Aangenaam: CCTGCAAGGGTTT...

Het dna van Ben van Raaij komt ten dele uit het Midden-Oosten, zegt zijn afstammingstest. Maar wat betekent dat, naast goede handel voor de testers?...

`Ontraadsel uw eigen persoonlijke antropologie`, roept de Amerikaanse website me toe. Het is er een van vele die gewijd zijn aan relatief betaalbare genetische afstammingstests. Die zijn, sinds de code van het menselijk dna is ontrafeld, in de VS een lucratieve handel geworden.

In een land waar bijna iedereen van immigranten afstamt, is het natrekken van stambomen en etniciteit de populairste hobby na tuinieren. De dna-tests zijn onder meer populair bij Afro-Amerikanen die opheldering willen over hun roots, en bij mensen die juridisch indiaanse afstamming hopen aan te tonen, wat hen een aandeel in de grote casinowinsten van indiaanse reservaten kan opleveren.

Voor het bedrijf DNAPrint Genomics zijn `ancestry heritage tests` een leuke markt, legt senior scientist dr. Matt Thomas me uit vanuit Sarasota, Florida. DNAPrint verkocht er via indringende radiospotjes al tienduizenden van.

De tests zijn een bijproduct van DNAPrints genetische onderzoek naar etnisch bepaalde individuele gevoeligheid voor medicijnen (personalized medicine). Zo reageren Afro-Amerikanen beter op bepaalde hartmedicijnen dan blanken. Maar dan moet zo`n patiënt wel `genetisch zwart` zijn, en gemiddeld hebben zwarte Amerikanen 10 tot 30 procent `witte genen`.

Ik ben geïntrigeerd. DNAPrint heeft onder het motto `Unravel the Mystery` twee vooroudertests in de aanbieding, primeurs in hun soort. AncestryByDNA 2.5 (219 dollar) toont aan hoeveel indiaans-Amerikaans, Europees, Oost-Aziatisch en Afrikaans dna ik heb.

Voor 180 dollar meer krijg ik, mits ik voor minstens 50 procent Europees ben, er de module Euro-DNA 1.0 bij, die mijn Europese genen schijnt thuis te brengen in respectievelijk Noord-Europa, Zuidoost- (Mediterraan) Europa, Zuid-Azië of het Midden-Oosten.

Die verleiding is te groot voor iemand met een saaie, oer-Nederlandse achtergrond: Achterhoekse, Limburgse en West-Friese wortels, met nog wat Duitse invloeden en aan moederskant vermoedelijk één Deense stamvader in de 17de eeuw. Wat is míjn ancestral heritage? Ik bestel beide tests.

Schrapertjes

Ruim een week nadat ik het geld heb overgemaakt, ontvang ik een envelop van DNAPrint. Daarin een akkoordverklaring, twee schrapertjes om wangslijmvliescellen te verzamelen en een gefrankeerde envelop om de zaak terug te sturen naar het lab in Florida.

Blijkens de akkoordverklaring is de test bedoeld als `amusement`, maar `niet zonder risico`. De test traceert etnische afkomst en kan strijdig zijn met `politieke of culturele zelfopvattingen`: `Sommige mensen kunnen verrast zijn door hun uitslag. De resultaten kunnen een blijvend effect hebben op hoe ze zichzelf zien of hoe anderen hen zien. Als u zich daarover zorgen maakt, raden we u sterk aan om de geëigende deskundigen te raadplegen voordat u de test bestelt.`

Ik haal de gekartelde schrapers stevig langs de binnenkant van mijn wang op en neer, zodat flink wat slijmvliescellen loskomen (een handeling die volgens de handleiding kan leiden tot `tijdelijk ongemak`, maar soms ook tot `infectie, bloedingen en zwellingen`), laat ze drogen en stuur ze op. Raar idee dat mijn genen in zo`n simpele envelop de oceaan oversteken.

Omdat de uitslag een week of acht op zich zal laten wachten, heb ik alle tijd de test te bestuderen. Die benut het feit dat maar 0,1 procent van de drie miljard bouwstenen (basenparen) van ons dna per individu verschilt - de polymorfismen of SNP`s. Een paar procent van die SNP`s geeft aanwijzingen over je etnische afkomst. Daaruit is een beperkt aantal `markers` (320) geselecteerd om je dna op te checken. Door nieuwe screeningtechnieken kan dat supersnel en kost zo`n test niet meer honderduizend maar een paar honderd dollar.

Bijzonder aan deze test is dat hij markers benut uit 22 van de 23 chromosomen. Het betreft `autosomaal` dna dat volledig recombineert (je krijgt van elke ouder de helft) en dus in mannelijke én vrouwelijke lijn wordt doorgegeven. Dat maakt etnische mixen zichtbaar, anders dan bij tests met dna van het mannelijk Y-chromosoom of via de moeder doorgegeven mitochondriaal (mt-) dna.

De 320 markers zijn geselecteerd uit tienduizenden dna-samples van etnische groepen en uitvoerig getoetst, zegt Thomas. De test spoort die markers op in je dna en rekent uit in hoeverre je tot de groep in kwestie behoort. De test kan één `afwijkende` betovergrootouder opsporen en de nodige oeroude bijmenging bovendien.

De uitkomst, begrijp ik, is slechts een statistische schatting van mijn genetische mix, een bandbreedte van waarschijnlijke percentages en een meest waarschijnlijke uitkomst, de `Most Likely Estimate`. De totale foutmarge, door imperfecties in mijn dna en spontane historische mutaties (genetic drift), is gemiddeld 6 tot 7 procent.

`Vergelijk het met de meteorologische prognose van de route van een cycloon. Die is nooit exact, maar vrijwel altijd redelijk betrouwbaar`, zo legt Thomas uit.

AncestryByDNA is wat betrouwbaarder dan Euro-DNA. Het is makkelijker de mix van de grote continentale populaties, de erfelijke component van wat vroeger ras werd genoemd, te traceren dan de etnische mix binnen zo`n populatie. Dat vergt meer detectivewerk.

De extreem gevarieerde Europese genenpool gaat veertigduizend jaar terug, van de eerste prehistorische migraties tot de veroveringsoorlogen, volksverhuizingen en migraties in later tijd. Dus zijn er Italianen met Germaans dna, Hollanders met Spaanse genen, Duitsers met zigeunerbloed, Spanjaarden met Arabisch dna, Oost-Europeanen met Aziatische genen - via Hunnen, Mongolen en Turken.

Astronaut

Acht weken later krijg ik mijn uitslag per post binnen. De begeleidende brief feliciteert me met het feit dat ik nu `een pionier in mijn eigen tijdperk` ben, omdat ik mijn eigen genetisch erfgoed kan inspecteren `zoals een astronaut een nieuwe planeet`. In de envelop zit verder alleen een cd-rom. Die bevat een certificaat met de uitslagen van mijn test, staafdiagrammen en `driehoeksplots` van mijn dna, mijn waarden op de markers, een aantal basenrijtjes en een uitvoerige handleiding. Dat is het.

Het resultaat van de AncestryByDNA-test is nogal eenduidig: ik ben 96 procent Europees en 4 procent Oost-Aziatisch. Weinig verrassend, temeer daar die 4 procent oosters dna ook 0 procent kan zijn, gezien het betrouwbaarheidsinterval. Mijn Afrikaanse en indiaans-Amerikaanse genen zijn in elk geval verwaarloosbaar marginaal.

De Euro-DNA-uitslag is gekker: mijn dna blijkt voor 65 procent Noord-Europees, 10 procent Zuid-Aziatisch, 5 procent Zuidoost-Europees en voor 20 procent afkomstig uit het Midden-Oosten. Zelfs bij alle onzekerheidsmarges is die laatste 20 procent, als ik de handleiding moet geloven, `significant`.

Hoe nu? Is dit, zoals je kunt uitrekenen, onvermoede instroom in de laatste vijf generaties of een echo van migraties van duizenden jaren her? Recent dus of oeroud?

`Waarschijnlijk recent, maar het hoeft niet`, meldt Thomas vanuit Sarasota. `De test zegt alleen dat je dna significant overeenkomt met onze referentiegroep in het Midden-Oosten. Dat kan door een recente voorvader, maar ook door vermenging verder terug in de tijd, zoals de prehistorie. We kunnen markers nog niet goed dateren.`

Evolutie- en populatiegeneticus prof. dr. Peter de Knijff van Universiteit Leiden lacht. `Ik heb die test zelf ook laten doen, en had toen 80 procent Europees en 15 procent indiaans dna. Ik ken mijn eigen stamboom en vond het zeer onwaarschijnlijk dat ik drie generaties terug een indiaanse voorvader zou hebben gehad. Wij ontwikkelen een soortgelijke ancestry-test voor justitie, en daarop scoor ik 95 procent Europees. Dat lijkt me veel waarschijnlijker.`

Referentiegroep

De verklaring kan volgens De Knijff zijn dat DNAPrint hetzij de verkeerde dna-kenmerken meet, hetzij een te beperkt aantal dna-monsters van de controlepopulatie heeft gebruikt om echt voorspellende kenmerken te vinden. `Tests als deze zijn alleen betrouwbaar in het kader van hun referentiegroep. Ons testpanel is daarom zeer uitgebreid: 1200 personen uit vijftig groepen wereldwijd. Wij selecteren die groepen en dus onze markers ook niet vooraf, maar laten ze random dus objectief door de computer vaststellen.` Ook vult De Knijff zijn test aan met Y-chromosomaal en mitrochondriaal dna, dat geen menggraad maar wel geografische oorsprong laat zien.

Het probleem zit volgens De Knijff vooral in de Euro-DNA test. De AncestryByDNA-test kan best kloppen: iedereen bezit wat Afrikaanse of Aziatische genen, die de vroegste migraties van de mensheid weerspiegelen: Out of Africa en vanuit Azië. Maar binnen Europa heb je meer variatie en dus meer controlemateriaal nodig, tientallen samples per groep, dan DNAPrint gebruikt. `Dat is wellicht te duur voor een commerciële test.`

Overigens, zegt De Knijff, kan dat Midden-Oosten-dna van mij best stokoud zijn. `De helft van de Nederlanders stamt af van de landbouwers die na de laatste ijstijd vanuit het Midden-Oosten via de Balkan naar Europa kwamen, de rest van jager-verzamelaars die door het landijs naar het zuiden waren gedrongen en toen weer noordwaarts trokken. Dit kan ook blijken uit je Y-chromosoom.`

Thomas kan de kritiek wel delen. Misschien, oppert hij zelfs, is die 20 procent te hoog, want zo exact is Euro-DNA 1.0 niet. `De Europese genenpool is tot op de dag van vandaag een zootje van migratie en vermenging, en de geschiedenis heeft nog geen tijd gehad de genetische populaties voldoende van elkaar af te laten drijven. De onderscheidende informatie van onze markers is daardoor beperkt.`

Haalt dat niet de basis onder de Euro-test vandaan? `Die test is zeker niet perfect`, erkent Thomas, `daar worstelen we ook mee. Sommige klanten verwerpen hem als misleidend of ongeldig. Je moet het zien als een eerste-generatietest. We ontwikkelen nu een verbeterde versie met veel meer markers.`

Vooralsnog een onzintest dus, oordeelt De Knijff streng. `Zo`n ancestry-test als deze is boterzacht, leuk voor aan de muur, net als die zogenaamde heraldische wapens die je via internet of postorder kunt bestellen. Een kermisattractie die weinig zegt, maar waarmee je wel goed geld kunt verdienen.`

Joodse rabbijn

Ik kan een lichte teleurstelling niet onderdrukken. Wat weet ik nu meer over mijn genetische afkomst? Dat ik vrijwel geheel Europees ben, is geen verrassing. Dat ik een stuk dna uit het Midden-Oosten met me meezeul wel, maar wat dat betekent, blijft mistig. Heb ik mischien een Arabische sjeik of een joodse rabbijn als voorvader? Of heeft een zigeuner zich ooit dankzij een overspelige Limburgse betovergrootmoeder stiekem in mijn stamboom genesteld?

Ach, klinkt het bij monde van Thomas troostend vanuit Sarasota: `De test biedt onze klanten een nieuwe manier om over hun afkomst na te denken. Zoals over het feit dat ze genetische overeenkomsten hebben met mensen in het Midden-Oosten, al vinden sommigen dat vast niet leuk. Je leert dat iedereen genetisch verbonden is.`

Inderdaad laat zich via de publieke websites van genoom-databases makkelijk natrekken dat ik stukjes dna deel met andere mensen in die bestanden: elk stukje levert namelijk de nodige hits op. Sterker nog: ik heb ook genen gemeen met andere levende wezens, zoals de chimpansee, de muis en het nederige wormpje C. elegans.

Ik ben dus in elk geval genetisch verwant met mens en dier. Dat lijkt me een mooie kerstgedachte.

Meer over