Nieuwstechnologische ontwikkelingen China

Aan het front van de techoorlog: het Chinese streven naar technologische dominantie

Het hoofdkantoor van Huawei in Shenzhen. Op het scherm worden beveiligingscamera’s van het bedrijf getoond. Beeld Getty

China steekt komende jaren weer een biljoen euro (12 nullen) in technologische ontwikkeling. Het land wil zo snel mogelijk minder afhankelijk worden van de VS, die meer dan honderd Chinese bedrijven op een zwarte lijst hebben gezet. ‘Uiteindelijk schieten de Amerikanen zichzelf in de voet.’

Op zijn werkkamer in de Chinese hightechstad Shenzhen krijgt Huawei-manager Hank Stokbroekx vaak dezelfde vragen van klanten:

‘Heeft de Chinese overheid invloed op Huawei?’

‘Kan jullie apparatuur worden gehackt?’

De Nederlandse ingenieur werkt ruim acht jaar op het hoofdkantoor van het Chinese techbedrijf, dat de wereldmarktleider is in 5G-communicatienetwerken en sinds vorig jaar het mikpunt van de Amerikaanse president Trump. Die stelt dat Huawei oneerlijke staatssteun ontvangt en een gevaar vormt voor de staatsveiligheid. Stokbroekx: ‘Dus moet ik nu eerst een halfuur uitleggen dat daar niks van waar is.’

De 55-jarige vicepresident Enterprise Services studeerde werktuigbouwkunde in Eindhoven en werkte vijftien jaar voor het Amerikaanse netwerkbedrijf Cisco, voordat hij overstapte naar Huawei. ‘Tot voor kort begon ik meteen over onze producten en service. Nu praten we eerst over cybersecurity; en terecht, dat is ook belangrijk.’ Stokbroekx wijst potentiële klanten op de veiligheidsreview na elke stap in het productieproces, op de schriftelijke toestemming die iedere Huawei-ingenieur moet vragen voordat hij inlogt bij een klant, de vastlegging van diens handelingen, en ja, soms komt ook de militaire achtergrond van Huawei-oprichter Ren Zhengfei ter sprake. ‘Mister Ren begon in de jaren zeventig als ingenieur in het leger. Dat was toen normaal.’

Bitniveau

Bij vragen over vermeende achterdeurtjes in Huawei-netwerken – volgens tegenstanders een manier van de Chinese overheid om te spioneren – verwijst Stokbroekx naar een onderzoek door de Engelse regering. ‘Die hebben jarenlang in een speciaal lab onze systemen tot op bit-niveau onderzocht. Niks gevonden.’ De Engelsen hadden wel kritiek: de software was slordig. ‘We hebben 2 miljard dollar uitgetrokken om dat te verbeteren. En de Amerikanen voorgesteld een vergelijkbaar onderzoek uit te voeren, maar daar gingen ze niet op in.’

Tot nu toe lijken klanten overtuigd. ‘Mijn divisie boekte afgelopen jaar 31 procent groei.’ De winst van heel Huawei steeg met 5,6 procent naar 7,9 miljard euro. Maar het is de vraag of Huawei, een van de weinige Chinese merken die internationaal wist door te breken, dat succes kan vasthouden. Het bedrijf staat met meer dan honderd andere Chinese techbedrijven sinds mei 2019 op een zwarte lijst van de Amerikaanse overheid. Verboden voor Amerikaanse fabrikanten en banken, wegens oneerlijke concurrentie en vermeende gevaren voor de staatsveiligheid.

Een ingenieur voert een hittetest uit in het onderzoekscentrum van Huawei in Shenzhen. Beeld Getty

De gevolgen van deze nieuwe Koude Oorlog, ook wel techoorlog genoemd, worden langzaam zichtbaar. Amerikaanse chipmakers als Micron en Qualcomm melden dalende omzetten omdat Huawei (tevens nummer twee in telefoons) is weggevallen als klant. Huawei kocht snel een strategische voorraad chips in Taiwan (genoeg voor twee jaar), wat verstandig bleek, want de Amerikanen verboden onlangs ook de Taiwanese leverancier aan China te leveren (hun machines zijn gebaseerd op Amerikaanse technologie). Koop nu de nieuwste Huawei telefoon en je zult merken dat het Android-besturingssysteem en apps als Google Maps of WhatsApp ontbreken. De fabrikant moest razendsnel eigen software ontwikkelen. Bestuursvoorzitter Guo Ping verzuchtte einde mei tegen journalisten: ‘Survival is nu het sleutelwoord.’

Beschuldigingen

De techoorlog is een zijtoneel van een grotere handelsoorlog tussen de VS en China met – zoals dat gaat – oplopende importtarieven en sancties. Ook de Europese Unie heeft aangekondigd zich harder te zullen opstellen tegenover China. Maar de strijd om de chips verloopt schimmiger, draait om oncontroleerbare beschuldigingen en bedreigt rechtstreeks de belangrijkste ambitie van de Chinese regering. Die presenteerde vijf jaar geleden vol zelfvertrouwen het plan Made in China 2025, een ambitieuze strategie om nummer 1 te worden op technologisch gebied in de wereld.

De woorden Made in China stonden ooit voor goedkope imitaties die meteen kapot gaan, maar over vijf jaar – zo is dus de bedoeling – staan ze voor topkwaliteit waar Amerikaanse een Europese fabrikanten niet aan kunnen tippen. Het staatsprogramma voor technologische dominantie verliep voorspoedig dankzij miljarden investeringen in kunstmatige intelligentie, robotica, elektrische voertuigen, nieuwe materialen, biotechnologie en energie. Niet toevallig sectoren waar echte marktleiders nog ontbreken. Fabrikanten als Huawei, OnePlus, Oppo, Xiaomi (telefoons), DJI (drones), ByteDance (TikTok), Tencent en Alibaba (internetdiensten) sloegen hun vleugels uit.

De triomfantelijke toon in China is wel verstomd. Politici en kranten zwijgen wijselijk over MIC2025. De euforie heeft plaatsgemaakt voor een grimmige strijdvaardigheid. China wil snel minder afhankelijk worden van westerse technologie. De komende vijf jaar steekt de overheid nog eens 1,3 biljoen euro (12 nullen) in technologische ontwikkeling. In dezelfde periode trekt een bedrijf als Tencent (internetdiensten) nog 63 miljard euro uit voor R&D, Huawei gooit er nog eens 100 miljard euro tegenaan. Dat roept de vraag op: zal dat genoeg zijn om de mondiale ambities van China alsnog waar te maken en wat betekent deze Koude Oorlog voor de technologische ontwikkeling in de wereld?

Start-up

‘De sfeer is daar nu gunstig voor een start-up’, concludeert ondernemer en hoogleraar Guofu Zhou. Hij besloot een paar jaar geleden zijn onderzoek naar nieuwe materialen aan de Technische Universiteit Eindhoven om te zetten in concrete producten (een nieuwe generatie elektronisch papier en slimme raamfolie die energie bespaart). Zhou koos voor een verhuizing naar Guangzhou. ‘We zijn begonnen met een pilot in Eindhoven, maar de subsidie van de Nederlandse overheid is beperkt en dan moet je ook nog eigen geld inbrengen.’ In China werd Zhou met open armen ontvangen. De provinciale overheid stelde meer dan 10 miljoen euro beschikbaar en voldoende ruimte voor een stofvrije fabricagehal.

De hoogleraar gelooft heilig in samenwerking op technologiegebied. ‘Nederland is goed in fundamenteel onderzoek en in innovatie, China kan die kennis snel omzetten in een tastbaar eindproduct. Door beide talenten te combineren creëren wij een hefboom.’ In Zuid-China, stelt hij, zijn alle denkbare materialen en goed geschoold technisch personeel direct voorhanden; in Nederland moet alles van ver komen. Ter illustratie van de plaatselijke drang: toen de burgemeester van het naastgelegen Shenzhen hoorde over het techbedrijf van Zhou, riep die meteen: kom liever naar ons! We bieden je gratis een fabricagehal aan en woonruimte voor alle werknemers! Zhou blijft echter liever in de buurt van de South China Normal University waar hij lesgeeft in opto-elektronica. ‘Dat is beter voor mijn hefboom.’

Toch zien veel westerlingen China nog steeds als de fabriekshal van de wereld. Waar goedkope krachten spullen in elkaar schroeven die door buitenlandse ingenieurs en ontwerpers zijn bedacht. Want Chinezen, zo luidt het vooroordeel, zijn niet in staat zelf iets te bedenken; ze ontberen creativiteit en eigen initiatief. Waar ze wel goed in zijn: andermans ideeën stelen en ijverig namaken. De kiem voor dit gebrek zou thuis al worden gelegd en in het klaslokaal, waar Chinese kinderen braaf moeten doen wat hun wordt opgedragen en zelden worden uitgedaagd zelf iets te bedenken.

Een Huawei-medewerker rust tijdens zijn pauze uit op zijn werkplek in het onderzoekscentrum op de campus Bantian.Beeld Getty

‘Nou tja, het klopt nog steeds dat mijn Chinese studenten over het algemeen wat meer sturing nodig hebben’, zegt de Nederlandse deeltijd-hoogleraar Frans Greidanus, die innovatiemanagement doceert aan de prestigieuze Zhejiang Universiteit. Maar verder zijn de vooroordelen volgens hem achterhaald. De 67-jarige oud-Chief Technology Officer van Philips in China zag het land veranderen. ‘Chinese bedrijven pakten snel een voorsprong op nieuwe terreinen als kunstmatige intelligentie, robotica, zonnepanelen of ledverlichting.’ 

Greidanus noemt vier redenen voor dit succes: de staat ondersteunt technologische ontwikkeling met een langetermijnplan, er wordt harder gewerkt, veel ingenieurs studeerden of werkten in het buitenland voordat zij terugkeerden naar hun moederland (de zogeheten zeeschildpadden als Guofo Zhou) en de route van idee tot product is er kort. ‘Een creatief idee is slechts een begin; de kunst is dat snel te ontwikkelen tot een succesvol product. En dan is zo’n hiërarchische instelling juist een voordeel.’

Aan dezelfde universiteit doceert nog een oud-Philipsman: Ruud Peters (68). Die reisde ooit als hoogste baas van de patentafdeling geregeld naar China om inbreukmakers uit te leggen dat ze wel moesten betalen voor patenten. ‘Eerst was de sfeer ronduit vijandig, daarna neutraal en inmiddels zeer coöperatief.’ Chinese opleidingen lopen voorop, stelt Peters, in aandacht voor intellectueel eigendom en speciale rechtbanken maken vaart in de behandeling van klachten. ‘Dat is natuurlijk in hun eigen belang, nu China zelf veel patenten deponeert.’

De opkomst van China als technologische grootmacht is te volgen op jaarlijkse lijstjes. Zo plaatste de Global Innovation Index van de World Intellectual Property Organization het land in 2019 op de veertiende plaats (omhoog van zeventien). Op het gebied van productontwikkeling (innovation output) staat China op de vijfde plaats na Zwitserland, Nederland, Zweden en Engeland, maar vóór de Verenigde Staten. Nergens ter wereld worden zoveel patenten gedeponeerd als in China, bijna twee keer zoveel als in de VS. Daar staat tegenover, blijkt uit een recent rapport van de Duitse Bertelsmann Stichting, dat veel sleutelpatenten op technologisch gebied nog steeds uit de VS en Europa komen. De onderzoekers signaleren wel dat China de afgelopen twintig jaar vanuit het niets in de topdrie is beland in 42 van de 58 onderzochte sectoren.

Sterker terug

De zwarte lijst van de VS zal die opmars op korte termijn vertragen, verwachten veel onderzoekers. Peters trekt de vergelijking met de handelsoorlog tegen Japan in de jaren tachtig. ‘Toen probeerden de VS hun eigen fabrikanten van halfgeleiders en elektronica te beschermen tegen betere en goedkopere producten uit Japan. Dat leverde enige vertraging op in Japan; het Amerikaanse Texas Instruments bleef nog even in leven, maar daarna groeide juist de technologische voorsprong van Japan.’ Peters verwacht een vergelijkbare uitkomst in de techoorlog met China. ‘Dat land wil nummer 1 worden op technologisch gebied en heeft daar biljoenen voor over. De Amerikaanse boycot leidt even tot een vertraging, maar daarna keert China sterker en minder afhankelijk terug. Uiteindelijk schieten de Amerikanen zichzelf in de voet.’

Ook hoogleraar Greidanus stelt dat de VS zichzelf in de vingers aan het snijden zijn. ‘Niet alleen omdat China er gewoon vijf scheppen bovenop doet, maar ook omdat Amerikaanse fabrikanten orders mislopen.’ Maar het ergste gevolg, stelt hij, is dat de techoorlog per saldo negatief zal uitpakken voor de hele wereld. Door onderzoeksresultaten wereldwijd te delen en elkaars uitvindingen te gebruiken, verloopt technologische ontwikkeling een stuk vlotter dan als gescheiden groepjes hun eigen wiel uitvinden. Ook de Bertelsmann Stichting waarschuwt dat internationale samenwerking essentieel is voor technologische vooruitgang. Consumenten zijn evenmin gebaat bij verschillende standaarden.

Concurrentie aangaan

Voormalig Google-baas Eric Schmidt – inmiddels werkzaam voor het Pentagon – verzuchtte onlangs in een BBC radio-interview over de techoorlog: ‘Ik heb ook lang rondgelopen met vooroordelen over China. Maar die moeten we overboord gooien. De Chinezen zijn net zo goed in innovatie als wij, misschien wel beter.’ Schmidt is kritisch op de cybersecurity van Huawei, maar stelt ook dat het bedrijf een mondiale speler is geworden die betere spullen maakt dan de concurrentie. Het enige juiste antwoord volgens hem: zelf betere producten ontwikkelen. Volgens Schmidt kan de Amerikaanse regering leren van de langetermijnplanning en de ambitieuze stimuleringsprogramma’s in China. ‘We moeten ons herpakken en de concurrentie aangaan.’ Een eventuele ontkoppeling van Amerikaanse en Chinese technologie is volgens de Amerikaanse techmiljardair het slechtst mogelijke scenario.

Op het hoofdkwartier van Huawei houdt Stokbroekx de webcam van zijn laptop voor zijn raam: een parkachtige campus verschijnt in beeld, met wandelpaden, Illy-coffeeshops en restaurants waar 60 duizend collega’s werken (van de 194 duizend). Een nieuwe megacampus verderop in de stad is gemodelleerd naar een oude Europese stad, compleet met roodkleurige Zwitserse tram. In Engeland verrijst komende jaren een nieuwe campus, bouwkosten 1,1 miljard euro.

Medewerkers van Huawei lopen door de uitgestrekte R&D-campus van het bedrijf in Dongguan, bij Shenzhen.Beeld Getty

‘De sfeer is vooral strijdvaardig’, zegt Stokbroekx. Het helpt, stelt hij, als klanten zelf komen kijken op het hoofdkantoor. ‘Velen denken bij China aan fietsen en sweatshops, en dus reageren ze heel verbaasd als ze in een elektrische taxi door een hypermoderne metropool rijden. Waar hun iPhone is gemaakt en waar al jaren niemand meer contant betaalt.’ Ook het West Coast-sfeertje bij Huawei verrast bezoekers (slippers, shorts, laptop). ‘Ze mogen hier met iedereen praten, ook op de R&D-afdelingen.’ Mister Ren spreekt dan wel geen Engels, stelt Stokbroekx, maar de oprichter besloot al vroeg tot een Angelsaksische bedrijfsstructuur, inclusief accountantsverklaring van KPMG en een openbaar jaarverslag. ‘We zijn eigenlijk een heel saai bedrijf.’

De term techoorlog is volgens Stokbroekx misleidend. ‘Het gaat gewoon om oneerlijke concurrentie. De strijd zou moeten gaan om kwaliteit en prijs, niet om vage beschuldigingen zonder bewijs.’ Het vaste antwoord dat hij zijn klanten telkens geeft: ‘ja, de Chinese overheid stimuleert de groei van Huawei, maar heeft geen invloed op bedrijfsvoering en strategie. Zolang je de laatste software en de juiste configuraties gebruikt, is de kans op een hack klein.’

‘Ik wil een verschil maken. Dat is voor mij makkelijker in China dan in de VS’

Ze droomde van Amerika, ging erheen en werd er succesvol. Toch keerde Li Butian, net als een groeiend aantal landgenoten (de ‘zeeschildpadden’), terug naar China om in de techindustrie te gaan werken.

Zolang Li Butian (29) het zich kan herinneren, droomde ze ervan om in de Verenigde Staten te wonen. Als 3-jarige kleuter al vertelde ze haar grootmoeders in haar geboortestad Dalian, China dat ze het vliegtuig naar Amerika zou nemen, rijk zou worden en zijde en bontjassen voor hen zou kopen. Haar grootmoeders moedigden haar aan: ze hoefden geen Amerikaanse zijde, maar die bontjas wilden ze wel.

Li Butian in Shanghai: ‘In China is de trend opwaarts, dan is het makkelijk om mee te stijgen.’Beeld Matjaz Tancic

‘Als kind wist ik amper iets over de VS, maar het leek me het beloofde land’, zegt Li, met korte haren en sportieve kleren. ‘In mijn jeugd waren de bestsellers boeken als How I Got into Harvard of From Harvard to Wall Street. Mijn moeder had grote dromen voor me en wees me iedereen aan die in de VS had gestudeerd. Dat plantte een zaadje in mij. Een diploma van een Amerikaanse topuniversiteit leek me het hoogste wat je kunt bereiken. Als je daarin slaagde, had je het gemaakt.’

Li Butian heeft het gemaakt. In 2009 werd ze toegelaten aan de ingenieursopleiding van de Universiteit van Berkeley, een van de meest prestigieuze onderwijsinstellingen ter wereld. En in 2013 begon ze een carrière als techanalist en consultant bij Deloitte, een van de Grote Vier in accountancy. Maar drie jaar later stelde Li haar droom bij en keerde ze naar China terug. Ze werkt nu in Shanghai voor een start-up gespecialiseerd in blockchain, de technologie achter onder meer de digitale munt Bitcoin.

‘De techindustrie in China beweegt heel snel, en ik wil daarvan deel uitmaken’, zegt Li. ‘De Chinese economie is enorm gegroeid. In de komende tien jaar wordt China nummer één wat betreft het bbp. En als het op de meest trendy techdomeinen aankomt – 5G, kunstmatige intelligentie en blockchain – neemt China het voortouw. Dat creëert kansen. In China is de trend opwaarts, dan is het makkelijk om mee te stijgen.’

Zoals Li zijn er steeds meer Chinezen die na jaren in het buitenland naar hun bakermat terugkeren. Toen Li in 2009 naar de VS vertrok, waren er voor elke tien vertrekkers nog geen vijf terugkeerders. Toen zij in 2016 terugging, waren dat er al acht op de tien. De ‘zeeschildpadden’, zoals ze in China worden genoemd (een woordspeling op het Chinese woord voor ‘remigreren’), zijn graag gezien door de Chinese overheid. Ze helpen China vooruit, want brengen flink wat buitenlandse expertise mee.

Li begon te twijfelen aan haar American Dream toen ze werd uitgeloot voor een visum. Ze kon in de VS blijven, maar alleen via een omweg, met een tijdelijke uitzending overzee. ‘Ik realiseerde me dat ik als buitenlander altijd extra voorzichtig zou moeten zijn in de VS. Je bent nooit helemaal zeker dat je kunt blijven. Zoals nu met Trump, die ineens beslist dat Chinezen niet meer binnen mogen. In China heb ik die zorgen niet.’

Li Butian in Shanghai: ‘Amerika is geweldig, maar het is mijn thuis niet.’ Beeld Matjaz Tancic

Veel Chinezen ervaren in de VS ook een glazen plafond. Li heeft nooit openlijk racisme meegemaakt, maar had het gevoel dat ze door haar afkomst op achterstand stond. ‘Amerika is geweldig, maar het is mijn thuis niet. Het is moeilijker voor mij om er op te klimmen. Als ik een gewoon leven wil, is dat geen probleem. Maar ik wil een verschil maken, ik wil leiden en niet volgen. Dat is voor mij makkelijker in China dan in de VS.’

Terug in China zette Li twee bedrijfjes op – niet meer dan een zijproject, wuift ze weg – en werd ze leidinggevende bij een start-up in blockchaintechnologie. Die sector is door de Chinese overheid tot prioriteit uitgeroepen, en krijgt daardoor veel steun. ‘Het is niet dat alles nu vanzelf gaat, maar veel barrières vallen weg. Er zijn veel goede initiatieven om start-ups op de beurs te krijgen. Dat trekt geld, talent en innovatie aan en stimuleert een hele industrie om sneller vooruit te gaan.’

Voor Li is het opwindend om in China te werken, maar ze moest ook wennen. ‘De afstand tussen mensen is anders. In de VS is iedereen heel professioneel op het werk. Je spendeert veel tijd samen, maar je laat elkaar ruimte. In China, zeker in kleine start-ups, gaan collega’s hechter met elkaar om dan familie. Dat heeft als voordeel dat mensen hard werken en voor elkaar door het vuur gaan, maar het kan ook tot conflicten leiden en tot vervaging van persoonlijke grenzen.’

Nog steeds ervaart Li geregeld culturele verschillen: de nadruk op relaties versus nadruk op het contract, de sturing door de overheid versus keuzevrijheid. Uiteindelijk probeert ze het beste van twee werelden te verenigen. ‘Ik denk niet dat het ene systeem beter is dan het andere, maar ik denk dat het goed is om blootgesteld te worden aan twee systemen. Dat creëert meer ruimte om na te denken en keuzes te maken.’

Terwijl Li twee werelden samenbrengt, schuiven die politiek steeds verder uit elkaar. De spanningen tussen China en de VS liepen al jaren op, om tot uitbarsting te komen tijdens de covidepidemie. ‘Dat Trump het coronavirus het ‘Chinese virus’ noemt, heeft invloed op hoe Chinezen in de VS worden behandeld. Ik vind dat vreselijk, maar tegelijk ben ik bang om me uit te spreken. Alles kan verkeerd geïnterpreteerd worden. Het klimaat is erg giftig.’

Sowieso is Li nog niet klaar met de VS. Zodra de reisbeperkingen vanwege corona worden opgeheven, hoopt ze er een MBA te volgen, om daarna aan de slag te gaan in de durfkapitaalsector. De Chinese durfkapitaalsector, niet de Amerikaanse. ‘Ik wil deel uitmaken van een grote verandering. Ik wil zaken tot stand brengen die zonder mij niet zouden bestaan. En met mijn achtergrond is het nu eenmaal makkelijker om invloed te hebben in China dan in de VS.’

Meer over