’

Het Papyrologisch Instituut, dat twee arbeidsplaatsen telt, gaat, niet voor het eerst, een financieel spannende tijd tegemoet. Een subsidie van NWO loopt dit jaar af. Het instituut hoopt nu op geld uit een speciaal potje van minister Plasterk. Komt dat er niet, dan zou het voorbestaan van de Berichti-gungsliste in Leiden in gevaar kunnen komen. ‘Als dat gebeurt’, zegt Hoogendijk, ‘zou dat een grote blamage zijn.’

Meer over